English blog | Oude Artikelen

Genesis 26:18 – bronnen herontdekken

24-04-2018 - Geplaatst door Andre Piet

En Isaak groef de waterputten, die men gegraven had in de dagen van zijn vader Abraham, en die de Filistijnen na Abrahams dood hadden dichtgestopt, weer op, en noemde ze met dezelfde namen, waarmee zijn vader ze genoemd had.

Bronnen spelen een grote rol in het leven van de aartsvaders. Ze woonden vaak ook bij bronnen. Natuurlijk is dat letterlijk, maar vooral ook geestelijk waar. Zij putten uit “de bron van levend water” (Jer.2:13), namelijk Gods beloften. En Gods zegen achtervolgde hen onmiskenbaar: ze werden steenrijk. Het was uit jaloezie dat  de Filistijnen de bronnen die Abraham had gegraven, dicht stopten met aarde (26:14,15).

De Filistijnen waren jaloers op Abraham en daarom stopten zij de bronnen die hij had gegraven, vol met aarde (26:14,15).

Omdat Izaak wilde putten uit dezelfde bronnen als zijn vader Abraham, moest hij ze weer opgraven. Ontdoen van alles waardoor ze waren verstopt. Terugkeren naar de bronnen van weleer, klinkt simpel, maar in de praktijk betekent het moeite en strijd. Ook het spreekwoord zegt, dat wie terug wil naar de bron, tegen de stroom in moet zwemmen.

De bronnen die God geeft, produceren levend water. Wie terugkeert naar de Schriften zal ondervinden hoe fris, krachtig en bruisend de pure woorden van God zijn. Het spitten, graven en ook de tegenstand die dat met zich meebrengt, zijn het dubbel en dwars waard!

Delen: