niet de sterksten winnen…

juli 5th, 2010

voetbal is een bijna anagram van toeval... 

Het blijft altijd weer lachwekkend de gewichtige commentaren van talloze experts te horen, na afloop van een voetbalwedstrijd. Nu ook weer tijdens het WK in Zuid-Afrika. Maar nog komischer zijn vaak de voorbeschouwingen. Sprekend over kwaliteiten en prestaties van spelers en teams, blijken na afloop toeval en timing niet zelden de echte, beslissende factoren te zijn geweest. Komt een bal tegen de lat of er net onder? Aan het begin van de wedstrijd of in de laatste minuut? Zag de scheidsrechter het buitenspel wel of niet? Zulke (en nog honderdduizend andere) factoren hebben zo goed als niets met expertise of kracht te maken.  Ze vallen je toe… of niet. Het onderstaande woord van Prediker zou niet misstaan als wandtekst in kantoren van sportredacties:

Wederom zag ik onder de zon, dat niet de snelsten de wedloop winnen, noch de sterksten de strijd (…) want TIJD en TOEVAL treffen hen allen.
Prediker 9:11

Moeilijk hoor, voor een team of coach dat zojuist een wedstrijd heeft gewonnen, zoiets toe te geven. Voor het prestige en imago zegt men veel liever: we hebben het succes afgedwongen. Het is een typisch menselijk (en arrogant) trekje om succes en prestaties op eigen rekening te schrijven. De waarheid is echter dat de dingen des levens ons gewoon toevallen. Inderdaad, van boven…

… opdat geen vlees zou roemen voor God (…) opdat het zij, gelijk geschreven staat: Wie roemt, roeme in de Here.
1Korinthe 1:29,31

… alsof Hij (=GOD) nog iets nodig had, daar Hij zelf aan allen leven en adem en ALLES geeft.
Handelingen 17:25

karikatuur van het Evangelie

juni 26th, 2010

In het Nederlands Dagblad van vandaag (26 juni) staat een artikel te lezen van Jaap Elbers die de orthodoxe visie uitdraagt van een eeuwige verdoemenis voor alle ongelovigen. Hij reageert daarin op een referaat van hoogleraar dogmatiek, Nico den Bok die onlangs verdedigde dat de ongelovige na het sterven een herkansing krijgt.

Het gaat me er nu niet om aan te tonen dat de heer Elbers een bok schiet…, want dat doet de hoogleraar niet minder. Wat me opnieuw trof, was hoe afschuwelijk het karikatuur is dat het christendom van het Evangelie gemaakt heeft. Als het definitieve lot van de mensheid in haar eigen handen ligt, hoe inktzwart wordt dan haar toekomst. De heer Elbers:

Dat de hoogleraar het verschrikkelijk vindt dat onbekeerde zondaars een eeuwige straf toebedeeld krijgen; daar kunnen we allemaal inkomen.
Het is ook een afgrijselijke gedachte; je durft er gewoon niet aan te denken.

Heeft de heer Elbers er wel eens aan gedacht hoe afschuwelijk, ja onmogelijk het voor de Schepper moet zijn, om werk van Zijn handen defenitief te laten varen? En hoe dit idee ook volstrekt haaks staat op wat aan het begin van iedere protestantse kerkdienst plechtig wordt geproclameerd? Hoe kan GOD bij wie niets mis gaat, “de gelukkige God” (1Tim.1:11) zijn, wanneer een groot deel van Zijn creaturen, definitief onbereikbaar voor Hem zijn? Wie is de verliezer wanneer schepselen verloren gaan? Wordt het verlorene in de Bijbel niet altijd weer gevonden (Luc.15:4)?

En dan deze vraag van de heer Elbers:

… waarom zou Gods Zoon dan hebben moeten lijden en sterven voor de zonden van de wereld als alles in de eeuwigheid toch eens op z’n pootjes terechtkomt?

Wat een verblinding! Ooit aan gedacht dat God Zijn Zoon in de wereld zond juist “opdat de wereld door Hem behouden worde” (Joh.3:17)? De vraag keert als boemerang terug: waarom moest Gods Zoon zichzelf als “losprijs voor allen” geven (1Tim.2:6), wanneer het niet met allen goed zou komen? In dat geval is Hij namelijk voor niets voor hen gestorven en opgewekt (Rom.5:18, 1Kor.15:22).

Zulke afschuwelijke gedachten als van een ‘eeuwige straf’ kunnen slechts voortbestaan tegen de achtergrond van het idee dat ‘aioon’ een eeuwigheid zou zijn. Ondanks dat de Schrift spreekt van “vóór de aionen” en van “de voleinding der aionen”, etc. Maar “de aionen” zijn conform de traditie wegvertaald en verdraaid in onze Bijbelvertalingen… ”zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het Evangelie van de heerlijkheid van Christus…” (2Kor.4:4).

Wat een oneer wordt de GOD van de Schriften aangedaan, door Hem voor te stellen als een demon die eindeloos toornt. Zeker, GOD straft en oefent gericht. Maar altijd met een heilrijk doel. ”…  een ogenblik duurt Zijn toorn, een levenlang Zijn welbehagen!” (Ps.30:6). 

Want God heeft ALLEN onder ongehoorzaamheid besloten, om Zich over ALLEN te ontfermen.
Rom.11:32. 

Dat en niet minder is het Evangelie.

Zie ook:
God is een Redder van alle mensen!
Veel Gestelde Vragen Over Alverzoening

werd Jezus niet gekruisigd?

juni 25th, 2010

 

Op Nu.nl is stond vandaag een bericht waarin een Zweedse wetenschapper Samuelsson toelicht dat Jezus niet aan een kruis maar aan een paal is genageld.

De wetenschapper claimt dat er geen literatuur bestaat die expliciet verwijst naar de kruisiging. In de de Bijbel wordt alleen gesproken over een zogenaamde ‘staurus’ die Jezus naar de berg van Golgotha moest dragen.

“Als je zoekt naar teksten die beschrijven hoe personen worden vastgenageld aan een kruis, vind je die simpelweg niet”, verklaart hij.

“Mijn suggestie is niet dat Christenen moeten twijfelen aan de tekst van de bijbel. Maar we moeten de bijbel wel lezen zoals hij is. We moeten de regels lezen zoals ze staan geschreven en niet tussen de regels door lezen”, aldus Samuelsson.

Een goed verhaal dat Samuelsson hier aankaart, al is de kwestie allerminst nieuw. Een paar kanttekeningen.

Het Griekse woord ’stauros’ (Strong: 4716; in onze Bijbels altijd vertaald met ‘kruis’) betekent letterlijk niet meer dan  ’paal’ of ’staak’. Niet minder, niet meer. Het is afgeleid van een werkwoord dat ’staan’ betekent (Strong: 2476). Puur vanuit dit woordgebruik, is er geen argument om aan te nemen dat de paal waaraan Jezus genageld werd, ook een dwarsbalk had.

droeg Jezus de dwarsbalk?
Over het algemeen gaat men er vanuit dat Jezus op de weg naar Golgotha niet een compleet kruis droeg (aangezien dat meer dan honderd kilo zou hebben gewogen!), maar alleen de dwarsbalk. In het Latijn de zgn. patibulum. Maar vergis u niet: de Schrift spreekt ook hier van ’stauros’. Hetzelfde woord dus als de verticale paal waarop het opschrift was bevestigd (vergl. Lucas 23:26 en Johannes 19:19). Op welke grond meent men dan dat Jezus de horizontale balk droeg i.p.v. de verticale paal?  

Romeinse gebruiken
Dat de Romeinen bij executie in de regel gebruik maakten van een paal met een dwarsbalk is evenmin doorslaggevend. In de eerste plaats is dat historisch bepaald niet zeker en in de tweede plaats is het bekend dat zij misdadigers ook enkel aan aan een paal nagelden. Kennis van de Romeinse gebruiken brengt ons hierin dus niet veel verder.

boven het hoofd
Dat Jezus aan een paal met een dwarsbalk genageld zou zijn, baseert men op de volgende twee bijbelse argumenten:
Ten eerste: het opschrift dat Pilatus geschreven had, was (volgens Matteüs 27:37) bevestigd boven Jezus’ hoofd, niet boven zijn handen.  Dit argument betekent inderdaad dat de onderstaande voorstelling uit de geschriften van de ‘Jehovah’s Getuigen’ (die ook een dwarsbalk ontkennen) niet correct lijkt.

Maar dat dit argument zou bewijzen dat er dus sprake was van een dwarsbalk is te kort door de bocht. Want het kan natuurlijk ook dat Jezus’ beide handen aan weerzijden van de paal zijn geslagen en dat het opschrift tussen zijn armen geplaats is.
Dat brengt ons bij het tweede argument.

nagels
In Jezus’ handen was niet één nagel geslagen (zoals op de bovenstaande afbeelding) maar twee. Thomas spreekt namelijk van de NAGELS in zijn handen (Johannes 20:25). Dit betekent inderdaad dat de handen niet op elkaar gelegd waren maar gespreid aan het hout geslagen zijn. Maar ook hier is het te kort door de bocht om een dwarsbalk te concluderen. Want ook hier geldt: de handen kunnen ook afzonderlijk aan de paal gespijkerd zijn.

en toch zeggen we kruis…
Voor de vertalers van de Concordant Version is het vertalen van het Griekse woord ’stauros’ (en aanverwante woorden) een waar kruis geweest… Enerzijds leed het voor hen geen twijfel dat ’stauros’ ‘paal’ betekent. Zij hebben dit zo ook weergegeven in hun ultra-letterlijke interlinear en lexicon. Maar om deze weergave ook te handhaven in een meer leesbare vertaling, bleek meer nadelen dan voordelen op te leveren. Wat te denken van de weergave: “neem uw paal op u… ” in plaats van “neem uw kruis op u…” (vergl. Matteüs 16:24)? Ook de weergave ’martelpaal’  is niet ideaal, omdat het idee van ‘martelen’ niet begrepen is in het Griekse woord ’stauros’. 

ten slotte…
Ik concludeer met Samuelsson, dat een dwarsbalk niet uit de Schrift afgeleid kan worden. Men kan hooguit bewijzen dat het idee er niet mee in strijd is.

Veel belangrijker uiteraard dan de vraag of de paal waaraan Jezus werd gehangen, een dwarsbalk had of niet, is het feit dat hij aan een paal gehangen werd. Want eens voor altijd heeft God daarmee aangetoond hoever Zijn liefde reikt. Al nagelde de wereld Jezus aan een hout, Hij rekende het haar niet toe. Want drie dagen na deze marteldood werd de steen van het graf weggerold om Leven aan het licht te brengen dat eens heel de mensheid ten deel zal vallen! (zie 2Kor.5:19; 1Kor.15:22)

christelijke krokodillentranen

juni 11th, 2010

 

Van verschillende kanten is gereageerd op m’n vorige weblog over het stemmen op een christelijke partij. Ik had trouwens niet kunnen vermoeden dat de impact daarvan zo groot zou zijn. Op dezelfde dag nog kregen de christelijke partijen een historische klap te verwerken… Hadden christelijke partijen een aantal decennia terug nog een absolute meerderheid in het parlement, nu werd de grootste onder hen bijna gehalveerd t.o.v. de vorige verkiezingen.

In het kort kwam de genoemde weblog er op neer, dat christelijke partijen ergenis oproepen doordat ze anderen de wet willen stellen. Deze ergenis vertaald zich in wetgeving die haaks staat op de items waar christelijke politiek van ouds pal voor stond. Denk aan b.v. zondagsrust, abortus, euthanasie en het homohuwelijk. N.a.v. van de genoemde weblog van eergisteren schreef iemand me:

Zou de christen dan goodwill moeten kweken en de waarheid moeten verzwijgen?(…) Ook de profeten in het O.T. moesten het ontgelden en werden verworpen. Men luisterde liever naar de valse en aardige profeten.

Voor de goede orde: het is mij er uiteraard niet om te doen om goodwill te kweken door de waarheid te verzwijgen. Want de waarheid moet gehoord worden, ongeacht de konsekwenties. Dat was mijn punt echter ook niet. Niet het getuigen van de waarheid zouden we achterwege laten maar het willen stellen van wetten aan anderen. Ik zal niet onder stoelen of banken steken dat homosex tegennatuurlijk en het homohuwelijk een gedrocht van een idee is. Maar ik heb er niet de minste behoefte aan om dit aan anderen te verbieden en zie dit ook niet als als mijn roeping. Om de simpele reden dat ik al blij mag zijn wanneer ik gedoogd word en vanwege m’n getuigenis niet op b.v. de brandstapel terecht kom.

Als gelovigen worden we geacht outsiders en vreemdelingen in de wereld te zijn. Dat besef zijn christenen in Nederland kwijt geraakt. Men meende dat het normaal was, in de wereld de lakens uit te delen. Maar normaal is dat gelovigen verdrukt worden (2Tim.3:12) of in in het beste geval met rust gelaten worden (1Tim.2:2). Het is de omgekeerde wereld wanneer gelovigen gaan heersen of dit zelfs maar willen. Daar ligt de misvatting van christelijke politiek.

We geraken anno 2010 langzaamerhand weer in de omstandigheid dat we als gelovigen een min of meer getolereerde minderheid zijn. Maar vergis u niet: dat is een luxe. I.p.v. te fulmineren tegen de vergaande tolerantie in ons liberale landje, zouden we beter de hemel op onze blote knietjes kunnen danken dat we in vrijheid kunnen denken en spreken, gaan en staan waar we maar willen. De krokodillentranen die nu in christelijk nederland gehuild worden, omdat christelijke politici niet langer meer de scepter zwaaien, zijn volkomen misplaatst. Zijn we de woorden vergeten die Jezus vlak voor zijn kruisiging sprak?

Gedenkt het woord, dat Ik tot u gesproken heb: Een slaaf staat niet boven zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen…
Joh.15:20

christelijke partij stemmen?

juni 9th, 2010

 

In het Nederlands Dagblad van vrijdag j.l. stond een ingezonden artikel van ene mevr. Polman met als titel ‘wetten uit ergenis over christenen’. Ik citeer:

In ons land is een groeiend aantal politici (inclusief een groot gedeelte van hun achterban) dat zich ergert aan christenen die zich openlijk willen laten leiden door de Bijbel. Geloven doe je maar thuis, maar niet publiekelijk! Deze ergernis zet zich onder andere om in nieuwe wetgeving. Het lijkt en klinkt allemaal zo politiek correct, maar achter die nieuwe wetgeving zit een wereld waarvan christenen zich zeer bewust moeten zijn of moeten gaan worden. Op 9 juni is er nog de kans om op een christelijke partij te gaan stemmen. In de toekomst zijn partijen die opkomen voor schoolbesturen die praktiserende homo’s weigeren, misschien wel verboden.

De auteur roept christenen op om 9 juni vooral een christelijke partij te stemmen, ten einde een dam op te werpen tegen het antichristelijke sentiment in ons land. Maar het ontgaat mevr. Polman kennelijk dat juist de christelijke partijen in hoge mate verantwoordelijk zijn voor dit negatieve sentiment!  Velen zien uit naar ‘paars’ omdat men schoon genoeg heeft van de betuttelende en hypocriete rol die christenen al sinds jaar en dag, in hun ogen spelen.

Dit antichristelijke sentiment doet sterk denken aan de ergernissen die de inwoners van Sodom destijds koesterden over de bij hen wonende Lot. Lot wóónde daar niet alleen, hij zat “in de poort van Sodom” (Gen.19:1), d.w.z. hij vervulde er een politieke functie. Op die plaatst kwelde hij dagelijks (zo lezen we elders) zijn rechtvaardige ziel (2Petr.2:8). Tevergeefs, want Sodom werd er niet beter van. Sterker: het effect was averechts! Want juist door Lot’s bemoeienissen ging het van kwaad tot erger. In Genesis 19:9 lezen we:

En zij (= de mannen van Sodom) zeiden: Deze ene (=Lot) is als vreemdeling komen vertoeven om ons geheel en al de wet te stellen! Nu zullen wij u meer kwaad doen

Men ergerde zich aan Lot omdat hij als vreemdeling meende Sodom “geheel en al de wet te stellen”. Het is dezelfde ergenis die de doorsnee Nederlander ervaart bij partijen als b.v. CU en SGP. Libertijns als Nederlanders zijn, vindt men het prima wanneer christenen er (in hun ogen) excentrieke ideeën op nahouden. B.v. over homosex. Dit laatste is overigens bepaald geen moderne kwestie, want gesodomieter’ (exusez-moi) speelde vierduizend jaar geleden reeds prominent in Lot’s geschiedenis. De ergenis ontstaat waar een minderheid de wet over anderen wil stellen. Ziedaar de achilleshiel van de christelijke politiek. I.p.v. goodwill te kweken is men vooral een bron van irritatie. Met als gevolg dat de wetgeving veel antichristelijker is (of dreigt te worden), dan wanneer christenen zich afzijdig zouden houden van de politieke arena… om “een stil en gerust leven” (1Tim.2:2) te leiden.

dubbele bodems in Johannes

mei 22nd, 2010

Van een goede email-vriend ontving ik onderstaande vraag, die daarin een kwestie aansnijdt die wellicht ook voor anderen interessant is.

he André

klein vraagje: in een preek dit weekend werd een tekst uit Johannes aangehaald over dat Jezus bad dat zijn discipelen zouden zijn waar hij is. Johannes noemt dit vaker (14:3, 17:24) en ik vroeg me af waar dat dan is? Op dit moment is Jezus in de hemel. Bedoelde Jezus dat de discipelen ook in de hemel zouden komen - lijkt me niet, gezien de aardse beloften, maar goed, ik moet ook geen onderscheid in de bijbel forceren als die er niet is. Bedoelde Hij dat ze bij hem zullen zijn als straks het huis klaar is (wat voor huis is dit trouwens?) en is dat dan hier op aarde? Of is het dat Jezus alleen vraagt dat ze bij hem zijn om zijn heerlijkheid te aanschouwen (17:24), wat ook is gebeurd toen ze nog met Hem waren na zijn opstanding in het nieuwe, verheerlijkte, lichaam?

…zo zie je maar dat ook een christelijke gemeenplaats nog vragen kan oproepen - de tekst is overbekend, maar zoals zo vaak de betekenis volgens mij niet.

(…)
Gr.G.

Ik heb het volgende geantwoord.

Ha G.,
 
(…)
 
Het Johannes-evangelie verschilt van hemelsbreed van de drie andere evangelieen. Daarmee vertel ik natuurlijk niets nieuws, het is niet anders dan het intrapppen van een open deur. Johannes heeft zijn evangelie als laatst geschreven en ik verdenk  hem er met reden van, dat hij, evenals Petrus aan het einde van leven (>2Petr.3:15), veel van de apostel Paulus heeft geleerd. Veel van wat Johannes presenteert heeft een dubbele bodem en blijkt zowel van toepassing te zijn op Israël en de toekomst alsook op de ekklesia in onze dagen.
Dat geldt ook voor de gesprekken van Jezus in de opperzaal (Joh.13-17). Die blijken bij nader inzien met opzet poly-interpretabel te zijn, doordat ze een dubbele toepassing hebben. De ekklesia van onze dagen was in die dagen weliswaar nog een verborgenheid, maar dat betekent dat het achteraf (”met de kennis van nu”) niet moeilijk is haar daarin te ontdekken.
Zie ook deze links waarin dit wordt uitgewerkt:
twee dagen in Samaria
de vijf broden en de twee vissen
Op de Goedbericht-site ontbreekt (helaas) de toespraak die ik een paar jaar geleden in den Haag heb gehouden over de voetwassing in de opperzaal. Daarin legde ik uit dat wat Jezus daar doet een type is van Christus’ werk in onze dagen waarin de ekklesia door Hem gewassen wordt door het waterbad van het Woord (>Efeze 5). Alleen de locatie al: in de opperzaal > Christus boven gezeten met de zijnen…
 
De primaire betekenis van Joh.14:1-3 slaat m.i. op Israël dat, wanneer de Messias terug zal keren, rondom Hem verzameld zal worden in Jeruzalem. Daar staat immers “het huis van Mijn Vader” (Joh.2:16!). Dat het óók van toepassing gebracht kan worden op “het Lichaam van Christus”  -  tot je dienst, maar dat was in die dagen nog verborgen. De vaagheid waarmee Johannes deze dingen neerzet is nadrukkelijk geen gebrek in mededeling maar stylistische opzet. Johannes toont dat wat Paulus openbaarde reeds verborgen lag in Jezus’ woorden tijdens diens rondwandeling op aarde.

Zomaar wat overwegingen - voor wat ze zijn.

Het ga je bijzonder. Jou en de jouwen. Geniet van de Pinksterzon.
(…)

2000 el buiten de stad

mei 18th, 2010

 

Zondag j.l. heb ik gesproken over de eigenaardige rol die de afstand van 2000 el in de Bijbel speelt. Daarbij betoogde ik dat de afstand verwijst naar de tegenwoordige tijd tussen hemelvaart en wederkomst. Het laatste onderdeel van deze studie kwam helaas niet helemaal uit de verf, wat me ook bleek uit reacties die via de mail tot me kwamen. Graag wil ik dit gebrekkige onderdeel van de toespraak, in deze weblog aanvullen met enkele overwegingen.

Het gewraakte onderdeel betreft Numeri 35:5, waar we lezen over de weidegronden van de Levieten. Deze weidegronden bedroegen naar de vier windrichtingen, 2000 el buiten de stadsmuren. Waar ligt hier de link naar de twee millenia tussen hemelvaart en wederkomst?

1. In de eerste plaats gaat het hier over het gebied buiten de legerplaats. De afstand verwijst hier evenals de “sabbatsreis” in Hand.1:12, naar het gebied buiten de stad. “Buiten de legerplaats” is in de Bijbel het terrein waar Jezus is gekruisigd (Hebr.11:12). En ik voeg er aan toe: waar Hij ook is opgestaan en ten hemelgevaren. Buiten de stad zijn betekent: een outcast zijn. Daarom vervolgt Hebr.13:13 met: “Laten wij derhalve tot Hem uitgaan buiten de legerplaats en zijn smaad dragen…”. Wij volgen een Christus die verworpen is en wiens koningschap wacht tot de toekomst. Tot die tijd delen wij in zijn verwerping en zijn we niet in tel in de maatschappij. Het Evangelie is voor Joden een struikeblok en voor niet-Joden een dwaasheid.

2. Het terrein buiten de stad dient in Num.35:5 als weidegrond (Num.35:3). Enerzijds is “buiten de stad” een uitbeelding van verwerping en smaad, anderzijds is het het ook een plaats waar de kudde geweid wordt en voedsel vindt. Zo is het vandaag ook: geen betere positie dan die van de verworpen Christus delen. Vergelijk het met de gevangenis waarin Jozef verbleef. Inderdaad, “twee volle jaren”… De gevangenen verbleven buiten de maatschappij en toch was het een goede plaats om te vertoeven! Ze werden door Jozef bediend en hij legde hen verborgenheden uit (Gen.40:4; 41:1)!

3. De weidegronden van 2000 el waren toebedeeld aan de priesterstam. Levi had geen erfelijk bezit in het land omdat de HERE hun erfdeel was (Num.18:20). Zij dienden in het Huis van God. Daarmee zijn ze een mooi plaatje van de ekklesia in de tegenwoordige tijd. Ze hebben geen erfdeel op aarde maar niettemin bezitten ze het hoogst denkbare: ze zijn “huisgenoten Gods” (Ef.1:3; 2:19). Het waren Levitische priesters (Joz.3:3) die de ark hooghielden en 2000 el voor het volk uitgingen. Zo draagt de ekklesia in de tegenwoordige tijd het getuigenis van de opgewekte Christus en vormen ze ‘de kopgroep’ die voor ‘het peloton’ van Israël en alle overigen uitgaat.

werken aan Israëls hoop?

mei 17th, 2010

 

Ik las vanmorgen in het Nederlands Dagblad een bijdrage van Mr. Menno ten Brink, rabbijn van de Liberaal Joodse Gemeente Twente. Het triggerde mij, omdat ik gisteren in EH-Rotterdam heb mogen spreken over de 2000 jaren die de Schrift bepaalt tussen hemelvaart en het beloofde Koninkrijk. Uitgebeeld o.a. in de sabbatsreis tussen de Olijfberg en Jeruzalem (Hand.1:12) maar ook in de afstand die Israël zou bewaren tot de ark van het verbond, wanneer zij door de Jordaan zouden trekken (Jozua 3:4). Het spreekt van het Gódswonder van “leven uit de doden”, op de derde dag. 

Weliswaar spreekt ook rabbijn ten Brink over de hoop van 2000 jaren, maar wat een verschil! Voor de rabbijn is de hoop iets wat de mens zelf moet proberen (!) te realiseren. En daarmee blijkt ‘werken’ i.p.v. ‘geloven’ nog steeds hetzelfde struikelblok te zijn, als in de dagen van de apostel Paulus (slot Romeinen 9).

De rabbijn schreef (bold-lettertype van mij, AP):

De wegen naar die eenheidsstad zijn niet gemakkelijk, maar wij mogen nooit stoppen om het uiteindelijke doel te proberen te bereiken. Jeruzalem heeft de potentie de Messiaanse stad te zijn, wij zullen allen die potentie om moeten zetten naar die fel verlangde tijd van vrede. Maar we zijn er nog niet. Met de woorden van het Lied van de Hoop, Hatikwa, het volkslied van Israël:

Zolang diep in het hart,
de Joodse ziel leeft,
en gericht is op het Oosten.
Het oog verlangend naar Tsion kijkt,
is onze hoop niet vervlogen.

De hoop, tweeduizend jaar oud,
een vrij volk te zijn in ons eigen land,
Het land van Tsion en Jeroesjalajiem.

studiedag 13 juni

mei 15th, 2010

Een week na het Goedbericht-weekend staat nog een ander evenement op het programma en wel de driemaandelijkse studiedag. Zondag 13 juni zal het gaan over het thema:
de Hebreeën-brief: wie, wat en waarom?

In de aankondiging schreef ik:

Volgens Petrus schreef Paulus ooit een brief aan “de besnijdenis”. In de oudste manuscripten van het NT is de Hebreeën-brief geplaatst tussen Paulus’ brieven. De brief is geschreven vanuit Italië en vermeldt ook de naam Timotheüs. Merkwaardig genoeg echter ontbreekt Paulus’ handtekening. Waarom?

De Hebreeën-brief is gericht aan een tweede generatie gelovigen die zeer vertrouwd blijkt met de Hebreeuwse Bijbel en de tempeldienst. De geadresseerden worden gewaarschuwd voor een aanstaand debacle en “een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur”. “De Here zal zijn volk oordelen”. Het centrum van het oude verbond was “niet ver van de verdwijning” en de oproep klinkt daarom uit te gaan “buiten de legerplaats”.
We bevinden ons in deze brief aan de vooravond van de complete verwoesting van de tempel en de verbranding van Jeruzalem in het jaar 70 AD. Slechts tegen deze achtergrond worden allerlei obscure passages in één keer helder.
Dat en meer is het onderwerp van deze studiedag.

Voor opgave (i.v.m. de lunch) en meer informatie, klik op onderstaande link:
goedbericht-studiedag

het komende goedbericht-weekend

mei 14th, 2010

Over enkele weken is het zover. Dan vindt het jaarlijkse goedbericht-weekend plaats. Al enige tijd zijn de huisjes op het recreatieterrein van Eben Haëzer in Maarn volgeboekt. Dat betekent dat we met zo’n 90 deelnemers, daggasten niet meegerekend, een paar dagen feestelijk bijeen zullen zijn rond Gods Woord!

Het thema van het weekend is: de wapenrusting van God. In de aankondiging heb ik daarover geschreven:

Wat heb je er aan om steenrijk te zijn (”gezegend met alle geestelijke zegen”) wanneer je daar geen benul van hebt? Dan ben je op papier misschien ‘multi-miljonair’ maar in de praktijk straatarm… Efeze 6 gaat over de gelovige die stáát op zijn rijke bezit en daarin ook staande wil blijven. Dat is bepaald niet vanzelfsprekend. Want dagelijks worden we blootgesteld aan de listen en methodieken van de tegenstander waardoor we gemakkelijk in de maalstromen van de wereld afdrijven en met recht ‘van ons stuk raken’. Om daartegen bestand te zijn reikt Paulus ons in Efeze 6 “de wapenrusting van God” aan. Niet om de overwinning te behalen maar om staande te blijven in de overwinning die een feit is!

Opgave voor het weekend is (in principe) niet meer mogelijk maar voor wie interesse heeft willen we wél wijzen op de mogelijkheid de studie-bijeenkomsten in Maarn bij te wonen. Men zou natuurlijk ook gewoon kunnen wachten tot de studies t.z.t. op de goedbericht-site worden geplaatst.

Meer info over het weekend.