English blog | Oude Artikelen

Uw wil geschiede – amen?!

17-07-2018 - Geplaatst door Andre Piet

1Timotheüs 2 vers 4

Het is Gods wil dat alle mensen worden gered, aldus Paulus’ plechtige verklaring in 1Timotheüs 2:4. Let wel: dat is GODS wil, ongeacht of de mens dat ook wil. De mens kan zich tegen GODS wil verzetten en hij doet dat in de regel ook. Reeds in de hof van Eden werd de mens de gedachte aangepraat, om als God te zijn en dus zijn eigen wil te doen. Een nogal dwaas streven omdat zulks per definitie op een fiasco uitloopt aangezien GODS wil altijd superieur is. Zijn wil overruled ieder tegenstreven. Als GOD iets wil, dan gebeurt het uiteindelijk altijd. Vandaar de lofprijzing “Uw wil geschiede!” (Mat.6:10). De reden daarvoor is simpel: Hij is GOD en daarvan is er maar één (1Tim.2:5). Het beste wat een schepsel daarom kan doen is zich te conformeren aan GODS wil. Zoals Jezus dat deed in de hof van Getsemané toen hij zei:

Abba, Vader, voor U is alles mogelijk. Neem deze drinkbeker van mij weg. Doch niet mijn wil geschiedde, maar Uw wil.
-Mar.14:36-

Zou de wil van de mens op het niveau liggen van dat van God (vergeef me de gedachte), dan zou de mensheid bestaan uit even zovelen goden. Een ‘christelijke’ variant op die gedachte is: God wil wel dat alle mensen gered worden maar als de mens dat niet wil, dan gebeurt het niet. Besef goed dat in dat geval, de wil van de mens niet slechts gelijk is aan, maar zelfs méér is dan gods wil. Dan hoeven we inderdaad ‘god’ niet langer met een hoofdletter te schrijven aangezien de mens dan het laatste woord heeft. God is een godje geworden die het verlorene zoekt maar niet bij machte is het te vinden.

Waar het gaat om de redding van de mensheid is slechts één wil bepalend, namelijk die van GOD. Alle mensen zijn zondaren, d.w.z. doelmissers en stervelingen en dus zijn zij geheel afhankelijk van wat GOD wil en doet. Zoals Paulus schrijft in Romeinen 9:16:

Dus hangt het niet af van degene die wil, noch van degene die rent, maar van de zich ontfermende God.

Het is de ene GOD die daarom één middelaar stelt tussen GOD en mensen, namelijk de mens Christus Jezus die zichzelf geeft tot een losprijs voor allen (1Tim.2:6). Hij betaalde de prijs toen hij stierf ten einde op te kunnen staan en daarmee de dood te overwinnen en zo aan alle mensen onvergankelijk leven te geven (1Kor.15:22,23). Dát is wat GOD wil: alle mensen levend maken en redden! En omdat de ene GOD dat wil, is Hij ook daadwerkelijk de Redder van alle mensen, zoals Paulus minstens zo duidelijk verklaart in 1Tim.4:10. Hij wil alle mensen redden, Hij kan alle mensen redden en daarom zal Hij ook alle mensen redden! Dat is het Evangelie dat Paulus wereldkundig mocht maken. Want GOD wil dat alle mensen worden gered en komen tot kennis van deze waarheid!

tegenspraak in het blad ‘Amen’

Niettemin, deze geweldige waarheid leidt altijd weer tot verzet en tegenspraak. In het blad ‘Amen’ (juli, 2018) verscheen van de hand van Sebastiaan de Graaf (SdG) een artikel onder de titel ‘Gebeurt altijd wat God wil?’. Hij bespreekt daarin 1Tim.2:4 en betoogt dat God wel kan willen dat alle mensen worden gered maar dat het daarom nog niet gebeurt. Want, zo redeneert hij, een mens kan zich immers verzetten tegen Gods wil. En dat laatste klopt, maar hij ziet daarbij over het hoofd dat GODS wil uiteindelijk altijd superieur is.

wil of wens?

SdG probeert de tekst van 1Tim.2:4 op alle mogelijke manieren af te zwakken. Zo is Gods wil in zijn ogen niet meer dan Gods wens. Hij schrijft:

… het is van belang om naar de betekenis van het woord ‘wil’ in 1 Timotheüs 2:4 te kijken. In het Grieks wordt hier het woord ‘thelo’ gebruikt, wat duidt op willen in de zin van wensen. Bij dit wensen, kun je iets willen zonder dat dit gegarandeerd ook gebeurt.

Dit is niet juist. Wensen is zwakker dan willen. Wensen drukt een verlangen uit (gevoel). Willen daarentegen is een overwogen keuze (verstand). Evenals het Nederlands kent ook het Bijbelse Grieks hiervoor twee verschillende woorden: willen is ‘thelo’ en ‘wensen’ is ‘euchomai’ (b.v. Rom.9:3).

alle of allerlei?

Zoals SdG ‘willen’ afzwakt tot ‘wensen’, zo tracht hij ook van “alle mensen”, allerlei mensen te maken.

Met ‘alle mensen’ kan hier ook ‘allerlei soorten mensen’ bedoeld worden, want het Griekse woord voor ‘alle’ (pas) wordt zonder lidwoord gebruikt en dan kan het ook allerlei betekenen.

Hier wordt weer, zonder enige noodzaak in de tekst, afgedongen op een volstrekt heldere uitspraak. ‘Alle’ is niet hetzelfde als ‘allerlei’. Alle mensen betekent: iedereen (in de gegeven context), zonder uitzondering. Allerlei mensen daarentegen betekent: diverse soorten van mensen. Als we in Romeinen 5:12 lezen dat via Adam de dood tot “alle mensen” is doorgegaan (waarop allen zondigen), dan betekent dat, dat iedere nakomeling van Adam sterveling en zondaar is. Met grote nadruk had Paulus al eerder onderwezen dat bij dit “alle’ geen enkel mensenkind is uitgezonderd (Rom.3:10-12). Om vervolgens in Romeinen 5:18 (als ware het een wiskundige formule) te concluderen:

Zo dan, zoals door één misstap voor alle mensen tot veroordeling [was], zo ook door één rechtvaardige daad voor alle mensen tot rechtvaardiging van leven.

Ik vraag: was de ene misstap van Adam tot veroordeling van allerlei mensen of van “alle mensen”? De vraag stellen is haar beantwoorden. Alle mensen (Adamieten) zijn zondaren en stervelingen. Welnu, op dezelfde wijze is één rechtvaardige daad (=Jezus Christus’ gehoorzaamheid) voor alle mensen tot rechtvaardiging van leven. Als het eerste “alle mensen” letterlijk en absoluut is, dan het tweede ook. Anders is de vergelijking niet zuiver.

GODS almacht in het geding

Door al dit afdingen en weerspreken van duidelijke uitspraken in de Schrift, wordt SdG uiteindelijk genoodzaakt vraagtekens te zetten bij Gods almacht. Hij schrijft:

De vraag die nu nog overblijft is of het gegeven dat Gods wens niet altijd gevolg krijgt, afdoet aan Zijn almacht. Naar de menselijke rede lijkt dit wel het geval te zijn. Maar naar diezelfde menselijke rede valt God niet te bevatten.

Dit is wel een heel doorzichtige drogreden. Wat SdG zou moeten zeggen is: mijn conclusie is niet te bevatten! Lees hoe hij dit vervolgens ‘onderbouwt’:

Vanuit dezelfde beperkte menselijke en ook met zonde behepte rede van de mens zouden wij ook een ander onmogelijk dilemma kunnen noemen ten aanzien van Gods almacht: “Als God almachtig is, kan Hij dan een steen maken die zo zwaar is dat Hij deze zelf niet op kan tillen?” Deze en andere bizarre vragen tonen aan dat de menselijke geest de Goddelijke niet kan bevatten.

Dit zijn inderdaad bizarre vragen maar strooit SdG hier geen zand in de ogen van zijn lezers? Want GODS almacht betekent helemaal niet dat Hij alles kan. Het is b.v. onmogelijk voor GOD dat Hij liegen zou (Hebr.6:18). GODS almacht betekent niet dat Hij alles kan, maar dat alles wat Hij wil, ook kan. Zoals het lied het trefzeker onder woorden brengt: ‘wat zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem zijn vermogen niet’. En daarmee zijn we weer terug bij de waarheid van 1Timotheüs 2:4. God wenst niet dat allerlei mensen worden gered. Nee, de ene GOD wil dat alle mensen worden gered. En dáárom is Hij ook (naar eigen zeggen!) de “Redder van alle mensen”!

Delen: