English blog | Oude Artikelen

1Samuël 14:29 – verlichte ogen

08-02-2017 - Geplaatst door Andre Piet

Toen zeide Jonatan: Mijn vader heeft het land in het ongeluk gestort; ziet eens, hoe mijn ogen verlicht zijn, nu ik een weinig van deze honig geproefd heb.

Jonathan, de zoon van koning Saul, was met zijn wapendrager naar een hoge wachtpost gegaan (Mikmas) van de Filistijnen en had hen daar een nederlaag toegebracht. Het volk Israël en ook vader Saul wisten echter niets van deze actie. De jonge prins, de latere vriend van David, had op eenzame hoogte de beslissende slag geleverd.

Nu had koning Saul juist die dag het volk doen zweren, dat het geen spijs zou eten, alvorens het wraak zou hebben genomen op de Filistijnen. Dat was dom, want daardoor verzwakte hij het volk. Maar Jonathan wist dat niet en werd dus ook niet door dat verbod gehinderd. Toen hij later in het veld honing tegenkwam at hij daarom vrijmoedig en zijn ogen stonden helder, letterlijk “verlicht”.

Jonathan werd niet gehinderd door een gelofte. Een gelofte die feitelijk een vloek was. Jonathan leefde uit de belofte. Hij at van de honing, een beeld van het zoete woord van God. Dat geeft kracht en het verlicht de ogen!

Delen: