English blog | Oude Artikelen

vragen over “de tweede dood” (3)

10-12-2014 - Geplaatst door Andre Piet

images_22

9. Waarom zou de tweede dood letterlijk dood zijn? De Bijbel gebruikt ‘dood’ toch ook in overdrachtelijke zin?

Inderdaad, het begrip ‘dood’ wordt in de Bijbel soms in figuurlijke zin gebruikt. Zo zegt de vader in de bekende gelijkenis van de verloren zoon tegen de oudste zoon “uw broeder hier was dood en is levend geworden” (Luc.15:32). Uiteraard was de verloren zoon niet letterlijk dood, maar voor de vader als dood. En Jezus zegt tegen een man die onder voorbehoud Hem wil volgen: “laat de doden hun doden begraven” (Mat.8:22). Mensen die God niet kennen noemt Jezus hier ‘doden’. Ze zijn zich niet bewust van God  en hebben eigenlijk geen leven. Paulus spreekt in een soortgelijk verband van “levend gestorven” (1Tim.5:6).

Maar is het gegeven dat een woord figuurlijk gebruik wordt, een reden dat we altijd op voorhand de letterlijke betekenis in twijfel moeten trekken? Waren de dieren in de ark van Noach misschien geen letterlijke dieren, omdat de Bijbel ook wel eens figuurlijk over dieren spreekt? Was het water van de Rode Zee of de Jordaan waar Israël doorheen trok misschien geen letterlijk water, omdat de Bijbel ook dikwijls in figuurlijke zin over water spreekt? Was de woestijn waarin de Israëlieten rondtrokken wel een letterlijke woestijn, omdat de Bijbel het begrip ‘woestijn’ ook wel eens overdrachtelijk gebruikt? Iedereen begrijpt dat zo’n benadering het einde zou betekenen van normale communicatie. We hebben de Bijbel letterlijk te nemen, tenzij de context zelf anders aangeeft. Zoals in het voorbeeld hierboven: de verloren zoon was niet letterlijk dood geweest en dus bedoelt de vader zijn uitspraak overdrachtelijk. Dit behoort tot het ABC van begrijpend lezen.

Bij de eerste vraag zagen we reeds dat “de tweede dood” geen verklaring behoeft, maar juist de verklaring is. “Dat is de tweede dood”, lezen we tot twee keer toe. Daar hoeft niets geïnterpreteerd te worden, want het is de interpretatie.

10. Zegt Openb.21:14 en 15 niet van degenen die in de tweede dood zijn, onder voorwaarden door de poorten van stad naar binnen mogen gaan?

In Openbaring 22:14,15 staat:

Zalig zij, die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad. Buiten zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die de leugen liefheeft en doet.

In deze verzen is grammaticaal vanuit de grondtekst sprake van twee tijdsvormen: de onvoltooid tegenwoordige tijd en de toekomende tijd. In de meeste vertalingen komt dit onderscheid niet goed uit de verf en daarom lijkt het alsof Johannes suggereert dat er buiten de stad goddeloze praktijken beoefend worden, waar men zich van kan reinigen. Maar dat is niet wat de tekst zegt. Maken we de tijdsvormen expliciet, dan staat er:

Zalig zij, die hun gewaden (nu) aan het wassen zijn, opdat zij recht ZULLEN hebben op het geboomte des levens en door de poorten ZULLEN ingaan in de stad. Buiten zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die (nu) is liefhebbende en doende de leugen.

M.a.w. Johannes richt zich in deze verzen tot degenen die in de tegenwoordige tijd goddeloze praktijken bedrijven (of zich daarvan reinigen) en spreekt van hun toekomstig lot.

11. Als de tweede dood letterlijk dood is, hoe kan er dan “geween en tandengeknars” zijn?

Het “geween en tandengeknars” waarvan (o.a.) Mat.8:12 spreekt, heeft niets met het oordeel bij de Grote Witte Troon van doen. In Mat.8:12 gaat het over de tijd dat het Koninkrijk zal aanbreken terwijl “de kinderen van het Koninkrijk”, d.w.z. leden van het volk voor wie dat Koninkrijk primair bestemd is (lees: Israël; Hand.3:26), daarvan uitgesloten zullen zijn. Zij dachten wellicht een prominente rol in dat Koninkrijk te zullen spelen, maar in werkelijkheid zullen velen van hen het Koninkrijk niet eens meemaken (Hand.3:23). Zij zullen omkomen met “geween en tandengeknars”. Let wel: dit oordeel vindt plaats over levenden vóór de duizend jaren. In Openb.20:11-15 gaat het daarentegen over opgestane doden na de duizend jaren.

12. Als de tweede dood letterlijk dood is, hoe kan het dan een “kastijding” heten (Mat.25:46)?

Het laatste gedeelte van Matteus 25 spreekt van het oordeel over de volkeren, met als criterium wat zij hebben gedaan met de minste van de broeders van de Koning. Matteüs 25:46 sluit dan af met:

En dezen zullen heengaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven.

Het eeuw-ige leven is het leven van de toekomende eeuw of aeon (Luc.18:30). De ‘bokken’ zullen dat Koninkrijk niet meemaken maar omkomen in de nabijheid van “het meer van het vuur” waar ook het lot bezegeld zal worden van de diabolos en zijn boodschappers (= het Beest en de Valse Profeet; Openb.19:20; 20:10 vergl. Mat.25:41). Omkomen in dit vuur en daardoor de toekomende aeon niet meemaken is de eeuw-ige (aeonische) straf of kastijding. Niet de doodtoestand zelf is de kastijding, maar de wijze waarop zij daarin terechtkomen. Overigens gaat ook het oordeel van Mat.25:46 vooraf aan de duizend jaren. Degenen die bij die gelegenheid omkomen sterven voor een eerste keer. Bij de Grote Witte Troon na de duizend jaren sterven mensen “de tweede dood”.

13. Als de tweede dood letterlijk dood is, hoe kan men er dan schade van lijden (Openb.2:11)? De doden weten toch niets?

De doden weten inderdaad niets en kunnen dus ook niet lijden. Zodra de dood is ingetreden, is het lijden over en voorbij. Vandaar dat we terecht spreken van over-lijden.

Het woord dat vertaald is met ‘schade lijden’ in Openb.2:11 (adikeo; Strong 91) is opgebouwd uit de elementen ON-RECHTVAARDIG en wordt ook zo weergegeven in Luc.16:11. In Openb.22:11 wordt het vertaald met ‘onrecht doen’. De overige acht keren dat het woord in Openbaring voorkomt, wordt het in de NBG51 weergegeven met ‘schade toebrengen’ of ‘schade lijden’. B.v. in Openb.6:6:

breng geen schade toe aan de olie en de wijn.
Zie ook 7:2,3; 9:4,10;19 en 11:5

Olie en wijn lijden uiteraard niet maar ondergaan schade. De schade die de tweede dood toebrengt bestaat daaruit dat degenen die daarin terechtkomen de heerlijkheid van de toekomende aeonen zullen moeten missen.

deel 1
deel 2
deel 4

Reageer op Facebook

Delen: