Archive for oktober, 2009

naar zijn rijkdommen…

vrijdag, oktober 30th, 2009
 Mijn God zal in al uw behoeften naar Zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus.
Filippi 4:19 (NBG)

Bovenstaand vers demonstreert perfekt waarom deze brief van Paulus, geschreven vanuit de gevangenis, óverloopt van blijdschap. Paulus kende een GOD die in elke behoefte voorziet! D.w.z. alles geeft wat nodig is, om STERK te zijn temidden van alle omstandigheden (4:11). Daarbij geeft Hij niet afgepast maar “naar Zijn rijkdom”. Letterlijk staat er “naar de rijkdommen van Hem”. Meervoud dus. Let vooral ook op het voorzetsel. Niet “uit Zijn rijkdommen” maar “naar Zijn rijkdommen. Wat is het verschil?

Een illustratie. Bill Gates vermogen wordt momenteel geschat op zo’n 40 miljard dollar. Stel, hij geeft een fooi aan een bedelaar op straat. Dan geeft hij uit zijn rijkdom. Maar wanneer diezelfde Bill Gates NAAR zijn rijkdom aan deze bedelaar zou geven, dan is die bedelaar in één keer schatrijk!

Welnu, de GOD van hemel en aarde, van goud, diamant en alle bodemschatten - die GOD voorziet ons, die geloven, naar Zijn rijkdommen. Niet (noodzakelijk) door ons aards goud of zilver te geven. Dat maakt een mens ook niet werkelijk rijk en al evenmin gelukkig. Voorbeelden te over daarvan. Echte rijkdom zit van binnen. Besef van genoeg te hebben. Zich bewust zijn van de stralende toekomst die wacht. Goud als edelmetaal is een beeld van “de hoop van de heerlijkheid GODS waarin wij roemen” (Rom.5:2). Onvergankelijk! Zoals zilver spreekt van “de losprijs voor ALLEN” die Christus Jezus op Golgotha betaalde (1Tim.2:6). Opdat daarmee de verlossing van het ganse mensdom gegarandeerd zou zijn (1Tim.2:4; 4:10)!

Wat een voorrecht om voor rekening te zijn van deze rijke GOD!

schik, schikken, geschikt

donderdag, oktober 29th, 2009

Zondag j.l. sprak ik over Filippi 4:4-7. Daarbij wees ik vanzelfsprekend ook op vers 5 waar we lezen:
“Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend” (NBG)
“Uw bescheidenheid zij alle mensen bekend” (St.Vert.)
“Laat uw inschikkelijkheid aan alle mensen bekend zijn” (Telos).

Tijdens de studie betoogde ik dat de weergave in de Telos-vertaling (inschikkelijkheid) het dichtst bij het Griekse woord ‘epieikes’ staat. Dat woord past ook perfekt in het verband van Filippi 4:6. Het vers staat ingeklemd tussen “verblijd u in de Here ten alle tijde” (vers 4) en “weest in geen ding bezorgd” (vers 6).  Wie beseft dat heel het leven in goede handen is en dat er nooit iets mis gaat bij GOD, heeft reden zich altijd te verheugen. Kan daarom ook onbezorgd zijn. Zal ook bekend gaan staan om zijn of haar inschikkelijkheid, dat is: in staat zich aan te passen aan de omstandigheden van het leven. Niet als prestatie of levenskunst maar als vrucht van het besef wie GOD is. Zelfs als we bidden, danken we Hem in één adem (4:6) omdat Hij altijd boven bidden en denken geeft. We vragen om zilver maar Hij geeft goud!

Dát is waar Filippi 4 over spreekt. Paulus wist uit ervaring wat overvloed maar ook wat armoede was (4:12). Hij kende verdriet en tranen (3:18). Maar in al deze omstandigheden was hij sterk in zijn Heer (4:13). Het besef dat alles onder Gods volmaakte regie valt, maakt dat we ons voortdurend verheugen en ons dankbaar kunnen schikken in de situaties van het leven.
Toch opmerkelijk dat schikken en schik hebben zo op elkaar lijken…

kinderen van één Vader?

vrijdag, oktober 23rd, 2009

VRAAG:
Zijn alle mensen kinderen van God?

ANTWOORD:
Dat hangt ervan af hoe we het bedoelen.

Alle mensen zijn als schepselen, uit God voortgekomen. Daarom is Hij hun Vader. “Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen?”, lezen we in Maleachi 2 vers 10. En Paulus zegt op de Areopagus tegen zijn toehoorders, zonder onderscheid te maken: “… daar WIJ dan van Gods geslacht zijn…” (Hand.17:29). 

Maar behalve dat de Bijbel spreekt van een schepping, spreekt ze ook van een nieuwe schepping. Dat is de schepping waarvan Christus door zijn opstanding uit de doden, de Eersteling is (Kol.1:18). ”Zo is dan wie in Christus is, een nieuwe schepping” (2Kor.5:17). Zij die “in Christus” zijn, heten om een extra reden ”kinderen van God” (Rom.8:16, 21; 1Joh.3:1, etc.). Zij zijn niet alleen schepselen maar nieuwe schepselen! Niet slechts geboren, maar wedergeboren (1Petr.1:3; Tit.3:5). Kinderen van God in de dubbele betekenis!

Er komt een moment dat alle tong zal belijden dat Jezus Heer is… tot eer van God de Vader (Filp.2:11). 
Dan zal Hij de Vader van alle mensen blijken te zijn.
In de vólle zin des woords!

sabbat of zondag?

dinsdag, oktober 20th, 2009

VRAAG:
Wat is het nu, sabbat of zondag? 

ANTWOORD:
1. De viering van de sabbat is een teken dat God speciaal aan Israël heeft gegeven (Exodus 31:13,17). Het sabbatsgebod in “de tien woorden”, geldt het volk dat God “uit het diensthuis Egypte heeft uitgeleid” (Ex.20:1). Niet de volkeren in het algemeen.

2. In Lev.23 worden twee hoogtijden beschreven die “daags na de sabbat” (=zondag) plaatsvonden. Voor beide hoogtijden wordt geen datum genoemd, maar alleen de dag in de week vastgesteld:
a. de dag van de eerstelingsgarve (Lev.23:11);
b. het “wekenfeest”, na de zevende sabbat (Lev.23:15,16).
De Here Jezus Christus stond op, op de dag van de eerstelingsgarve: daags na de sabbat en de eerste dag van de periode waarin men zeven sabbatten zou tellen. Meer info.

3. Sinds de dagen van de apostel Paulus is Israël als natie, tijdelijk op een zijspoor gezet (Rom.11:12) en verzamelt God Zich een volk uit de heidenen (Hand.15:14). In dit volk bestaat geen voorrang voor de Jood en is “de wet der geboden, in inzettingen bestaande” buiten werking gesteld (Ef.2:15). In de Gemeente zou men elkaar daarom niet oordelen inzake (al of niet kosher) eten en drinken, nieuwe maan of sabbat (Kol.2:16) of welk ritueel ook.

4. Van Israël “zijn de verbonden en de wetgeving” (Rom.9:4,5). Wanneer in de toekomst het nieuwe verbond voor hen in werking zal treden, zal de wet op een nieuwe wijze gaan functioneren. Niet langer als last maar als lust (Jer.31:33). Gedurende het Messiaanse rijk zal de sabbat als rustdag gelden (Jes.66:23).

5. Het zondagsgebod zoals dit al sinds de dagen van keizer Constantijn in de christenheid wordt onderwezen, vloeit voort uit een hopeloze verwarring van verschillende zaken. In plaats van te onderscheiden waarop het aankomt, mixt men sabbat en zondag, Israël en de Gemeente, oude en nieuwe verbond en wet en genade.

sinds wanneer Christus?

vrijdag, oktober 16th, 2009

VRAAG:
Was Jezus al niet de gezalfde (=Christus) vanaf zij doop in de Jordaan?

ANTWOORD:
Jezus werd inderdaad met heilige Geest en kracht gezalfd bij zijn doop door Johannes (Hand.10:38). Immers, toen hij opstond uit het water, daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer  (Mat.3:16). Deze gebeurtenis was een type van wat later zou plaatsinden, nl. toen Jezus uit het graf opstond. Want bij die gelegenheid ontving Hij definitief de Geest (=Leven) om nimmermeer te sterven (Hand.2:33). Op de Pinksterdag verklaarde Petrus openlijk aan zijn volksgenoten dat ”deze Jezus, gij gekruisigd hebt”, door God “én tot Heer én tot Christus is gemaakt” (Hand.2:36).

De zalving met de heilige Geest in de Jordaan was slechts een type en bovendien voorlopig. Jezus zou immers eerst nog moeten sterven en “de geest geven”. Vandaar dat als Petrus voorafgaand aan Jezus’ sterven verklaart: “U bent de Christus, de Zoon van de levende God” (Math.16:16), Jezus met nadruk verbiedt om tegen ook maar iemand te zeggen dat hij de Christus is (Mat.16:21). Pas ná zijn opstanding moest het ganse huis van Israël dit te horen krijgen (Hand.2:36). Want pas sindsdien is Jezus ten volle en definitief de Christus.

“Jezus Christus en die gekruisigd”

woensdag, oktober 14th, 2009

VRAAG:
In 1Kor.15 schrijft Paulus dat de opstanding van Christus, de basis van het Evangelie is. Hoe kan hij dan in de eerste hoofdstukken van diezelfde brief zeggen dat hij had besloten niets anders te verkondigen “dan Jezus Christus en die gekruisigd“?

ANTWOORD:
Wanneer de Bijbel het over Jezus Christus heeft, dan gaat het over Hem die door zijn opstanding “tot Heer en tot Christus is gemaakt” (1). Christus (=gezalfde), is een titel die aan Jezus is toegekend sinds hij de heilige Geest ontving en werd opgewekt uit de doden (2). Waarmee gezegd is, dat als Paulus spreekt over “Jezus Christus en die gekruisigd” hij daarbij denkt aan Degene die is opgewekt uit de doden.

Vanwaar dan in de eerste hoofdstukken van 1Korinthe het accent op “het kruis”? In hoofdstuk 1:21 lezen we:

Want daar de wereld in de wijsheid Gods door haar wijsheid God niet gekend heeft, heeft het Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen die geloven.

God heeft er behagen in om wat in de wereld voor ’wijsheid’ doorgaat, compleet te passeren. Hoe doet Hij dat? Door een dwaze boodschap te laten prediken. Paulus had veel theologische en filosofische kennis in huis, maar weigerde daarmee indruk te willen maken. In de christelijke wereld koketteert men al te graag met academische titels (professor X, doctor Y, dominee zus en doctorandus zo), om te laten zien dat men “echt niet gek” is. Maar Paulus deed geen moeite om voor ’wijs’ versleten te worden of om een voor de wereld ‘acceptabele’ en ‘correcte’ boodschap te prediken. Een ‘wetenschappelijk verantwoorde apologetiek’ (verdediging van het geloof) zou aan Paulus niet besteed zijn. God redt immers door een dwaze prediking. Hoezo dwaas? 

Want het woord des kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die behouden worden, is het een kracht Gods…
1Kor.1:18

Het kruis staat symbool voor de ultieme vernedering. Deze vreselijke dood hadden ”de beheersers van deze aion” (3), de religieuze elite in Jeruzalem, samen met de politieke machthebbers, toegedacht aan “Jezus van Nazareth”. Geen benul hebbend van wie hij werkelijk was en hoezeer hij beantwoordde aan het profiel dat de profeten van de Messias hadden gegeven. In al hun ‘wijsheid’ doodde men hem aan een paal (Gr.stauros). Maar laat nu uitgerekend via deze daad GOD Zijn kracht en wijsheid demonstreren door Jezus uit de doden op te wekken! 
Paulus predikte Iemand die voor de wereld slechts een “gekruisigde” is. Een kruis is immers het laatste wat men van Jezus vernomen heeft.

Ook ben ik, toen ik tot u kwam, broeders, niet met schittering van woorden of wijsheid u het getuigenis van God komen brengen. Want ik had niet besloten iets te weten onder u, dan Jezus Christus en die gekruisigd
1Kor.2:1,2

Wanneer Paulus zegt niets anders te willen weten dat “Jezus Christus en die gekruisigd”, geeft hij daarmee niet aan, dat hij niet de Opgestane zou hebben gepredikt. Integendeel: Jezus Christus IS juist de Opgestane! Kijken we naar de tegenstelling in  de context, dan zie we dat ”Jezus Christus en die gekruisigd” wordt geplaatst tegenover “schittering van woorden of wijsheid”. Paulus nam de (waanwijze) wereld niet serieus en beoogde evenmin door die wereld serieus genomen te worden. Hij probeerde niet te imponeren met filosofie en rethoriek maar was bereid een (in de ogen van de wereld) volstrekt belachelijke boodschap te verkondigen. De boodschap dat GOD de wereld redt door Iemand die aan een kruis stierf, is voor de godsdienstige wereld een aanstoot (=struikelblok) en voor de niet-godsdienstige wereld absurd en ridicuul. Dwaas dus.

…  een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid…
1Kor.1:23

Vandaag is dat nog steeds niet anders. Niettemin, die geroepen zijn, weten beter…

…  maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods en de wijsheid Gods
1Kor.1:23,24

———————————————-

voetnoten:
(1) Handelingen 2:36
(2) Handelingen 2:33; toen Jezus bij zijn doop uit het water opstond, daalde de heilige Geest als duif op hem neer. Dat was een beeld van wat enkele jaren later zou plaatsvinden toen Hij opstond uit de doden.
(3) 1Korinthe 2:8

God geen Schepper?

donderdag, oktober 8th, 2009

Was het een week geleden voorpagina-nieuws dat ‘Ardi’, de oudste oermens was gevonden, vandaag kopt het dagblad ‘Trouw’ met ‘God schiep niet, Hij scheidde’.

Alle vertalingen, commentaren en studies zeggen hetzelfde: de Bijbel begint met Gods schepping. Fout, meent professor Ellen van Wolde. „God is niet de Schepper.”
(…) Van Wolde (1954) spreekt morgenmiddag haar oratie uit; sinds begin dit jaar werkt ze als hoogleraar exegese van het Oude Testament aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Wat ontdekte deze hoogleraar?

Zo stuitte ze op (….) het werkwoord bara. Dat betekent volgens iedereen ’scheppen’, maar voor Van Wolde voldeed die vertaling niet meer. „Het klópte gewoon niet.”

Van Wolde verzuimt echter duidelijk te maken wát er niet klopt. Het enige wat ze aannemelijk maakt is dat het woord ‘bara’ ook de gedachte van ’scheiden’ in zich bergt. Maar dat wás al lang bekend (zie onder). 

Bij het werkwoord was God het onderwerp (God schiep…), gevolgd door ’steeds twee of meer lijdende voorwerpen’. Waarom schiep God niet één ding of dier, maar steeds meerdere?

Punt één: het is niet waar dat op het werkwoord scheppen altijd twee of meer lijdende voorwerpen volgen. Genesis 1:27: “En God schiep de mens (enkelvoud) naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem (enkelvoud).” Twee keer ’schiep’ en twee keer gevolgd door één lijdend voorwerp. De mán werd geschapen naar Gods beeld, ook volgens Paulus in 1Kor.11:7.  Daarmee gaat de stelling van van Wolde reeds in het eerste Bijbelhoofdstuk onderuit.
Punt twee: waarom volgt uit het feit dat God meerdere dingen schept, dat het woord ’scheppen’ niet meer voldoet? Wat is daarvan de logica?

Hoe komt de hoogleraar tot dit ‘nieuwe’ inzicht? Door bijbelstudie? Het komt volgens Van Wolde vooral door…

… nieuwe uitgaven van Mesopotamische teksten. De oudere waren nog gestempeld door de bijbelse opvattingen van de wetenschappers. Nu die wetenschap is geëmancipeerd, krijgen we beter inzicht in die teksten.” En daaruit blijkt dat ook in andere scheppingsverhalen uit het Nabije Oosten de godheid de hemel scheidt van de aarde.

Mythologische verhalen uit Mesopotamië werpen licht op de betekenis van Genesis één, aldus de professor. Voor wie de Bijbel serieus neemt, weet dat dat dit een omkering van zaken is. De Schrift claimt immers zichzelf uit te leggen opdat ze juist licht zou werpen op al het andere!

In plaats van de Hebreeuwse teksten te vergelijken met mythologische verhalen buiten de Bijbel, had deze hooggeleerde dame er wijs aan gedaan, het Griekse equivalent van ‘bara’ in het ‘Nieuwe Testament’ eens te onderzoeken. Want in de Griekse geschriften wordt God (evenals in de Hebreeuwse Bijbel), maar liefst een kleine veertig keer expliciet als Schepper beleden. En het Griekse werkwoord ‘ktizo’ betekent onmiskenbaar ’scheppen’ en niet ’scheiden’.

Er wordt nóg een interessante reden genoemd waarom prof. Van Wolde van het woord ’scheppen’ af wil. Het gaat om Jesaja 45:7.

„Dit heeft grote problemen veroorzaakt in de bijbelse theologie, van Calvijn tot heden, omdat hier zou staan dat God zelf het donker en het kwaad heeft geschapen.” Volgens Van Wolde is God niet de auteur van het donker en het kwaad, maar degene die „het licht vormt en van het donker scheidt, de vrede maakt en van het kwaad scheidt”.

God als Schepper van het kwaad, is een theologische “steen des aanstoots”. Dus komt het goed van pas het woord ’scheppen’ te veranderen in ’scheiden’… Waar mevrouw van Wolde ondertussen mee bezig is, is van GOD, de Schepper van ALLES (óók van het kwaad!), een miniatuur-god te maken. Een god naar haar beeld en gelijkenis.

Het gebruikelijke idee van scheppen-uit-niets, creatio ex nihilo, is een groot misverstand.

Klopt, creatio ex nihilo is een theologische uitvinding en (dus) een misverstand. De Bijbel zegt: “alle dingen zijn uit Hem…”. God schept uit Zichzelf en dat is iets heel anders dan uit niets scheppen.

God is de Schepper van hemel en aarde. Zoals de Schepper staat voor de ÉÉN, zo wordt de schepping gekenmerkt door de TWEE (scheiding): hemel en aarde, licht en duister, zee en land, goed en kwaad, etc. De GOD (aleph = 1) die deze schepping van dualiteiten (beth = 2) voortbracht, staat echter als een VADER (abba) garant staat voor de goede afloop: alles keert tot Hem terug! Aleph-beth-aleph: 1-2-1.

“Want UIT en DOOR en TOT HEM zijn alle dingen. HEM zij de heerlijkheid tot in de aionen” (Rom.11:36).

opdat hij niet sterve?

woensdag, oktober 7th, 2009
 

Van een bezoeker van de samenkomst zondag j.l. ontving ik onderstaande vraag: 

Ha Andre,
 
Afgelopen zondag kwam het er even niet van maar een vraag over jouw predikatie heeft mij toch wel bezig gehouden. Uitgaande van (…) de diverse onderdelen van het priesterlijk gewaad heb jij een aspect in het geheel niet aangeroerd met betrekking tot de belletjes in vers 35:

Aaron nu zal dit aanhebben, als hij dienst doet, en het geluid ervan zal gehoord worden, wanneer hij in het heiligdom komt voor het aangezicht des HEREN en wanneer hij naar buiten komt, opdat hij niet sterve.

Aangenomen dat ook hier een diepere laag (profetie) aanwezig is in de schrift vraag ik me nu even af waarom Aaron zal komen te sterven indien de belletjes niet hoorbaar zijn als hij naar buiten komt of uitgaat van het heiligdom.

Goeie vraag! Inderdaad liet ik het slot van vers 35 van Exodus 28 onaangeroerd en dit werd door meerdere luisteraars opgemerkt. Bij deze wil ik dit hiaat opvullen.

Onderwerp zondag was, hoe de zoom van het kleed van de hogepriester verwijst naar het tegenwoordige werk van Christus. Ga maar na: zoals de hogepriester in het heiligdom verkeerde (b.v. om de kandelaar van olie te voorzien), zo bevindt Christus zich als Hogepriester momenteel in het hemels heiligdom. Verborgen en onttrokken aan het oog. Tóch was de hogepriester wel te horen, omdat onderaan zijn kleed rondom gouden belletjes hingen. Zodra de hogepriester zich bewoog, was dit voor de oplettende luisteraar buiten het heiligdom te horen. De belletjes spreken van het Woord dat van Christus vernomen wordt buiten het hemels heiligdom. Zoals de zomen en belletjes over de aarde gingen, zo gaat het geluid van het Goede Bericht ook over de aarde. Inderdaad, het waren gouden belletjes. Goud is een edelmetaal (=roest niet) en verwijst naar de onvergankelijke heerlijkheid van het Evangelie.

En dan nu de vraag. In de concordante interlineair (ISA) lezen we het volgende (opgelet: van rechts naar links):

Zowel de NBG als de St. Vert lezen “opdat hij niet sterve”. Het is echter nog maar de vraag of deze vertalingen de tekst correct weergeven. In plaats van het redengevende “opdat” staat er eigenlijk “en”. Dan wordt dit de lezing:

Aaron nu zal dit aanhebben, als hij dienst doet, en het geluid ervan zal gehoord worden (….) en hij niet sterve.

Het idee in dit vers is niet, dat Aarons geluid gehoord moest worden opdat hij niet sterve. Nee, de gedachte lijkt veeleer te zijn dat Aarons geluid gehoord zou worden, tenzij hij zou sterven. Zolang de belletjes gehoord werden, wist men buiten het heiligdom dat de hogepriester leefde. Daarmee is trouwens bevestigd dat de gouden belletjes inderdaad verwijzen naar de levende Hogepriester.

Onder het Oude Verbond werd de ene priester opgevolgd door de andere “omdat zij door de dood verhinderd werden het te blijven”. (1) Aaron en zijn nakomelingen waren stervelingen. Dit in contrast met Hem die Hogepriester “naar de ordening van Melchizedek” werd “krachtens onvernietigbaar leven“. (2)

———————————————–

 Verwijzingen:
1. Heb.7:23
2. Hebr.7:17, 16

broodje aap

vrijdag, oktober 2nd, 2009

3D-reconstructie van de schedel van Ardipithecus ramidus alias Ardi (Illustratie Science)

Spectaculair nieuws in de media: oudste oermens heet Ardi. Ardi leefde (volgens de berichten) zo’n ruim 4 miljoen jaar geleden in wat tegenwoordig Ethiopië heet. Hieronder wat citaten bij elkaar gesprokkeld over wat o.a. NRC, Trouw en Volkskrant over haar te melden hebben. 

Als deze reconstructie klopt, moeten chimpansee en gorilla, onafhankelijk van elkaar, dezelfde evolutionaire stappen hebben gezet.

Als deze reconstructie klopt…”. Dat is het eerste wat het enthousiasme tempert. Ardi is namelijk het resultaat van veel puzzelwerk van hier en daar aangetroffen bot- en schedelfragmenten…

Dit is een van de belangrijkste ontdekkingen voor de studie van de menselijke ontwikkeling”, aldus David Pilbeam, curator in het Peabody Museum of Archeology and Ethnology van de Universiteit Harvard. (…)  Het vertegenwoordigt een geslacht dat mogelijk voorafging aan de Australopithecus, het geslacht dat aan ons geslacht Homo voorafging.”

Hoezo “één van de belangrijkste ontdekkingen voor de studie van de menselijke ontwikkeling” als het slechts gissen is, dat Ardi een voorouder van de mens is?

Ardi is een mensachtige die kan gelden als een mogelijk voorouder van de moderne mens…

En de krantenkoppen maar spreken over “de ontdekking van de oermens”. Over misleiding gesproken!

“Met Ardipithecus hebben we een ongedefinieerde vorm die nog niet ver in de richting van de Australopithecus is geëvolueerd. Als je van kop tot teen kijkt zie je een mozaïek dat noch chimpansee noch mens is”, zegt White.

In gewoon Nederlands: Ardi is een uitgestorven apensoort…

Hoewel haar neus niet zo lang was als die van veel hedendaagse apen gaf Ardi’s reukorgaan haar een aapachtige verschijning.

Nog eens: Ardi is een apensoort die thans kennelijk niet meer op aarde rondloopt.

Maar Ardi was niet de gemeenschappelijke voorouder van mens en chimpansee, die zo’n 5 à 6 miljoen jaar geleden moet hebben geleefd en waar de wetenschap zo naar op zoek is.

Moet hebben geleefd”. Volgens wie of wat? De wetenschap heeft de voorouder niet gevonden, dus vanwaar dat “moet”? Is hier misschien een vooroordeel in het spel?

Maar de moderne mensapen staan net zo ver van Ardi af als wij. Die voorouder moet dus een stuk primitiever zijn geweest.

“Moet dus…”. Volgens wie of wat? Antwoord: volgens onze evolutie-hypothese die gemeenschappelijke voorouders vooronderstelt.

In haar ontwikkeling stond Ardi nog ver van Lucy af, maar ze leek ook niet op chimpansee of gorilla. Ze liep rechtop, maar vermoedelijk nog niet vol overtuiging.

Klinkt ook al niet erg overtuigend.

Ook na Ardi en Lucy is het beeld allerminst helder. Australopithecus Lucy had vele neven en nichten, van wie het niet helemaal duidelijk is wie op de doorgaande lijn zat en wie op een doodlopende tak.

“Niet helemaal duidelijk” is een eufemisme voor “helemaal niet duidelijk”. Als de wetenschappers eerlijk zijn, komt de aap uit de mouw en moeten ze toegeven dat “het beeld allerminst helder” is en dwingen de feiten hen een groot vraagteken te zetten achter deze zogenaamde voorouder van de mens.

Maar ergens moet het sprongetje zijn gemaakt naar het geslacht homo, met bekende vertegenwoordigers als habilis, erectus en sapiens. Ook hier is niet met zekerheid te zeggen wat de evolutionaire hoofdlijnen waren.

Waarom “moet het sprongetje zijn gemaakt”? Waarom hardnekkig een “missing link” veronderstellen als de wetenschap daar tot dusver geen enkele aanleiding voor geeft?

De propaganda-machine van de evolutie-doctrine draait op volle toeren in dit 200-ste geboortejaar van Darwin. Maar nog steeds is er zelfs geen deukje geslagen in wat reeds sinds mensenheugenis bekend is, nl. dat Adam, ons aller voorvader is.
Niets maakt dit duidelijker dan deze ophef over een uitgestorven apensoort.

Gods bedrijfsrisico?

donderdag, oktober 1st, 2009

debat
Afgelopen dinsdagavond vond op de EO-televisie een debat plaats tussen aartsbisschop Wim Eijk en SP-coryfee Jan Marijnissen over de vraag ‘bestaat God?’. Voor wie interesse heeft heeft, kan dit gesprek o.l.v. Andries Knevel via ‘uitzendinggemist.nl’ bekijken en beluisteren. De bisschop claimde eerder in een TV-gesprek met Marijnissen het bestaan van God te kunnen bewijzen en kreeg daarvoor nu de gelegenheid dit waar te maken. Daar slaagde de sympathieke bisschop maar mondjesmaat in en hij nam vooral zijn toevlucht tot de middeleeuwse filosoof Thomas van Aquino. Van Marijnissen was daarmee natuurlijk niet tevreden en won dit debat dan ook, in mijn beleving en in boxtermen gesproken, op punten.

bedrijfsrisico
Een belangrijke reden waarom van Marijnissen niet in God kan geloven,  is, wat hij noemde “de imperfecte wereld”. Het lijden, natuurrampen, misdaad, kortom ‘het kwaad’, kan hij niet rijmen met het bestaan van een almachtig en liefdevol God. De bisschop antwoorde dat het kwaad uiteindelijk is terug te voeren tot de erfzonde, waarop Marijnissen verbijsterd tegenwierp dat volgens de Bijbel, God nota bene Zelf de boom in de hof had geplaatst en ook de slang had geschapen  die de mens verleidde! Ja inderdaad, zei de bisschop, met het scheppen van vrije wezens nam God “een geweldig bedrijfsrisico”.  En helaas is dat verkeerd uitgepakt…

een antwoord dat geen antwoord is
Dat was dus weer eens het traditioneel, kerkelijke antwoord op de vraag naar de oorsprong van het kwaad. Een antwoord dat geen antwoord is, want wie GOD zegt (>alwetend en almachtig), kán niet tegelijkertijd spreken van een bedrijfsrisico. Slechts iemand die niet alles weet en niet alles onder controle heeft, neemt risico’s. Met zijn antwoord wees de bisschop niet op GOD maar op een gelimiteerd bedenksel van de mens. Iemand die risiso’s neemt en dus niet alles onder controle heeft. Iemand die, sinds het mis is gegaan, probeert te redden wat er te redden valt. Dat probeert hij, want waarom zou het in de toekomst niet opnieuw mis kunnen gaan? Sterker nog: op voorhand staat al vast, dat veel van Gods schepselen uiteindelijk in de eeuwige verlorenheid zullen belanden. Dus geen ‘eind goed, al goed’ volgens ‘de kerk’. Is zo’n God geen misser en ‘loser’?!

God is GOD!
Het zogenáámd christelijke antwoord dat de bisschop verwoorde, berooft ons van een God die werkelijk GOD is. Die alles schiep en met alles een bedoeling heeft en dit ook realiseert. Een GOD die het kwaad een plaats geeft als donkere achtergrond, om Zijn liefde en heerlijkheid te laten schitteren. ”…Door lijden tot heerlijkheid”. Zo bewijst Hij Zijn Liefde voor al Zijn schepselen en alle mensen. En zoals heel de mensheid de gevolgen ondervindt van het eten van ‘de verboden vrucht’, zo zal diezelfde mensheid de gezegende vruchten plukken van de gehoorzaamheid van “de laatste Adam”. Niemand uitgezonderd!

In de hof van Eden vond geen bedrijfsongeval plaats en God hoefde niet over te schakelen naar plan B. Want nooit gaat er bij Hem iets mis. Dát is de GOD van de Bijbel en dát is met recht een GOED BERICHT!