English blog | Oude Artikelen

“de maagd zal zwanger worden”

02-02-2012 - Geplaatst door Andre Piet

VRAAG:
Matteüs haalt in hoofdstuk 1:22,23 de profetie van Jesaja (7:14) aan over een jonge vrouw die zwanger zou worden en een zoon zou baren. Maar maakt het verband in het boek Jesaja niet duidelijk dat het daar over een zoon in Achaz’ dagen gaat? Spreekt Jesaja bovendien niet over een ‘jonge vrouw’, in tegenstelling tot Matteüs die het over een ‘maagd’ heeft?
Hoe zit dat?

ANTWOORD:
Inderdaad spreekt Jesaja over gebeurtenissen die zouden plaatsvinden in het leven van de toen regerende koning Achaz. Dat wordt heel nadrukkelijk gezegd.

Daarom zal de HERE zelf u (= Achaz) een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuel geven.(…) Maar voordat de jongen weet het kwade te verwerpen en het goede te verkiezen, zal het land ontvolkt zijn, voor welks beide koningen gij angstig zijt.
Jesaja 7:14,16

Uit deze woorden blijkt ontegenzeggelijk dat Jesaja’s woorden, gedateerd zijn. Ze hebben betrekking op Jesaja’s eigen tijd. Maar is daarmee gezegd dat Jesaja’s woorden toen ook vervuld zijn, d.w.z. ten vólle inhoud gegeven? Nee, want de vervulling zou pas zes eeuwen later plaatsvinden. De HERE zou opnieuw een teken geven aan het koningshuis van David. Een jonge vrouw uit het huis van David zou zwanger worden en een zoon baren die met récht Immanuël genoemd zou worden, d.w.z. ‘God met ons’. Het jongetje dat in Achaz’ huis werd geboren kreeg weliswaar de náám Immanuël maar dit werd ten volle waar, toen God in Christus (zie 2Kor.5:19) tot ons kwam, door Zelf  in Maria, nieuw leven te verwekken. Zonder tussenkomst van een man.
Het is om die reden dat Matteüs schrijft:

Dit alles is geschied, opdat VERVULD zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, hetgeen betekent: God met ons.
Matteüs 1:22-23

Rest nog één vraag. Waarom gebruikt Matteüs het woord ‘maagd’ terwijl Jesaja het over een ‘jonge vrouw’ heeft?
De reden daarvoor is dat Matteüs niet de Hebreeuwse Bijbel maar de Griekse vertaling van het ‘Oude Testament’ citeert, de zogenoemde Septuagint-vertaling. Grieks was in die dagen de wereldtaal en alle Joden die in het buitenland woonden gebruikten deze vertaling. In de Septuagint wordt in Jesaja 7:14 het Hebreeuwse woord voor ‘jonge vrouw’ (almah) weergegeven met ‘maagd’ (parthenos). Dat is niet geheel correct. Want een jonge vrouw is niet per definitie een maagd.* Maar als het om de vervulling gaat, blijkt deze woordkeuze zeer ‘to the point’ te zijn! Want Maria was behalve een jonge vrouw ook nog maagd. Waar bij komt dat als een máágd zwanger wordt, dit met recht een teken is te noemen! Zeker als juist op deze wijze, de naamgeving waarheid wordt: Immanuël, God met ons!

De conclusie moet zijn dat Jesaja’s woorden primair betrekking hadden op zijn eigen dagen, maar vervuld werden toen de maagd Maria zwanger werd en de Zoon van God ter wereld bracht.

———————————-

* Het specifieke Hebreeuwse  woord voor ‘maagd’ is betulah  (2Sam.13:18). Het Hebreeuwse woord almah duidt op een jonge, ongetrouwde vrouw. Rebekka bij de bron wordt zo genoemd (Gen.24:43) en ook Mirjam die de wacht hield bij haar broertje, heet een almah (Ex.2:8).

 

Delen: