English blog | Oude Artikelen

chronologie 16: de link met onze jaartelling

16-03-2016 - Geplaatst door Andre Piet

images_17

vierduizend jaar

Tot dusver hebben we in deze reeks over Bijbelse chronologie vastgesteld dat de tijd van Adam tot de geboorte van Abram tweeduizend jaar was. Vervolgens zagen we dat vanaf Abrams geboorte tot aan Israëls verwerping (steniging Stefanus), wederom een periode van tweeduizend jaar is. Tweeduizend jaar die uiteen bleken te vallen in vier gelijke delen van elk vijfhonderd jaar.

de koppeling met de gangbare jaartelling

De laatste vijfhonderd jaar waarmee we ons bezig hielden, waren de zeventig jaarweken van Daniël 9 (zeven jaarweken is negenenveertig jaar plus één jubeljaar, zeventig jaarweken is dus tien keer zoveel). Deze zeventig jaarweken vingen aan bij het woord dat uitging van Kores om Jeruzalem te herbouwen (3500 AH) en eindigden (4000 AH) bij de verwerping van het Evangelie door het Joodse volk, drie en half jaar na de kruisiging van Jezus Christus. Waarmee gezegd is dat de kruisiging, opstanding en hemelvaart van Christus plaatsvonden in 3996 AH. De vraag die we nu onder ogen moeten zien is: aan welk jaar in onze jaartelling is de kruisiging gekoppeld? Die koppeling is noodzakelijk om te kunnen vaststellen in welk jaar van de Bijbelse chronologie we ons thans bevinden. Daarmee komen we echter op een terrein waar, voor zover ik op dit moment weet, niet met zekerheid op het jaar nauwkeurig, gesproken kan worden.

de geboorte van Christus

Onze gangbare jaartelling van vóór en ná Christus heeft als uitgangspunt de geboorte van Christus. Deze jaartelling werd met terugwerkende kracht geïntroduceerd door de monnik Dionysius Exiguus, zo rond het jaar 525 AD. Probleem echter is dat tegenwoordig algemeen wordt aangenomen dat deze Exiguus zich een paar jaar heeft vergist ín het tijdstip van Jezus’ geboorte. Jezus werd niet geboren in het jaar 0 (dat sowieso niet bestaan heeft) maar enkele jaren eerder. Maar de ramingen daarover lopen nogal uiteen. Sommigen gaan uit van 2 v. Chr., anderen van 3 of 4 v. Chr. en weer anderen tot soms wel acht jaar voor het begin van onze jaartelling. Dat hangt samen met het feit dat historici het moeilijk eens kunnen worden over het tijdstip van de volkstelling die keizer Augustus organiseerde, en daarmee dus ook over het tijdstip dat Jezus ter wereld kwam. Dat geldt ook voor de vraag wanneer koning Herodes de Grote (van de kindermoord in Bethlehem) precies is overleden.

Een ander historisch aanknopingspunt zou “het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius” (Luc.3:1) kunnen zijn, het jaar waarin Johannes de Doper zijn optreden aanving. Maar omdat keizer Tiberius ook nog enige jaren co-regent is geweest met zijn vader Augustus blijkt ook dit geen doorslaggevende informatie te zijn.

het jaar van de kruisiging

Het jaar waarin Jezus’ kruisiging doorgaans geplaatst wordt, varieert van 30 AD tot en met 33 AD, waarbij gewoonlijk vooral gedacht wordt aan het 30 AD of 33 AD. Gaan we ervan uit dat Jezus werd gekruisigd in 30 AD (zie onder), dan zou Pesach 2030 AD precies het 2000e jaar zijn, sinds Jezus’ dood en opstanding. Dat komt dan overeen met het jaar 5996 sinds Adam. Zodat drie en half jaar later, najaar 2033 AD, het jaar 6000 AH aanbreekt. Het voorbehoud dat ik bij deze opgave van jaartallen maak, is de onzekerheid over het precieze jaartal van Jezus’ kruisiging in de gangbare jaartelling.

Jona en Ninevé, Jezus en zijn generatie

Persoonlijk zie ik goede redenen om het jaartal van Jezus’ kruisiging op 30 AD te houden. Vooral omdat dit jaartal een tijdspanne oplevert van precies veertig jaar tot aan de verwoesting van Jeruzalem in 70 AD. Dit jaartal is (bij mijn weten) historisch onomstreden. Veertig jaren tussen Jezus’ dood en Jeruzalems verwoesting levert een opmerkelijke parallel op met wat Jezus zei over Jona. In Lucas 11:30 lezen we:

Want gelijk Jona voor de Ninevieten ten teken geworden is,
zo zal ook de Zoon des mensen het zijn voor dit geslacht.

Jona verbleef drie dagen en drie nachten in het zeemonster en op dezelfde wijze zou Jezus in het hart van het land zijn (= zijn graf in Jeruzalem), zo lezen we in Mat.12:40. Hier in Lucas 11 echter, spreekt Jezus over hoe Jona een teken werd voor de inwoners van Ninevé. Dat houdt in dat toen Jona in Ninevé aankondigde dat de stad in veertig dagen zou worden omgekeerd, hij voor hen als teken gold.

Wat Jona was voor de Ninevieten, zou Jezus (als Ben Adam) zijn voor zijn generatie. Ook Jezus kondigde de omkering van de stad Jeruzalem aan (Luc.21:20). Een generatie (of geslacht) staat in de Bijbel voor veertig jaar. Zo waren de verspieders veertig dagen in het beloofde land en toen zij bij terugkeer een ongelovig volk troffen, moest het volk voor elk van de veertig dagen, een jaar boeten (Num.14:34). Dat geslacht, die generatie zou omkomen in de woestijn en vandaar dat de woestijnreis veertig jaar moest duren (Hebr.3:9,10).

De parallellen tussen Jona en Jezus, tussen Ninevé en Jeruzalem, tussen de de veertig dagen en “dit geslacht” wijzen in de richting van veertig jaar tussen Jezus’ aankondiging van Jeruzalems verwoesting en de vervulling daarvan. En dus op een kruisiging in het jaar 30 AD.

bevestiging vanuit de Talmoed

Een bevestiging vanuit onverdachte hoek voor deze veertig jaar, leveren zowel de Jeruzalemse als Babylonische Talmoed. Beide bronnen maken melding van veertig achtereenvolgende jaren van slechte voortekenen in de tempeldienst, voordat de tempel in 70 AD verwoest werd. Vier voortekenen worden in de Talmoed genoemd:

  1. de westelijke lamp van de Menora in het heiligdom ging elke nacht uit;
  2. het lot voor JAHWEH, op Jom Kipoer, kwam in de linkerhand (i.p.v. de rechterhand) van de hogepriester;
  3. een karmozijn-rood draad dat aan de tempel hing kleurde op Jom Kipoer niet meer wit (zoals voorheen);
  4. de grote deuren van de tempel (de Hekel) waren elke morgen spontaan geopend.

Deze tekenen zouden volgens de Talmoed dus begonnen zijn in 30 AD. Waarmee de Joodse traditie zelf een link legt tussen de verwoesting van Jeruzalem en het jaar van Jezus’ kruisiging! Het zou perfect matchen met het voorteken in de tempel waar het Nieuwe Testament melding van maakt, nl. het scheuren van het voorhangsel, tijdens Jezus’ sterven!

conclusie

De Bijbelse jaartelling zoals we die tot dusver hebben gevolgd vanaf Adam, is niet met zekerheid op het jaar nauwkeurig te koppelen aan onze gangbare jaartelling. Vermoedelijk vond de kruisiging plaats in 30 AD, maar zelfs als dit niet correct zou zijn, zijn de marges klein. Niet meer dan drie jaar. Zodat we momenteel (maart 2016) in het jaar 5982 sinds Adam leven en eventueel één, twee, of drie jaar vroeger. De spannende vraag die nu volgt is, hoelang we nog verwijderd zijn van de Messiaanse tijd en daarmee van de terugkeer van Jezus Christus naar deze wereld… Wat heeft de Bijbel daarover te zeggen?

Reageer op Facebook

Delen: