English blog | Oude Artikelen

foutje in Hebr.9:4?

09-07-2011 - Geplaatst door Andre Piet

Het zal wel toeval zijn, maar vandaag (zaterdag 9 juli) stond in het Nederlands Dagblad wederom een artikel waar het gezag van de Schrift op de korrel genomen werd. Dit keer van de hand van Adrian Verbree. Een schrijver die ik overigens waardeer om zijn heldere stijl. In zijn artikel onder het kopje ‘betrouwbaar of foutloos?’ schrijft hij:

Kunnen Bijbelschrijvers geen fouten maken? Hebreeën 9 vertelt onder andere over de inrichting van de tabernakel en de eerste tempel: ‘Achter het tweede voorhangsel bevindt zich de tent die het allerheiligste genoemd wordt. Daar staan het vergulde reukofferaltaar en de ark van het verbond.’
Dit klopt niet. Het gouden reukofferaltaar stond niet in het allerheiligste, het stond in het heilige, samen met de gouden kandelaar en de tafel voor de toonbroden.

Hij vervolgt:

Zijn er gezaghebbende handschriften die het vers anders weergeven? Nee. Is er een vertaalalternatief? Ja. In plaats van ‘reukofferaltaar’, kan ook ‘reukwerkvat’ worden gelezen. In de Statenvertaling koos men voor deze ontsnappingsroute. Een schijnoplossing; je moet nu immers verklaren waarom een schrijver, die alle belangrijke voorwerpen uit het heilige en het heilige der heiligen opsomt, het gouden reukofferaltaar weglaat.

Verbree noemt de weergave van de Staten Vertaling een “ontsnappingsroute”*. Volkomen onterecht, als u ’t mij vraagt. Het woord dat in Hebr.9:4 wordt gebruikt komt twee keer voor in het Griekse Oude Testament (de Septuagint of LXX) en in beide gevallen gaat het onmiskenbaar niet om het reukofferaltaar maar om een reukwerkvat (2Kron.26:19; Ezech.8:11). In Hebr.9:4 doelt het op de pan met reukwerk waarmee de hogepriester jaarlijks het heilige der heilige binnenging (Lev.16:12). Dat wordt bevestigd in het feit dat dit vat volgens de Talmoed, inderdaad van zuiver goud was (het reukofferaltaar was alleen met goud overtrokken)*. Bovendien weten we o.a. van Flavius Josephus dat dit reukwerkvat in het heilige der heiligen bewaard werd. Daar komt nog bij dat voor het reukofferaltaar in de LXX consequent een ander woord wordt gebruikt, zodat het onaannemelijk is dat de schrijver van de Hebreeënbrief, daarop gedoeld zou hebben. M.a.w. de Staten Vertaling heeft een uitstekende keuze gemaakt. Hoezo ‘ontsnappingsroute’ en ‘schijnoplossing’? Wat moet er opgelost worden? In het heilige der heiligen bevond zich het gouden wierookvat!

Niettemin sluit Adrian Verbree zijn verhaal af met de volgende woorden:

Ik weet ook niet waarom iemand die zijn OT uitstekend kende, zo’n onwaarschijnlijke fout zou maken. Maar hij lijkt het wel te doen.

Een kwalijke conclusie van iemand die iets in de Bijbel niet begrijpt en daarom de Schrift van een fout beticht. Zeg dan gewoon: ik weet het niet. Dat is toch geen schande? Maar ga niet aan wat “er staat geschreven” morrelen en als dat niet blijkt te voldoen, de Schrift een fout in de schoenen schuiven.

Blijft over de vraag: waarom laat de schrijver van de Hebreeënbrief in zijn opsomming over het heiligdom, het reukofferaltaar onvermeld? Dat is een goede vraag maar, let op, van een heel andere orde dan de conclusie die Verbree trekt. Dat de schrijver van de Hebreeënbrief niet volledig is in zijn toelichtingen, is geen fout want hij claimt dat ook niet. Sterker, hij excuseert zich een vers later voor de onvolledigheid: “… hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden treden” (:5). Wellicht dat de schrijver in zijn opsomming  het reukofferaltaar weglaat, omdat hij het accent wilde leggen op het verwante reukwerkvat. Immers, juist dit attribuut deed dienst op de jaarlijkse Verzoendag, het grote thema van Hebreeën 9. Trouwens, dat reukwerkvat had ook dezelfde functie als het reukofferaltaar, nl. welriekend reukwerk ontsteken in het heiligdom en het was ook gevuld met kolen die van het reukofferaltaar afkomstig waren (Lev.16:12). Het reukwerkvat deed in het heilige der heiligen dienst, om zo te zeggen, als ‘mobiel reukofferaltaar’. Het verschil in betekenis van beide voorwerpen is dus minimaal en één van beiden kon dus in een summiere opsomming zonder problemen worden weggelaten.

————————————————-

* De NBV waaruit Verbree citeert, spreekt ook ten onrechte over “het vergulde reukofferaltaar”. Verguld wil zeggen: met goud overtrokken, maar volgens de grondtekst is het gewoon “gouden reukwerkvat”.

———————————–

Bovenstaande weblog is door het Nederlands Dagblad op woensdag 13 juli als ingezonden brief integraal gepubliceerd. Op zaterdag 23 juli volgde een reactie van de schrijver in zijn vaste column in de weekend-editie van het ND. De lezer oordele zelf.

Delen: