English blog | Oude Artikelen

2Koningen 11:4 – zevende jaar, zevende dag

22-12-2017 - Geplaatst door Andre Piet

Maar in het zevende jaar ontbood Jojada de oversten (…) liet hen bij zich komen in het huis van JAHWEH, sloot met hen een verbond en nam hun een eed af in het huis van JAHWEH. Daarop toonde hij hun de zoon van de koning.

De kleine Joas, de enig overgebleven prins uit het huis van David, werd zes jaar lang verborgen gehouden in het huis van JAHWEH. In het zevende jaar beschouwt de hogepriester Jojada (een oom van de kleine Joas), de tijd rijp om de dynastie van David te herstellen. Hij ontbiedt de oversten en neemt van hen een eed af en onder embargo toont hij de zoon van de koning. Want in dit zevende jaar moet de erfgenaam uit Davids huis plaats nemen op zijn troon. Bij verrassing. Jojada plant het zo dat dit gaat gebeuren op de sabbat (:5,7,9). Zeven is in Hebreeuws ook het woord voor volheid.

De timing waarop Davids dynastie wordt hersteld is Goddelijk. Gekenmerkt door de zeven. Dat geldt ook voor de zoon van David wanneer hij straks definitief in Jeruzalem koning zal worden. Na zes millennia sinds Adam. Het is de grote wereld-sabbat waarin Gods beloften eens voor altijd zullen worden vervuld!

Delen: