English blog | Oude Artikelen

Spreuken 25:11 – een gepast woord

12-05-2017 - Geplaatst door Andre Piet

Als gouden appelen in zilveren schalen, is een woord gepast gesproken.

Een goed woord is een waar woord. Maar zelfs een goed woord kan op een verkeerde moment worden gesproken. “Als iemand die een kleed uittrekt op een koude dag (…) is wie liederen zingt bij een treurig hart”, zegt Spreuken 25:20. Dan is het woord misplaatst.

Van belang is ook hoe iets wordt gezegd. Spreuken 27:14 geeft als voorbeeld: “Wie zijn naaste in de vroege morgen op luidruchtige wijze zegent, het wordt hem als een vloek aangerekend”. Het is de toon die de muziek maakt. Vandaar dat Paulus schrijft: “weest blij met de blijden, en weent met de wenenden” (Rom.12:15).

“… het hart van de wijze kent tijd en wijze” zegt de Prediker (8:5). Daarom is God met recht, de “alleen wijze GOD” (Rom.16:27). Zo gaf Hij destijds de wet op Sinaï aan het volk Israël. Aan dat volk, in die tijd. Maar wie datzelfde woord nu toepast op de natiën, misplaatst het. De gouden appelen van de Schriften, horen thuis in zilveren schalen. In de juiste context. Daarvoor hebben we wijsheid nodig. Zodat we weten voor wie, waar, wanneer en hoe een woord van toepassing is.

Delen: