English blog | Oude Artikelen

Genesis 1 letterlijk? (I) – de dagen

12-07-2011 - Geplaatst door Andre Piet

Ouweneel over “de letterlijke uitleg”
Onlangs beluisterde ik  tijdens een autorit, een lezing die prof.dr.Willem Ouweneel in januari dit jaar had gehouden in Numansdorp. De titel was ‘omgaan met evolutionisme’. Geboeid heb ik ernaar geluisterd. Onvermijdelijk kwam de vraag aan de orde, hoe we Genesis 1 dienen te lezen. Ouweneel legt twee prangende vragen voor aan hen die een letterlijke lezing voorstaan.

Ik heb een paar vragen bij die zogenaamd letterlijke uitleg.
De eerste dag schiep God het licht. Wat voor licht was dat? Het gaat duidelijk om een afwisseling van dag en nacht, dus je zou zeggen, het is zonlicht. Maar de vierde dag pas, is er sprake van het maken of toebereiden of scheppen of hoe je het noemen wilt van de zon, de maan en de sterren. Dat is de eerste vraag.

Een goede vraag! En tot voor enkele jaren had ik daarop geen bevredigend antwoord. Want het is waar: pas op de vierde dag is er sprake van de lichtdragers (zon, maan en sterren) die God in “het uitspansel van de hemelen” plaatst. Zelfs een kind stelt zich bij lezing van Genesis 1 al de vraag: hoe kan er vóór de vierde dag reeds sprake zijn van daglicht?  En van avonden en morgens? Terwijl de zon er niet was?! Is dat niet ongerijmd?

dagen van openbaring
Het antwoord dat ik heb gevonden en wat mij betreft deze hele vraag doet verbleken, is: de zes dagen in Genesis één zijn de dagen waarin God aan Adam vertelt over de schepping. Het telkens weerkerende “en het was avond geweest en het was morgen geweest” heeft geen betrekking op God maar op de mens. Niet de Schepper is gebonden aan het dag-nacht ritme, maar Adam die in de hof was en met wie God dagelijks omging. Niet God de HEERE was moe, maar Adam rustte. Op de eerste dag vertelt God hem over het tevoorschijn brengen van het licht. Op de tweede dag vertelt Hij hem over de formatie van het uitspansel, op de derde dag over het land dat uit de wateren verrijst, op de vierde dag over het plaatsen van de hemellichamen, enzovoort. Hoelang God over de schepping gedaan heeft, wordt niet vermeld. Hij trok er zes dagen voor uit om Zijn (scheppings)verhaal aan Adam te openbaren. Een heel nieuw verstaan van Genesis 1 drong zich aan me op! Waarbij de letterlijkheid van de zes opeenvolgende dagen, nog steeds volstrekt evident is.

Zo ging ik begrijpen waarom God tijdens de zes dagen de dingen telkens benoemd. “… en God noemde het licht dag en de duisternis nacht”, “… en God noemde het uitspansel hemel”, “… en God noemde de wateren onder de hemel zeeën”, enz. Dat benoemen had geen functie bij de creatie maar daarentegen wél voor de mens die werd aangesproken. God onderwees Adam aangaande Zijn schepping! Alles wat op de zes achtereenvolgende dagen vermeld wordt over de schepping staat in directe relatie tot de mens. Zo spreekt God op de derde dag over de totstandkoming van de plantenwereld, maar met het accent op groente en fruitbomen. Dat was namelijk van belang voor Adam!

Ook de vraag hoe in het licht van de reeks van gebeurtenissen in Genesis 2, Eva op dezelfde dag geschapen kan zijn als Adam, verdwijnt in één keer. Want de mens werd niet op de zesde dag geschapen maar op de zesde dag openbaarde God Zijn scheppingswoorden m.b.t. de creatie van de mens.

schepping-evolutie debat in ander perspectief
Bovengenoemde alternatief-letterlijke lezing van Genesis 1, lost m.i. diverse klassieke vragen, in één keer op. Van kindsbeen af is ons bijgebracht dat dit hoofdstuk vertelt over een schepping in zes dagen. Maar overweeg daarentegen eens dat Genesis 1 in zes dagen vertelt over de schepping… God wandelt in de hof met Adam en gedurende zes dagen openbaart Hij Zijn tien scheppingswoorden aan hem. Dat is misschien een hele omschakeling in ons denken en even wennen, maar de lezing van het eerste Bijbelhoofdstuk wordt er niet minder letterlijk maar wel des te begrijpelijker om.

Niet alleen de bovenstaande vragen en ongerijmdheden verdwijnen, ook de discussie over schepping en evolutie komt daarmee in een geheel ander perspectief te staan. Het is waar: uit Genesis 2 (en elders) blijkt zonneklaar dat Adam en Eva rechtstreekse creaties van God waren. Genesis 1 echter zegt niets over de tijdsduur waarmee God hemel en aarde, de flora en fauna tot stand bracht. Op de derde dag kwam niet de plantenwereld tot stand, zoals men traditioneel (ook in het creationisme) meent, maar God openbaarde op de derde dag aan Adam over de totstandkoming van de plantenwereld.  “… de aarde bracht jong groen voort dat naar zijn aard zaad geeft”. Hoelang Hij daarover gedaan heeft staat er niet bij. Wat Genesis 1 vermeldt is dat God het gedaan heeft én wanneer Hij dit geopenbaard heeft. Hetzelfde geldt uiteraard b.v. voor de volgels en vissen. Deze werden niet op de vijfde dag geschapen maar God openbaarde op de vijfde dag dat Hij ook daarvan de Schepper is. Enzovoort.

“in zes dagen deed God de hemel en aarde”
Er is één bezwaar dat steevast naar voren wordt gebracht wanneer ik het bovenstaande uiteenzet. Lezen we niet in Exodus 20:11 (in “de tien woorden”) dat God de hemel en aarde in zes dagen heeft geschapen? Mijn antwoord daarop is: nee, dat lezen we daar niet. Letterlijk staat er: “want in zes dagen DEED God de hemel en aarde, de zee en alles wat daarin is”. Hier wordt hetzelfde werkwoord gebruikt als in het voorgaande vers: “dan zult gij geen werk doen“. ‘Doen’ is een werkwoord dat op elke activiteit kan slaan. God deed de hemel en aarde in zes dagen, d.w.z. Hij openbaarde aan Adam de geschiedenis van hemel en aarde en Adam noteerde het. Genesis 2:4 meldt als naschrift: “dit is de geschiedenis van hemel en aarde” en de LXX geeft dit weer met: “dit is het wordingsboek (‘biblos genesios’) van hemel en aarde”. In zes dagen kwam het wordingsboek van hemel en aarde tot stand!

In een volgende weblog wil ik nader ingaan op Ouweneel’s tweede bezwaar tegen een letterlijke uitleg van Genesis 1.

————————————————-

links:
negen stellingen over Genesis 1
Creation Revealed In Six Days, P.J. Wiseman

Delen: