English blog | Oude Artikelen

satan’s val… een misser

11-01-2004 - Geplaatst door Andre Piet

Momenteel is vrijwel alle aandacht op de Goedbericht-site en het forum gericht op de oorsprong van het kwaad. Bekend is de legende van Lucifer die viel en op deze wijze satan werd. De meeste christenen menen dat dit in de Bijbel staat. Ten onrechte. Het is een idee, dat vooral steunt op de afwijzing van God als Schepper van goed én kwaad. Omdat men dit onverteerbaar vind, heeft men een mistgordijn opgetrokken om de oorsprong van het kwaad zoveel als mogelijk te maskeren.

Dat maskeren gaat als volgt.
Vraag 1: hoe komt het kwaad in deze wereld?
Antwoord: door het eten van de verboden vrucht.
Vraag 2: hoe kwam het dat de mens van de verboden vrucht ging eten?
Antwoord: dat kwam door de misleiding van de slang.
Vraag 3: hoe kwam het dat de slang wilde misleiden?
Antwoord: dat is omdat de slang de duivel is, de vader der leugen.
Vraag 4: hoe komt het dat de duivel de vader der leugen is?
Antwoord: de duivel is in zonde gevallen.
Vraag 5: hoe komt het dat de duivel in zonde is gevallen?
Antwoord: dat is omdat de duivel daarvoor gekozen heeft.
Vraag 6: wat maakte dat de duivel voor de zonde koos?
Antwoord: dat zal een combinatie van omgevingsfactoren en satan’s natuur zijn geweest.
Vraag 7: wie was verantwoordelijk voor de omgevingsfactoren en satan’s natuur?
Antwoord: ….. uhhh, zulke vragen mag je je niet stellen.

U voelt wel, hoe lang je de hete aardappel ook voor je uit schuift, er is geen ontkomen aan om bij God uit te komen. Want Hij is de Schepper van alles. Dus ook van satan. Per ongeluk of expres. Eén van beiden. Is satan ‘per ongeluk’ satan geworden, dan is er sprake van een misser van God. Heeft God het expres gedaan, dan heeft de aanwezigheid van zonde en kwaad in deze wereld kennelijk een doel. En dát is precies wat de Schrift leert.

Want God heeft ALLEN onder ongehoorzaamheid BESLOTEN, OM Zich over ALLEN te ontfermen (…) Want UIT HEM en DOOR HEM en TOT HEM is het AL. Hem zij de heerlijkheid tot in de aeonen! Amen.”
Romeinen 11:32, 36

Delen: