English blog | Oude Artikelen

Jezus Christus & Christus Jezus – what’s in a name?

19-07-2017 - Geplaatst door Andre Piet

Veruit de meeste keren in het Nieuwe Testament is sprake van de combinatie Jezus Christus. Maar ook het omgekeerde Christus Jezus komen we veelvuldig tegen. Het precieze aantal is wat omstreden omdat grondtekst-varianten op dit punt nogal verschillen. Volgen we de Staten Vertaling die evenals de King James gebaseerd is op de Textus Receptus, dan wijkt de telling af van de moderne vertalingen die uitgaan van de grondtekst van Nestle Aland. Ik laat dat technische verschil hier verder rusten.

standaard en uitzondering

De combinatie Jezus Christus komen we tegen in de evangelieën, Handelingen, de brieven van Paulus en Petrus, Jakobus, Johannes, Judas en Openbaring. Kortom, heel het Nieuwe Testament door is sprake van Jezus Christus. Met de combinatie Christus Jezus is het anders gesteld. Op een paar tekst-kritisch omstreden voorkomens na, is Christus Jezus een (vrijwel) exclusieve Paulus-uitdrukking. Afgaand op de NBG51 komt de term Christus Jezus van de in totaal 96 voorkomens, maar liefst 95 keer voor rekening van de apostel Paulus.

willekeur?

Wat heeft dit te betekenen? Of hebben we hier misschien niets achter te zoeken? Het gaat in beide gevallen immers om dezelfde persoon? En trouwens, Paulus heeft het weliswaar vaak over Christus Jezus (94 keer in zijn brieven) maar toch ook maar liefst rond de 75 keer over Jezus Christus. De combinatie Christus Jezus is dus zeker geen ijzeren wet bij hem. Maar toch, wanneer Paulus als enige apostel zo vaak spreekt van Christus Jezus, zou dat dan willekeur zijn? Of zou hij een goede reden hebben om zo vaak eerst Christus te zeggen en daarna Jezus? Inderdaad, ik denk dat die goede reden er is.

historische volgorde

Alle apostelen, met uitzondering van Paulus, volgden Jezus hier op aarde. Zij zijn getuigen geweest van zijn verschijningen na zijn opstanding. Daarin lag het ultieme bewijs dat God de gekruisigde Jezus tot Christus had gemaakt (Hand.2:36). Door te spreken van Jezus Christus volgen we de historische lijn. Hij werd immers geboren als Jezus en zo leefde en stierf hij. Christus daarentegen is een titel (Gezalfde, Messias) die hij later kreeg. In eerste instantie bij zijn doop in de Jordaan (Hand.10:38) en definitief in zijn opstanding.

Paulus’ unieke volgorde

Paulus echter heeft zijn Heer niet in deze historische volgorde leren kennen. Op de weg naar Damascus verscheen de opgewekte en verheerlijkte Christus in een hemelse lichtglans aan hem. En de eerste vraag die Paulus (toen nog Saulus) stelde was: wie bent U Heer? En het antwoord was: ik ben Jezus, die jij vervolgt. Vanuit Paulus’ persoonlijk perspectief staat de opgewekte en verheerlijkte Christus voorop. Zo leerde hij hem kennen en dat typeert de frase Christus Jezus. Door hem Christus Jezus te noemen klinkt Paulus’ persoonlijke verhaal door. Daarmee brengt hij niet de historische benaming Jezus Christus in diskrediet. Maar door hem Christus Jezus te noemen, vult hij het aan met de unieke wijze waarop hij zijn Heer kende en zoals hij hem aan de natiën mocht bekendmaken.

Delen: