English blog | Oude Artikelen

Genesis 1 – de wateren boven het uitspansel (IV)

18-07-2011 - Geplaatst door Andre Piet

In deze weblog-reeks heb ik een aantal bezwaren van Ouweneel besproken, die hij inbrengt tegen de letterlijke uitleg van Genesis 1. Zijn tweede bezwaar hield verband met het Bijbels wereldbeeld, dat naar zijn idee, de hemel zou voorstellen als een metalen koepel en de aarde als een platte schijf. Echter noch de ene, noch de andere voorstelling heb ik kunnen terugvinden in de Bijbel. Maar eerlijk is eerlijk, bij zijn derde bewering, slaat Ouweneel weer wél de spijker op de kop. Tijdens de lezing waaruit ik al eerder citeerde, bracht hij naar voren…

En dan moet u goed opletten. Er wordt van die koepel gezegd in Genesis één, dat bóven die koepel, watermassa’s zijn. En áán die koepel zijn de hemellichamen. Ja, u zegt dat u letterlijk in Genesis één gelooft, dan moet ik even streng met u zijn. Als u letterlijk in Genesis één gelooft dan moet u dat ook zo aannemen.

Het woord ‘koepel’ dat Ouweneel gebruikt, laten we nu verder rusten, want daar had ik het al over. Wat Ouweneel in dit citaat stelt, is dat wie Genesis 1 letterlijk neemt, moet aannemen dat bóven de zon, maan en sterren, zich watermassa’s bevinden.
En inderdaad, zo zegt Genesis 1 dat.

In Genesis 1 is op de tweede dag sprake van een uitspansel dat God maakt in het midden van de wateren. Met water onder het uitspansel en water boven het uitspansel. Visueel voorgesteld:

 

 

Op de derde dag spreekt God over het droge dat tevoorschijn komt uit de wateren. God noemt het droge aarde (of land) en de wateren noemt Hij zeeën.

 

Op de vierde dag spreekt God over de lichtdragers (zon, maan en sterren) die gesteld worden (letterlijk) IN het uitspansel. Let wel: de lichten (hebr. ma’or) zijn de lichtdragers (de hemellichamen) en niet slechts het licht dat ze produceren.

M.a.w., wanneer Ouweneel stelt dat Genesis 1 “de wateren boven het uitspansel” onmiskenbaar voorstelt boven de hemellichamen, dan heeft hij daarin volkómen gelijk. Maar terwijl Ouweneel deze conclusie aanvoert als motief, om Genesis 1 niet letterlijk te nemen, stel ik me de vraag wat er mis is, met ons zogenaamd ‘wetenschappelijk wereldbeeld’? Want wat ijkt nu wat? De huidige stand van wetenschap die slechts “aanziet wat voor ogen is” OF het woord van de Schepper die geacht mag worden, te weten hoe de wereld in elkaar steekt en ons maar niet iets op de mouw speldt? Voor mij is de keuze niet moeilijk.

Met de kwestie van het Bijbels wereldbeeld is overigens veel meer gemoeid. Maar dat valt buiten het bestek van deze serie weblogs waarin ik Ouweneel’s bezwaren wilde checken die hij aanvoert tegen het letterlijk nemen van Genesis 1. Ik hoop duidelijk gemaakt te hebben, dat

  1. Genesis 1 letterlijk nemen (zonder b.v. de zes dagen symbolisch te ‘verklaren’) iets anders is, dan de traditionele lezing volgen en
  2. na pakweg zesduizend jaar, van dit oudste Bijbelhoofdstuk (gedurende zes dagen opgetekend vanuit de mond van de Schepper Zelf!), nog geen ‘tittel of jota’ is komen te vervallen!

Op een later tijdstip hoop ik nog eens de moed op te brengen, dieper in te gaan op de Bijbelse voorstelling van de wereld. Ik geloof dat de waarheid precies het omgekeerde is, van wat de mens denkt te zien. Het zet heel ons wereldbeeld op z’n kop, of beter gezegd, binnenstebuiten. Het levert ook een verrassend simpel antwoord op de vraag waar “de wateren boven het uitspansel” gezocht moeten worden. Maar het mooiste is: God staat écht centraal in Zijn schepping! Bij deze tamelijk cryptische opmerkingen wil ik het voorlopig laten…

Delen: