English blog | Oude Artikelen

Handelingen 25:11 – doodstraf?

03-11-2017 - Geplaatst door Andre Piet

Indien ik echter inderdaad onrecht doe en ik iets heb gepleegd wat de dood waardig is, dan weiger ik niet te sterven.

Paulus zit gevangen in Caesarea en mag zich verdedigen voor stadhouder Festus. Hij zegt zich niet te verzetten tegen de doodstraf, wanneer mocht blijken dat hij een halsmisdaad zou hebben gepleegd. Paulus erkent in dat geval, de doodstraf als een legitiem vonnis.

In de Romeinen-brief (13:4) schrijft de apostel dat de overheid het zwaard niet tevergeefs draagt. Het is haar van Godswege toevertrouwd. Dat gaat terug tot de tijd, vlak na de zondvloed. God sprak tot Noach: “Wie het bloed van een mens vergiet, diens bloed zal door een mens vergoten worden; want naar het beeld van God heeft Hij de mens gemaakt” (Gen.9:6). Dáárom wordt het bloed vergieten van een mens zwaar aangerekend. En het is aan de mens, dit vergrijp te vergelden. Hier vinden we in de kiem de overheid die het vonnis zou vellen en voltrekken.

Het is aan de overheid om terecht te stellen die een halsmisdaad hebben gepleegd. Gelukkig is het aan GOD die de doden levend maakt, om alles recht te zetten maar ook om elk mens terecht te brengen.

Delen: