Archive for the ‘sex’ Category

mannelijk en vrouwelijk

Friday, September 11th, 2015

Dit is de samenvatting van een studie, gehouden op 11 oktober 2006 in Rijnsburg.

image3

wat betekent mannelijk en vrouwelijk?
Er wordt wat over de rol van man en vrouw gesproken en gediscussieerd! Wat mag de één, dan wel wat moet de ander? Het is maar slechts zelden dat men zich de vraag stelt wat mannelijk en vrouwelijk nu eigenlijk is. Waar staan de beide sexen voor? Waar is het een uitbeelding van? Een evolutionist zal zich per definitie nooit zulke vragen stellen, omdat hij er van uitgaat het produkt van toeval te zijn. Dus onbedoeld… en daarmee zinloos.

twee oerdriften
Ver voor Freud wist men al dat elk levend organisme beheerst wordt door twee oerdriften. Overlevingsdrift en voortplantingdrift. Bij nader inzien is ook de voortplantingsdrift een variant van de overlevingsdrift. De enige mannier immers om te overleven (op termijn) is door zich voort te planten. Voor zover we na onze dood voortleven, dan is dat in ons nageslacht. Het overlevingsmechanisme in de levende natuur (de flora incluis) is niet anders dan een poging de dood te overwinnen.

de man is Beelddrager
In Genesis 1:27 staat letterlijk:

En God schiep de mens naar zijn Beeld; naar Gods Beeld schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.

Het gaat er hier niet om (in hfst. 2 wel) dat God een koppel schiep dat bij elkaar hoort (“man en vrouw schiep Hij hen”), maar het gaat juist om het sexeverschil aan te geven. Let er op dat er staat: :”naar Gods Beeld schiep Hij hem” en niet hen. Later zou Paulus schrijven: “Want een man (…) heeft het beeld en de heerlijkheid Gods, maar de vrouw is de heerlijkheid van de man” (1Kor.11:7).

de man is Beelddrager
De man is niet het Beeld van God, maar hij is naar het Beeld van God geschapen. Het “Beeld Gods” is Hij die als “de Gestalte Gods”, “de onzienlijke God” zichtbaar maakt. Hem die we later in de Schrift leren kennen als onze Here Jezus Christus. Kol.1:15

grondwoorden

mannelijk vrouwelijk
Hebreeuws zachar (2145)
> gedenken, gedenkteken (Jes.57:8) en vandaar: een monument.
nekebach (5347)
> doorboren, penetreren
(vergl. ons woord ‘schede’ dat afgeleid is van de holte waarin het zwaard wordt gestoken)
Grieks arsen (730)
> van ‘airo’ (142) dat ‘omhoog komen’, ‘oprichten’ betekent.
(vergl. ons woord ‘erectie’ dat staan of opstaan betekent)
thelus (2338)
> van ‘tepel’. Verwijst uiteraard naar de moederborst.

het mannelijk geslacht als monument
In het Hebreeuwse denken is het mannelijk geslacht(sdeel) een monument, een gedenkteken. Dat werd het wel zeer nadrukkelijk toen aan Abraham de belofte werd gedaan dat hij zeer vruchtbaar zou zijn en dat in zijn zaad alle geslachten van de aardbodem gezegend zouden worden. Immers, als teken van deze belofte gaf God aan Abrahams geslacht (…) de besnijdenis. Met recht: een lid-teken. Gen.17:11

besnijdenis symboliseert vruchtbaarheid 
Bij de besnijdenis wordt de voorhuid weggesneden, zodat de vrucht (zie onder) zichtbaar wordt gemaakt. De besnijdenis is een embleem van vruchtbaarheid en nieuw leven en maakt van het mannelijk geslacht des te nadrukkelijkelijker een monument. Gen.17:6

besnijdenis op de achtste dag 
De besnijdenis vindt (normaal gesproken) plaats op de achtste dag. Zoals de zeven in de Schrift staat voor ‘volheid’, zo staat de acht voor ‘overvloed’. Ook voor een nieuw begin na de zeven-cyclus. De Here Jezus stond op, “daags na de sabbat”, d.w.z. na de zevende dag en dus op de achtste dag. Gen.17:12

opstanding aan den lijve ervaren
Abrahams lichaam was, zo zegt de Schrift, “verstorven”. In onze taal: impotent, d.w.z. niet in staat om het geslacht in stand te houden. Maar Abraham geloofde in de God “die de doden levend maakt” en hij heeft op honderdjarige leeftijd, de opstanding aan den lijve gezien en ervaren. Rom.4:17-21

eed en eik
In Ps.105:42 lezen we dat God gedacht (zachar > mannelijk) aan Zijn heilig woord aan Abraham, Zijn knecht. “Zijn heilig woord” is niet anders dan de eed die Hij aan Abraham had gezworen. Het woord voor ‘eed’ is ‘alah’ (423) en is direct verwant aan het woord voor ‘eik’ of ‘terebint’ (‘elon’, 424)…

enkele Schriftplaatsen waar melding gemaakt wordt van eiken…

En Abram trok het land door tot de plek bij Sichem, tot de terebintMore; en de Kanaanieten waren toen in het land.
Genesis 12:6

… Gilgal bij de terebinten van More

Deuteronomium 11:30

Daarna sloeg Abram zijn tenten op en ging wonen bij de terebintenvan Mamre bij Hebron, en hij bouwde daar een altaar voor de HERE.
Genesis 13:18

Toen Debora, de voedster van Rebekka, gestorven was, werd zij begraven beneden Betel, onder een eik
Genesis 35:8

En Jozua schreef deze woorden in het wetboek Gods; en hij nam een groten steen, en hij richtte dien daar op onder den eik, die bij het heiligdom des HEEREN was.
Jozua 24:26 (SV)

eik en eikel – de aartsvaders en eikebomen
God had aan Abraham Zijn belofte gedaan (een eed) en telkens weer speelt de eik een belangrijke rol in het leven van de aartsvaders. Ze gingen wonen bij een eik. Bijvoorbeeld de eik More bij Gilgal, waar het volk Israël later na de doortocht door de Jordaan (!) besneden zou worden. Ze begroeven hun doden onder een eik, ze bouwden een altaar bij een eik, het heiligdom werd bij een eik opgesteld. etc. etc. Altijd weer herinnerde de eik hen aan de eed die God gezworen had. In Jesaja 61:3 wordt gesproken van “eikebomen der gerechtigheid‘. Logisch, want de eik spreekt van de God die recht doet aan Zijn heilig woord.

Als de eik het embleem is van de eed die God zwoer, dan weten we ook waarom God als teken van Zijn belofte, de vrucht van de eik (de eikel), zichtbaar liet maken.

de vrouw man-waarts
Het Hebreeuwse woord voor ‘man’ is ‘iesj’ en voor ‘vrouw’ is het ‘iesjah’. Heel letterlijk vertaald: ‘mannin’ (= een vrouwelijke man). Vergelijk het met onze vrouwelijke woorden boerin, herderin, meesteres, etc. De toevoeging van de letter ‘hé’ aan het einde van het woord geeft doorgaans richting aan. ‘Huis’ is ‘beit’ en ‘huiswaarts’ is ‘beitah’. Aarde is ‘arets’ en ‘ter aarde’ is ‘aretsah’. Punt is echter dat de vrouwelijke hé-uitgang fundamenteel eveneens een directional hé is. Een vrouw (iesjah) is van nature man-waarts, d.w.z. gericht op de man.

parallellen op een rijtje

man – vrouw Schepper – schepping
vrouw is uit de man
1Kor.11:8
schepping is uit de Schepper
vrouw is geschapen om de man
1Kor.11:9
schepping is geschapen om de Schepper
de vrouw is ondergeschikt aan de man
1Tim.2:12
de schepping is ondergeschikt aan de Schepper
de man is verantwoordelijk voor de vrouw
Ef.5:28
de Schepper is verantwoordelijk voor de schepping
de man verwekt de Schepper verwekt
1Petr.1:23
de vrouw wordt zwanger de schepping is ‘in blijde verwachting’ en in “barensnood”
Rom.8:22
de zwangere vrouw wacht op de verlossing de schepping die ‘in verwachting’ is, wacht op de verlossing
Rom.8:23

wekken, verwekken en opwekken
Verwekken, wekken en opwekken zijn in de taal van de Schrift één woord. Verwekken is daarmee taalkundig direct gelinkt aan de overwinning op de dood. Gewekt worden uit de slaap trouwens eveneens. Vandaar dat een haan, die de nieuwe dag aankondigt, van ouds geldt als symbool voor het Evangelie. De haan op de kerktoren roept a.h.w. “ontwaakt gij die slaapt en staat op uit de doden…”. Ef.5:14

de Man vervangen
In Romeinen 1 betoogt Paulus dat iedereen kan weten dat er een Schepper is. Want een schepping veronderstelt een Schepper. Punt. Vervolgens stelt Paulus ondubbelzinnig dat een maatschappij waar men God (niet: Godin!) VERVANGT door het schepsel, dat ook de man als beelddrager van God, VERVANGEN zal worden:
1. de vrouwen zullen de man vervangen voor de vrouw.
2. de mannen zullen het mannelijke loslaten, en ‘verwijfd’ worden.
Homosex is het eindresultaat van een afdwaling, waarbij de Man (>God) is weggeredeneerd.
Let op het dubbele “vervangen” in vers 25 en 26 én op het “daarom” aan het begin van vers 26.

Concordante(re) vertaling Romeinen 1:25-27:

25. Zij immers vervangende waarheid Gods inde leugen en vereerden en dienen het schepsel naast de Schepper, die te prijzen is tot in aionen. Amen. 26. Daarom geeft God hen over aan schandelijke lusten, want hun vrouwelijken vervangen het natuurlijke gebruik in het tegennatuurlijke. 27. Eveneens verlaten de mannelijken het natuurlijke gebruik van het vrouwelijke terwijl zij in wellust voor elkander zijn ontbrand, mannelijken in mannelijken schandelijkheid bedrijven, terwijl zij het bindende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangen.

het vrouwelijke zal de man omvangen
In Jeremia 31 wordt geprofeteerd dat met Israël ooit een nieuw huwelijksverbond zal worden aangegaan. God zal iets nieuws scheppen op aarde: het vrouwelijke zal de man omvangen (vers 22). D.w.z. Israël zal als vrouw gemeenschap hebben met haar Man. In het Hebreeuws is kennen en gemeenschap hebben een identiek begrip.
De vrouw die de man omvangt is karakeristiek voor de normale verhouding tusen de beide geslachten. De man staat voor de inhoud, de vrouw voor de vorm.

staf en roede als mannelijke emblemen 
Heerschappij uitoefenen is een typisch mannelijke functie. Ondanks anders luidende beweringen van de emancipatie-beweging. Emblemen van heerschappij zijn een scepter, “de staf tussen de voeten” (Genesis 49:10) of “de roede”. Deze termen roepen niet toevallig associaties op met het mannelijke geslacht. In Openbaring 12:5 lezen we: “En zij baarde een mannelijken zoon, die al de heidenen zou hoeden met een ijzerenroede…”. De zoon is mannelijk, omdat hij de roede hanteert.

Share

Deuteronomium 22:5 en de vrouw in lange broek

Wednesday, March 11th, 2015

images19

In mijn mailbox de volgende vraag.

Dochter (…) had een gesprek met een vrouw over “mannen- en vrouwenkleding”.
De vrouw beweerde dat een vrouw volgens de Bijbel geen broek mag dragen.
Dit haalde zij uit Deuteronomium 22:5

Het kleed eens mans zal niet zijn aan een vrouw, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie zulks doet, is den HEERE, uw God, een gruwel.

Nu staan wij wel niet onder deze wet, maar hoe moeten wij dit dan opvatten?
Gaat dit ten diepste ook over de geaardheid/identiteit van man/vrouw en de daarmee samenhangende rangorde in onderschikking of heeft het specifiek met het volk Israël te maken?

Inderdaad, men zou kunnen volstaan met de opmerking dat wij als gelovigen uit de natiën “niet onder de wet” staan. De wet van Mozes werd gegeven aan één volk op de berg Sinaï en was bindend tot op Christus (Rom.6:14,15; Gal.3:25; 4:21). Denk daarbij ook aan andere instructies in ditzelfde bijbelhoofdstuk, zoals een wijngaard niet met tweeërlei zaad bezaaien (22:9). Of een kleed dragen van tweeërlei stof (22:11). Of gedraaide snoeren maken aan de vier hoeken van een kledingstuk (22:12). Is het niet inconsequent om het ene vers wel bindend te verklaren en het andere niet?

Daar komt bij dat het in Deut.22:5 helemaal niet gaat over het dragen van een broek door dames. Waarom zou een broek perse een mannenkledingstuk zijn? Zo’n uitspraak is zeer cultuurgebonden en uit de Bijbel in elk geval niet af te leiden. Zo is een lange jurk bij ons dameskledij maar in het Midden Oosten loopt de gemiddelde man er al duizenden jaren in rond.

“Het kleed van een man” waar Deut.22:5 over spreekt is overigens een niet al te nauwkeurige vertaling. Het woord namelijk dat hier weergegeven wordt met ‘kleed’ (Str.3627) komt honderden keren voor in het OT maar uitsluitend hier wordt het vertaald met ‘kleed’. Meestal wordt het weergegeven met ‘voorwerpen’, ‘instrumenten’ en ‘(wapen-)tuig’. Aan dat laatste hebben we vermoedelijk te denken in Deut.22:5 omdat hier ook niet het gewone woord voor ‘man’ wordt gebruikt maar ‘qeber’ dat is man die als man optreedt, een meester. Het gaat in dit vers niet slechts om een kledingstuk van de man maar om zijn hele uitrusting. M.a.w. dit vers doelt op een vrouw die zich vermomt als man.

En deze laatste vaststelling brengt ons ook bij de clou. Deut.22:5 veroordeelt travestie, d.w.z. het zich opzettelijk willen voordoen en kleden als de andere sekse. Feitelijk is daarmee de betekenis van dit verbod helemaal niet beperkt tot het oude verbond voor Israël. Het voert ons namelijk terug naar den beginne, toen God de mens schiep, “mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen” (Gen.1:27). Ziedaar de seksuele identiteit van de mens. In de Bijbel wordt de seksuele identiteit (of geaardheid) van de mens nooit gedefinieerd door gevoelens of neigingen. De Bijbel kent b.v. geen homofiele of pedofiele geaardheid. Integendeel: zulke gevoelens en neigingen demonstreren juist een vervreemding van onze seksuele identiteit. Ongeacht wat daarvan de oorzaken moge zijn. En travestie is een ander voorbeeld van zulke seksuele vervreemding (desoriëntatie). De bedoeling van elk mens is te worden, wie hij of zij is. Mannelijk of vrouwelijk.

Reageer op Facebook

Share

Pauw, Segers en Spong in het duister

Tuesday, November 25th, 2014

Vorige week vrijdag vond een interessante discussie plaatst in het tv-programma ‘Pauw!’. Eerder die dag had de rechtbank van Amsterdam een galeriehouder vrijgesproken van strafvervolging, ondanks dat deze het verboden boek Mein Kampf’ van Hitler had verkocht. De bekende advocaat Gerard Spong (jood en homo-activist) verdedigde in deze discussie de galeriehouder terwijl het Tweede Kamerlid van de Christen Unie, Gert-Jan Segers pleitte voor een verbod op ‘Mein Kampf’.

De uitgesproken atheïstische programmamaker Jeroen Pauw rook kennelijk bloed door Gert-Jan Segers te laten plaatsnemen. Via een één-tweetje met Gerard Spong konden zij gemakkelijk scoren tegen deze christen-politicus. Spong betoogde dat als men ‘Mein Kampf’ wil verbieden vanwege het aanzetten van haat tegen Joden, dat de Bijbel dan eveneens verboden dient te worden omdat daarin haat gezaaid wordt tegen homo’s. Ter ondersteuning van deze stuitende vergelijking liet Jeroen Pauw vervolgens een acteur Leviticus 20 vers 13 voordragen, dat zegt:

Een man die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijk geslacht, zoals men gemeenschap heeft met een vrouw, beiden hebben een gruwel gedaan, zij zullen zeker ter dood gebracht worden, hun bloedschuld is op hen.

een fuik

Gert-Jan Segers verweerde zich door te verklaren dat er niet één christen is, die op basis van deze tekst het doden van homo’s promoot en ook dat men deze bijbeltekst in haar context dient te bezien. Welke context dat dan is, werd helaas niet helemaal (of: helemaal niet) duidelijk. Bovendien weersprak Spong de eerste claim van Segers door er op te wijzen dat vele christenen in Oeganda in de voorgelezen tekst in Leviticus, een rechtvaardiging vinden voor het vermoorden van homo’s. En hij werd daarin bijgevallen door journalist Peter R. de Vries die opmerkte dat ook in de Verenigde Staten vele christelijke activisten op datzelfde standpunt staan. Kortom, als Segers ‘Mein Kampf’ wil verbieden dan kunnen anderen op grond van hetzelfde type argumentatie pleiten voor een verbod op de Bijbel. En zo liep Gert-Jan Segers vast in een fuik waarin hij weinig meer kon dan wat tegensputteren. In plaats van een aanval op ‘Mein Kampf’ werd dit deel van de uitzending meer een aanval op de Bijbel van christen-politici.

contra-productief

Het bekijken van genoemd programma bracht mij tot een paar overwegingen. In de eerste plaats bleek maar weer eens hoe contra-productief christelijke politiek kan zijn. De poging vanuit deze hoek om de vrijheid van meningsuiting in te perken en het promoten van boekcensuur, is een zwaard dat vooral haarzelf treft. In plaats van blij te zijn met de vrijheden die aan minderheden worden toegekend, tracht men andere minderheden die vrijheden te ontnemen. In het verleden deed de christelijke politiek dat ook, maar toen konden ze nog rekenen op  een brede steun vanuit de samenleving. Inmiddels zijn christenen slechts een minderheid geworden en zien mensen als Pauw en Spong hun kans schoon om die hoog-van-de-toren-blazende christenen eens een toontje lager te laten zingen. Deze tv-uitzending was daar een fraai en tevens ontluisterend voorbeeld van.

onderscheiden

Een tweede overweging die bij mij opkwam is het grote belang van het lezen van de Schrift met onderscheidingsvermogen. In staat zijn te onderscheiden aan wie en voor wanneer een woord gericht is. Om bij het gegeven voorbeeld te blijven: Leviticus 20:13 maakt deel uit van ‘het oude verbond’ dat God met Israël als natie sloot en sinds de dood en opstanding van Christus, beëindigd is. “Het oude verbond” was bovendien met opzet een “bediening van dood en veroordeling” om als contrast te dienen voor de “bediening van leven en rechtvaardiging” onder het nieuwe verbond (2Kor.3:7-9). De wet was een schaduw van wat zou komen (Hebr.10:1). Een schaduw d.w.z. in zichzelf duister. Bepalingen uit dit voorbije ‘stenen tijdperk’ (ik doel op de stenen tafelen van de wet) zou men dus niet zomaar één-op-één op vandaag overbrengen.

gedateerd

Mijn derde overweging is hoe gedateerd en cultuur-bepaald morele verontwaardiging kan zijn. Nog niet zo heel lang geleden gold homoseks hier algemeen als een verwerpelijke daad. Dat standpunt werd breed gedragen, zelfs door niet-christenen. In andere delen van de wereld (vooral in Azië en Afrika) geldt het nog steeds als een gruwelijke praktijk. Homoseks staat daar grotendeels nog steeds op één lijn met seks met dieren of incest. Wie in zulke landen dit praktiseert, kan rekenen op dezelfde publieke veroordeling als iemand die in ons land homoseks afwijst.
Dezelfde omroep (VARA) die nu het programma ‘Pauw!’ uitzendt, bood dertig jaar geleden podium aan voorstanders van pedoseks omdat dit destijds als progressief gold. Dat zou nu ondenkbaar zijn. Iets soortgelijks kan worden gezegd over het volkssentiment t.a.v. doodstraf. Het is hier en nu niet ‘politiek correct’ om deze strafmaatregel te verdedigen maar iedere keer weer blijkt (b.v. na een gruwelijke moord) dat er niet veel nodig is voor een omkeer in de publieke opinie.

van God los

We leven in een samenleving die ‘van God los’ is. Volgens de apostel Paulus is het God zelf die de mensheid die Hem niet wenst te erkennen als GOD, overgeeft in onreinheid en de ontering van het lichaam (zoals b.v. bestialiteit en homoseks; Rom.1:24-27). Hoe misplaatst is het daarom als christen-politici aan zo’n wereld Gods normen willen opleggen! Onderscheid de tijden. We leven niet onder “het oude verbond” of “onder de wet” maar evenmin is God vandaag bezig zijn Koninkrijk te openbaren of te vestigen. Dat is toekomstmuziek. Tot die tijd duurt “de tegenwoordige boze aeon” voort (Gal.1:4) en leven gelovigen als outsiders in “de verborgenheid” (Kol.3:1-3). Niet georiënteerd op wat ‘men’ zegt of de waan van de dag maar op het Woord van leven. Om als sterren te stralen in een duistere wereld (Filp.2:15).

 

Reageer op Facebook

Share

homofoob

Saturday, August 2nd, 2014

images_10

Op het moment dat ik dit schrijf, zaterdagmiddag 2 augustus, vindt in Amsterdam de Botenparade van de Gaypride plaats. Het lijkt tegenwoordig not done om in Nederland over zo’n happening iets kwalijks te zeggen. Als Nederlanders staan we ons er op voor ruimdenkend te zijn en verafschuwen uiteraard de agressie en het geweld dat homo’s in nogal wat landen treft. Maar die ruimdenkendheid houdt meestal op wanneer mensen anders over homoseks denken, dan tegenwoordig gangbaar is. Een mens moet vrij zijn om te denken en te zeggen wat hij wil, zolang men homoseks maar normaal vindt. Libertijnse dictatuur. Een voorbeeld dat dit denken illustreert is het tegenwoordig veel gebruikte woord homofoob. Dat schijnt een heel kwalijke aandoening te zijn. Internet-encyclopedie Wikipedia zegt over dit woord:

Homofobie (van de afkorting homo voor “homoseksueel” en fobie, “vrees, angst”; beide woorden komen van het Grieks) is letterlijk de angst voor homoseksualiteit. Het woord is in de twintigste eeuw gevormd, echter met als betekenis: een haat voor of afkeer van homoseksuelen en homoseksualiteit

Dit is wat  tegenwoordig  framing genoemd wordt, d.w.z. met een uitgekiende woordkeus het debat naar je hand zetten. Welk weldenkend mens wil op één hoop gegooid worden met homohaters en potenrammers? Wie vandaag in het (zogenaamd) verlichtte Nederland beweert dat homoseks onnatuurlijk is, krijgt het label ‘homofoob’. Je mag dan sowieso geen trouwambtenaar meer zijn maar ook vele andere publieke functies zijn niet langer beschikbaar. Men is dan moreel gediskwalificeerd. Velen verkiezen daarom hun mening maar heimelijk voor zich te houden en durven er niet mee ‘uit de kast te komen’… Het kan verkeren.

Het hele spraakgebruik rond dit onderwerp is trouwens nogal gemanipuleerd. Zo is het woord ‘homo’ niet-specifiek en daarom dikwijls verwarrend. Is een homo een homofiel (=iemand die zich aangetrokken voelt tot hetzelfde geslacht) of een homoseksueel (iemand die aan homoseks doet)? Een nogal groot verschil. Of men iets in aanleg is of praktiserend. Een pedofiel is iemand die zich seksueel aangetrokken voelt tot kinderen terwijl een pedoseksueel daadwerkelijk seks met hen heeft. Het eerste is een afwijkende seksuele oriëntatie het tweede geldt als een strafbaar feit. Dit laatste voorbeeld laat trouwens zien hoe trendgevoelig publieke opinies kunnen zijn, want in de 80-er jaren werd pedoseksualiteit openlijk op de Nederlandse televisie verdedigd en in ‘de linkse kerk’ ook breed geaccepteerd.

Een ander voorbeeld van framing rond dit thema is het woord ‘geaardheid’. Een geaardheid is aangeboren. Maar is homofilie aangeboren? Volgens hersenonderzoeker Dick Swaab wel, maar de meeste wetenschappers op dit terrein erkennen tegenwoordig dat dit allerminst vast staat. Een zekere aanleg (vatbaarheid) voor homofilie kan vastliggen in de genen, maar of men daadwerkelijk homofilie ontwikkelt, wordt bepaald door omgevingsfactoren (ervaringen, opvoeding, onderwijs, enz.). Het begrip ‘homofiele geaardheid‘ veronderstelt ten onrechte dat seksuele oriëntatie en voorkeuren voor de geboorte al vast zouden liggen.

Beweren dat homoseks onnatuurlijk is, is niet zozeer ethiek als wel natuurkunde. Het mannelijk geslacht is biologisch ontworpen voor het vrouwelijke geslacht en vice versa. Dat is anatomie. Het is ook een Schriftuurlijk gegeven. Paulus laat in Romeinen 1 zien dat de Schepper mannelijk is (>Hij) en waar de schepping (>vrouwelijk) de Schepper vervangt, vindt dit zijn weerslag in de acceptatie van homoseks (“mannelijken in mannelijken schandelijkheid bedrijvende”; Rom.1:27). Geestelijk en fysiek gedisoriënteerd, gericht op ‘de verkeerde kant’. Let op: Paulus heeft het niet over homofilie zoals in heel de Schrift geen woord te vinden is over homofilie. Dus ook geen woord van veroordeling. Paulus schrijft over homoseks, waar God volgens hetzelfde Romeinen 1, niets aan doet. Integendeel, Hijzelf geeft de mensheid daarin over (Rom.1:28).

Deze blog is geschreven n.a.v. de Gaypride maar laat niemand denken dat ik dit feestje zou willen verbieden of zelfs maar zou willen verstoren. Het Goede Bericht op deze site is dat GOD een Redder is van alle mensen. Ongeacht of ze hetero-, homo-, bi,- of pedoseksueel zijn. U leest het goed: alle mensen! Seksualiteit is door de Schepper ontworpen en een uitbeelding van zijn liefde voor de schepping. Hij bracht d.m.v. Christus’ opstanding (erectie!) nieuw leven tot stand zodat de schepping sindsdien ‘in blijde verwachting’ is. Tot de verlossing komt (Rom.8:18-23)…
Zegt het voort!

 

Reageer op Facebook

Share

huichelarij #7: de boze natuur

Wednesday, June 11th, 2014

images20

Paulus voorzegt in 1Timotheüs 4 dat in latere dagen sommigen zouden zouden afstaan van het geloof en zich zouden keren tot leringen van demonen “in huichelarij van valse woorden” (4:1,2). Hij voegt daar aan toe (4:2,3):

… verbiedende te trouwen, zich te onthouden van spijzen die God schept om tot zich te nemen met dankzegging…

Het is niet moeilijk om in deze woorden het latere verplichte celibaat en het verplichte vasten te herkennen. Al spoedig zouden in de kerkgeschiedenis die stemmen inderdaad opgaan. Het lijkt misschien wat overdreven van Paulus om dit “leringen van demonen” te noemen.  Maar dan ontgaat ons de boosaardige gedachte die achter deze leringen schuilgaat. Luister naar Paulus’ motivatie:

Want elke schepping van God is goed en niets verwerpelijk, als [het] met dankzegging in ontvangst genomen wordt.

Het verplichte celibaat en het verplichte vasten blijken niet op zichzelf te staan. Het is een ontkenning dat Gods schepping goed is. Het goede dat een mens kan genieten in het huwelijk (lees: seksuele gemeenschap) en eten, zou verwerpelijk zijn. De basis van dit denken vinden we terug in klassiek-christelijke formuleringen. Niet alleen binnen de Rooms Katholieke kerk. Zo spreken ook ‘de drie formulieren van Enigheid’ van “de verdorven natuur” van de mens. Dat kent de Schrift niet. Want niet de natuur is verdorven maar juist het afwijken van de natuur (Rom.1:26,27). Of wat dacht u van veel bijbelvertalingen die in 1Kor.2:14 over “de natuurlijke mens” spreken. Ten onrechte, want Paulus spreekt niet van de natuurlijke mens maar van “de zielse mens”. De natuur is goed. Het afwijken van de natuur is fout.

Met de “verdorven natuur” van de mens kwam ook het idee dat de mens zijn eigen vlees zou moeten haten en daartegen zou moet strijden. Al deze formuleringen hebben gemeenschappelijk dat ze het lijfelijke en de lust als verwerpelijk beschouwen. Maar het is een ontering van God als Schepper van alle dingen. Het genieten van een maaltijd of een goed glas wijn is een gave van God. En niemand minder dan de Schepper zelf is de bedenker van seks en het verlangen daarnaar. Van oudsher huichelt de kerk hierover. Men zegt dat Gods schepping goed is maar men bedoelt dat de menselijke natuur boos is. Waarom zou men kinderen hebben geïnstrueerd om met de handen boven de dekens te slapen? Men was bang dat ze het eigen lijf zouden ontdekken en begeerten zouden worden opgewekt. En waarom denkt u dat men zelfbevrediging onanie noemde, terwijl wat Onan deed, daar niets mee te maken heeft?

Het is juist de (seculiere) wereld die op dit terrein “de huichelarij van valse woorden” feilloos aan de kaak weet te stellen. Hoeveel ‘geestelijken’ zijn de laatste decennia niet door de mand gevallen vanwege hun vergrijp aan jongens en meisjes? In het donker doen wat men op klaarlichte dag veroordeelt. Dat is huichelarij. Maar het is nog erger. Paulus spreekt in dit verband van een “gebrandmerkt geweten” d.w.z. een geweten dat is dichtgeschroeid (1Tim.4:2). Met een vroom gezicht preken tegen de natuur en onderwijl misbruik maken van de eigen machtspositie en tal van jonge mensen levenslang in de vernieling helpen. Dat is gewetenloos. Het zijn de wrange vruchten van “leringen van demonen”. Leringen die hun wortels hebben in het verwerpelijk achten van God goede schepping.

Reageer op Facebook

Share

pornografie en Matteüs 5:28

Saturday, November 30th, 2013

1_blog_5

De laatste week kwam ik diverse artikelen tegen in de christelijke pers over het verschijnsel pornografie. Veel christenmannen tobben daar namelijk enorm mee. Het is algemeen bekend dat de fixatie op seks nergens zo groot is als juist in godsdienstige kringen waar men dit juist probeert te onderdrukken. Als ergens blijkt dat de wet de zonde prikkelt (1Kor.15:56; Rom.7:5,8), dan is het wel op het gebied van seks. Terwijl men probeert de schone schijn op te houden, praktiseert men in het verborgene wat men met de mond veroordeelt.

Een kwalijke rol in dit alles speelt een hardnekkige misverstand rond Matteüs 5:28. Jezus zegt daar:

Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.

Deze woorden worden uitgelegd alsof ze zouden betekenen dat wie geprikkeld wordt door het aanzien van een willekeurige vrouw of daarover fantaseert, in zijn hart al een echtbreker is. Dat lijkt tamelijk absurd. Want hoe zou een jongen zich ooit seksueel kunnen ontwikkelen, zonder een meisje of een vrouw aan te zien om te begeren? Is dat zondig? Zou Jezus dat bedoelen in Mat.5:28? Nee, Jezus’ woorden zijn een toelichting op Exodus 20:17:

Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is.

Het gaat in dit vers om iets willen hebben, wat van een ander is. David had in z’n hart al echtbreuk gepleegd toen hij vanaf het dak van zijn paleis Batseba zag baden. Niet omdat hij geprikkeld was door Batseba’s naaktheid. Zou het daarbij gebleven zijn, dan was er niets aan de hand geweest. Het kwaad in Davids hart was, dat hij zich voornam Batseba toe te eigenen terwijl ze een andere man toebehoorde (zie 2Samuël 11:2,3).

Is het niet tragisch hoe christenen van oudsher worden opgezadeld met schuldgevoelens en wordt voorgehouden te strijden tegen het vlees (lees: tegen hun seksuele verlangens). Hopeloos, want daarmee worden ze vaak verknipt voor het leven. Hoe anders is het als we leren God te danken voor alles wat Hij geschapen heeft (1Tim.4:4). Dan strijden we niet tegen het vlees, zoals in menige kerk geleerd wordt. Dat is onnatuurlijk, want “niemand haat ooit zijn eigen vlees” (Ef.5:29). Ons vlees heeft sturing nodig, dat is waar, maar die leiding kan alleen effectief gegeven worden wanneer we ons lichaam liefhebben en aanvaarden dat God ons gemaakt heeft met verlangens en begeerten. Strijd daar niet tegen maar “verheerlijk God met je lichaam!”  (1Kor.6:20).

Reageer op Facebook

Share

hoererij in discussie

Monday, July 8th, 2013

seksuele immoraliteit?

Op nogal wat plaatsen in het NT wordt gesproken over ‘hoererij’. Een aantal voorbeelden uit Paulus’ brieven:

Vlucht voor de hoererij.
-1Korinthe 6:18-

Het is duidelijk, wat de werken van het vlees zijn: hoererij…
-Galaten 5:19-

Want dit wil God: uw heiliging, dat gij u onthoudt van de hoererij…
-1Thessalonika 4:3-

Wat bedoelt Paulus (en het NT in het algemeen) met ‘hoererij’? Meestal wordt deze vraag nogal vaag beantwoord met: hoererij is seksuele immoraliteit. Maar dat verschuift de vraag slechts, want wat is ‘seksuele immoraliteit’? Het begrip ‘moraal’ geeft sowieso geen enkel houvast want moraal verwijst naar de ‘heersende zeden’ (Lat. moris = gewoonte). Maar welk gezag heeft dat?  De moraal vertelt ons hoe men denkt (conservatief of progressief) maar dat is wat anders dan wat God zegt.

Het is van groot belang om scherp te krijgen wat de Schrift onder ‘hoererij’ verstaat. Want hoe zouden we kunnen vluchten voor de hoererij of ons er van onthouden wanneer we geen idee hebben van wat dat concreet betekent?

hoererij geen hoererij?

Deze week kreeg ik een artikel onder ogen waarin werd betoogd dat hoererij alle seksuele handelingen betreft die in Leviticus 18 worden opgesomd, zoals…

  • gemeenschap met een directe bloedverwant
  • gemeenschap met een aangetrouwd familielid
  • gemeenschap met een menstruerende vrouw
  • gemeenschap met de vrouw van een ander
  • gemeenschap van mannen onderling
  • gemeenschap met een dier

De redenatie in het artikel is: aangezien hoererij wordt gedefiniëerd als “onwettige seksuele gemeenschap” moeten we dus in de wet van Mozes te rade gaan om te weten wat onwettig is. Eén van de conclusies in het artikel is, dat aangezien betaalde seks niet in bovenstaand lijstje of elders voorkomt, dit dus (Bijbels gezien) geen hoererij is. M.a.w. het bed delen met een hoer is geen hoererij en dus oké, aldus het artikel. Zou het waar zijn?
Laten we het begrip ‘hoererij’ eens nader bezien.

porneia

Het Griekse woord voor hoererij’ is porneia, waarin we uiteraard het woord porno herkennen. Het is afgeleid van een werkwoord dat ‘betalen’ (>verkopen) betekent. In de letterlijke zin zien we dit bij ‘de verloren zoon’ die zijn bezit doorbracht met hoeren (Lucas 15:30). Maar de betekenis van een woord wordt uiteraard niet (alleen) bepaald door waar het van afgeleid is maar vooral door de manier waarop het wordt gebruikt. Het begrip hoererij blijkt breder dan alleen betaalde seks. Zo lezen we in 1Kor.5:1 over een man die het hield met de vrouw van zijn vader en dit wordt hoererij genoemd. Niet omdat voor het lichaam van de vrouw letterlijk betaald werd, maar omdat het gebruikt werd alsof het koopwaar is: vrijelijk beschikbaar voor de geïnteresseerde.

een ander dan de eigen vrouw

Om te weten wat hoererij is hoeven we niet te rade te gaan bij een lijst van seksuele verboden in de wet van Mozes. Hoererij is veel ouder dan Mozes en Paulus gaat voor zijn argumentatie dan ook niet terug naar Sinaï maar naar het eerste mensenpaar!

Of weet gij niet, dat wie zich aan een HOER hecht,
ÉÉN LICHAAM met haar is?
Want, zegt Hij, “die twee zullen tot ÉÉN VLEES zijn”.
-1Korinthe 6:16-

Paulus verwijst naar het allereerste woord in de Bijbel dat spreekt over seksuele omgang. Een Goddelijk statement:

Een man zal zijn vader en moeder verlaten
en ZIJN VROUW aanhangen
en DIE TWEE,
zullen tot ÉÉN VLEES zijn.
-Genesis 2:24-

Een man die gemeenschap heeft met een vrouw, is “één vlees” met haar. Voor wie is dat “één vlees”-zijn bestemd? Het antwoord luidt: voor een man en zijn vrouw. Zo staat het er. Niet voor een willekeurige vrouw maar voor de vrouw met wie hij wettig verbonden is voor het leven (Rom.7:2; 1Kor.7:39). Zoals Jezus later toelichtte:

Zo zijn zij niet meer twee, maar één vlees.
Hetgeen dan God samengevoegd heeft,
scheide de mens niet.
-Matteüs 19:6-

Terugkomend op 1Korinthe 6:16 stellen we vast, dat wie gemeenschap heeft met een hoer, één vlees is met een vrouw die niet de zijne is. Ziedaar de definitie! Hoererij is seksuele gemeenschap met een ander dan de eigen man of vrouw.

In 1Korinthe 7:2 borduurt Paulus op dit simpele gegeven voort:

… met het oog op de gevallen van HOERERIJ
laat ieder zijn EIGEN VROUW hebben
en iedere vrouw haar EIGEN MAN.

Kan het duidelijker? Ook in 1Thessalonika 4:3-5 laat Paulus zich op een zelfde wijze uit:

3 Want dit wil God: jullie heiliging,
dat jullie je onthouden van de HOERERIJ,
4 dat ieder van jullie ZIJN VAT wete te verwerven,
in heiliging en eer….

Door hoererij verwerft een man zich een vrouw die niet de zijne is (“zijn vat”).

Kortom, wanneer we in het NT lezen over onthouding van hoererij dan weten we exact wat daarmee bedoeld wordt. Zelfs zonder enige kennis van specifieke bepalingen die God in de wet van Mozes liet vastleggen.

Reageer op Facebook

Share

symphonie

Friday, June 14th, 2013

images_12

In 1Korinthe 7 reageert Paulus op kwesties die hem schriftelijk waren voorgelegd i.v.m. al of niet  trouwen (7:1). Korinthe was een havenstad die bekend stond om haar losbandigheid en hoererij (losse seksuele contacten) en met het oog daarop schrijft Paulus dat iedere man zijn eigen vrouw en iedere vrouw haar eigen man zou hebben (7:2). Ook adviseert Paulus dat seksuele onthouding binnen het huwelijk geen regel zou zijn. En in elk geval met “onderling goedvinden” (7:5). Van het Griekse woord dat Paulus hier gebruikt, is ons woord symphonie afgeleid. Letterlijk betekent dat: samen-klank. Het heeft bij ons de betekenis gekregen van een muziekstuk waarin tegelijkertijd verschillende muziekinstrumenten gehoord worden.

Is symphonie geen prachtig woord in het verband waarin Paulus het gebruikt? Seks is in menig huwelijk een bron van conflict en het kan echtgenoten uiteen drijven. Des te mooier wanneer op dit terrein in plaats van wanklank, symphonie mag klinken. Verschillende geluiden en toch harmonie. Dat kan alleen wanneer de man zich wegcijfert voor zijn vrouw en de vrouw voor haar man (7:4). Dan is liefde de toon die de muziek maakt.

Reageer op Facebook

Share

bij de beesten af

Wednesday, October 24th, 2012

Daarom geeft God hen over
in hartstochten van oneer,
want hun vrouwelijken vervangen het natuurlijk gebruik
in het naast-natuurlijke.
Paulus in Romeinen 1:26 (letterlijk vertaald)

In het voorgaande van Romeinen 1 betoogde Paulus dat elk mens weet heeft van God. God kan weliswaar niet gezien worden, maar zijn prestaties worden met het verstand doorzien (1:20). Anders gezegd: de schepping veronderstelt  een Schepper. Die twee (schepping en Schepper) verhouden zich als vrouwelijk en mannelijk. De Schepper is een “Hij”, de Verwekker (Vader) van al wat leeft. Terwijl de schepping een “zij” is en de rol van een zwangere vrouw vervult (Rom.8:22). Ze is “in blijde verwachting”!

duister
De wereld in het algemeen echter, rekent en vereert God niet als GOD (Rom.1:21), zo vervolgt Paulus. Daardoor wordt het duister in het onverstandig hart en lopen alle redeneringen per definitie op niets uit. In die duisternis verdwijnt ook het zicht op het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk. Waar de betekenis van deze begrippen de maatschappij ontgaat, zal dit ook haar weerslag krijgen in de seksuele verhoudingen (Rom.1:24,25).

HIJ wordt ingewisseld
De eerste vorm van ontering van het lichaam (1:24) die Paulus noemt, betreft “de vrouwelijken”. Deze formulering klinkt wat eigenaardig, maar de nadruk legt hij hiermee op het geslacht. Wat zegt hij van “de vrouwelijken”? Zij “vervangen het natuurlijk gebruik”. Hetzelfde werkwoord als in het voorgaande vers waar werd gesproken over het vervangen van “de waarheid van de God” door “het schepsel”. De “HIJ” wordt ingewisseld…

homoseks
De oriëntatie op “HEM” maakt plaats voor, zoals het er letterlijk staat “het naast-natuurlijke”. Gewoonlijk denkt men dat Paulus hier verwijst naar lesbische verhoudingen. Vóór die opvatting pleit dat hij schrijft over het verlaten van “het natuurlijk gebruik” (= gemeenschap met de man) én dat hij in het navolgende vers schrijft over (letterlijk) “mannelijken in mannelijken schandelijkheid bedrijvende“. Dat laatste is onmiskenbaar homoseks. Maar het moet opvallen dat in verband met “de vrouwelijken” in vers 26 zo’n beschrijving ontbreekt. Strikt genomen kunnen vrouwen dit ook niet onderling bedrijven. Anatomisch zijn alleen mannen in staat tot penetratie. Het mannelijke geeft, het vrouwelijke ontvangt. In de wet van Mozes wordt gemeenschap van mannen onderling, “een gruwel” genoemd (Lev.18:22). Maar over seksueel contact van vrouwen onderling wordt in het geheel niet gesproken. Zulk contact valt (Bijbels gezien) niet onder de noemer ‘gemeenschap’.

bestialiteit
Waar doelt Paulus dan wél op wanneer hij schrijft over “het naast-natuurlijke” in Romeinen 1:26? Zou dat niet precies dat zijn waar ook de wet van Mozes van spreekt?

… een vrouw zal niet staan voor een dier, om daarmee gemeenschap te hebben: schandelijke ontucht is het.
Leviticus 18:23 

Met “het naast-natuurlijke” doelt Paulus kennelijk evenals Mozes op bestialiteit – seksuele gemeenschap van een vrouw met een dier. En iedereen begrijpt dat dit “hartstochten van oneer” zijn. Met recht ‘bij de beesten af’.

 

Reageer op facebook

Share

wat is trouwen?

Wednesday, June 13th, 2012

Bovenstaande vraag lijkt op het eerste gezicht wellicht op het opentrappen van een open deur. Maar toen ik in de vorige blog naar voren bracht dat in de Bijbel hoererij sex is met een ander dan de eigen vrouw of man, riep dit in de reacties diverse vragen op. Is de wijze waarop wij ons wettig huwelijk vormgeven, de norm? Waar spreekt de Bijbel over de gang naar het stadhuis? Heeft het zogenoemde ‘boterbriefje’ Bijbelse grond? Het antwoord op al deze vragen is vanzelfsprekend: nee. Maar dan blijft de vraag: wat maakt een huwelijk tot een huwelijk?

in bed gesloten?
Sommigen menen dat een huwelijk (populair gezegd) in bed gesloten wordt. Op het moment dat men “één vlees” wordt (gemeenschap heeft) met een partner, is men getrouwd, zo is het idee. Maar dat lijkt me een misverstand, want dan had Paulus m.b.t. ongehuwden niet geschreven: “indien zij zich niet beheersen, laten zij trouwen” (1Kor.7:9). Zou de genoemde opvatting correct zijn, dan had Paulus opgemerkt dat zij die zich niet beheersen al getrouwd zijn.

trouwerij
In het Grieks, de taal waarin het ‘Nieuwe Testament’ is geschreven, is het woord voor ‘huwelijk’ hetzelfde als voor ‘bruiloft’. Als in Johannes 2:1 staat: “op de derde dag was er een bruiloft” dan wordt daar exact hetzelfde woord gebruikt (gamos) als in Hebreeën 13:4 “het huwelijk zij in ere bij allen”. In het Nederlands spreken we in beide gevallen van een ‘trouwerij’. Waarbij de trouwerij niet het feest is maar de officiële verklaring dat man en vrouw elkaar toebehoren.

ook Adam was getrouwd
Heel de Bijbel door wordt vaak kortweg vermeld: zij werd “hem tot vrouw” (Gen. 24:67; 34:8; Ruth 4:13). Het betekent dat vanaf dat moment beiden elkaar voor het leven toebehoren (Mat.19:6; 1Kor.7:39). Totdat de dood hen scheidt. De vormgeving van zo’n trouwerij kan eindeloos variëren maar karakteristiek voor de start is altijd dat het een officiële, publieke verklaring betreft.  Zelfs Adam was getrouwd met Eva, want zij heet “zijn vrouw” (Gen.4:1). Inderdaad, een stadhuis was er niet, menselijke getuigen evenmin en van een feest kon uiteraard ook geen sprake zijn. Toch verklaarde Adam Eva plechtig tot zijn vrouw toen hij zei:

Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal ‘mannin’ heten, omdat zij uit de man genomen is.
Genesis 2:23

Heel de mensheid (inderdaad, hier nog slechts een tweetal) wist: Eva behoort Adam toe. Om die reden voegt de schrijver (ook Adam!) er aan toe:

DAAROM zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn.
Genesis 2:24 

Conclusie: trouwen is de officiële, publieke verklaring dat een man en een vrouw elkaar voor het leven toebehoren.

 

Reageren op Facebook

Share