English blog | Oude Artikelen

Psalm 137 vers 9: rots of Sela?

04-10-2007 - Geplaatst door Andre Piet

 

Nadat ik m’n laatste weblog geschreven had, n.a.v. een vraag over Psalm 137:9, kreeg ik van een gewaardeerde broeder een mail waarin deze betoogde dat deze tekst wellicht anders gelezen dient te worden. In de NBG-51 luidt de vertaling:
“… gelukkig hij, die uw kinderen zal grijpen en tegen de rots verpletteren.”
De mailschrijver stelde voor om te lezen (gesteund door Oudtestamenticus dr.Klaas Goverts):
“…. welzalig hij, die uw kinderen zal vastgrijpen en ze zal verstrooien naar de Rots toe”.
Let wel: de Rots, met een hoofdletter, dit is de HERE Zelf, die elders immers ook “de Rots” genoemd wordt (b.v. Psalm 18:2). Deze vertaling is volkomen verantwoord, mede omdat ‘verbrijzelen’ de grondbetekenis heeft van ‘verstrooien’ (zo ook vertaald in Jes.11:12). Het grote voordeel van deze lezing is dat we niet langer zitten met een onbegrijpelijke oproep tot gruwelijk geweld.

In mijn speurtocht naar de betekenis van Ps.137:9 ben ik inmiddels nóg een stap verder gekomen. Het drong tot me door dat “ha sela” (“de rots”) ook als plaatsnaam opgevat kan worden! Evenals in b.v. in 2Koningen 14:7, waar het gaat over Sela, oftewel de beroemde rotsstad Petra in het gebied van Edom. Dan wordt de lezing dus:
“…. welzalig hij, die uw kinderen zal vastgrijpen en ze zal verstrooien naar de Rotsstad”.
Dat kan ook héél goed in het verband van Psalm 139, want Edom was juist twee verzen eerder genoemd (in vers 7). De illustere stad Petra (min of meer synoniem met Bosra) zal nog een grote rol spelen in de eindtijd. Het lijdt m.i. geen twijfel dat Petra de plaats is die God bereid heeft in de woestijn als onderduikadres voor het gelovig verblijfsel van Israël gedurende de grote verdrukking (Openb.12:6; Micha 2:12 St.Vert.). Als de Heer straks zal verschijnen op de Olijfberg zal Hij linea recta richting Bosra (Petra, Sela) gaan, wat tot een bloedbad zal leiden onder de vijanden van Zijn volk. De eerste verzen van Jes.63 spreken daarvan:

1 Wie is het, die van Edom komt, in helrode klederen van Bosra, die daar praalt in zijn gewaad, fier voortschrijdt in zijn grote kracht? Ik ben het, die in gerechtigheid spreek, machtig om te verlossen. 2 Waarom is dat rood aan uw gewaad, en zijn uw klederen als die van iemand die de wijnpers treedt? 3 Ik heb de pers alleen getreden en van de volken was niemand bij Mij, Ik trad hen in mijn toorn en vertrad hen in mijn grimmigheid; toen spatte hun bloed op mijn klederen en ik bezoedelde mijn ganse gewaad. 4 Want een dag van wraak had Ik in de zin en het jaar van mijn verlossing was gekomen.

Ook op vele andere plaatsen in de profetie wordt gesproken van “het treden van de wijnpersbak” e.d. (zie b.v. Openb. 14:19,20; 19:15).

“De rots” als aanduiding van Petra in het gebied van Edom, maakt 137:9 tot een zaligspreking van de Messias Zelf. Hij zal straks in “de dag der wrake”, richting de rotsstad, de vijand slaan met de ban. De kleine kinderen echter zal Hij vastgrijpen en doen ontkomen naar de Rotsstad. Ps.137:9 is geen oproep tot gruwelijk geweld maar een concrete voorzegging over de redding van kleine kinderen i.v.m. de verschrikkingen bij Petra in “de dag der wrake”. Dát verdient een zaligspreking!
Zie ook Psalm 108 waar sprake is van hetzelfde profetische locatie.

10 Wie zal mij naar de versterkte veste brengen, wie zal mij naar Edom geleiden? 11 Zijt Gij het niet, o God, die ons verstoten hadt, zult Gij, o God, niet uittrekken met onze heerscharen? 12 Bied ons hulp tegen de tegenstander, want mensenhulp is ijdel. 13 Met God zullen wij kloeke daden doen, want Hij zelf zal onze tegenstanders vertreden.

Laatste wijziging: 10 februari 2010

Delen: