naar thuis-pagina
laatste wijziging: 5 maart 2008

na de slachting het offer

Waarom werden offerdieren gedood?

Bovenstaande vraag klinkt misschien wat diepzinnig maar kan toch verrassend eenvoudig worden beantwoord: offerdieren moesten worden gedood... om geofferd te kunnen worden!
De essentie achter dit antwoord is daarin gelegen, dat het slachten niet hetzelfde is als het offeren van een dier. Een slachtbank is geen altaar. Het slachten van het dier was een noodzakelijke voorwaarde om het te kunnen offeren. Maar van het eigenlijke offeren is sprake wanneer, na de slachting het offerdier (of een deel daarvan) op het altaar kwam en in rook opsteeg. Het woord voor 'brandoffer' in het Hebreeuws heet letterlijk dan ook: offer van opstijging. Bijna standaard lezen we van dit opstijgen dat het "een liefelijke reuk voor de HERE" was (b.v. Exodus 29:41; Leviticus 1:2). Op grond van de rook van het offer, schonk God vergeving en verzoening (b.v. Leviticus 4:31,35; Genesis 8:21).

offers wezen vooruit

Het moet duidelijk zijn dat "het onmogelijk is dat bloed van stieren of bokken zonden zou wegnemen" (Hebreeën 10:4,11). De wet had namelijk slechts een schaduw van hetgeen zou komen (Hebreeën 10:1). De offeranden wezen vooruit naar de toekomst. En wel naar "het offer van het lichaam van Jezus Christus" dat in staat bleek eens voor altijd te heiligen (Hebreeën 10:10). Vandaar ook dat Hij "na één offer voor de zonden te hebben gebracht, voortdurend gezeten" is (Hebreeën 10:12).

Christus' geslacht en daarna geofferd

Maar wat is het offer van Jezus Christus? Waaruit bestaat voor God de "welriekende reuk" van Christus' offerande (Efeze 5:2)? Is dat Zijn sterven? Nee, want het hangen aan het hout noemt de Schrift geen liefelijke reuk maar integendeel, een vloek (Galaten 3:13). Dáárom ook, werd het op Golgotha drie uren duister. Jezus hing aan het hout "buiten de legerplaats" (Hebreeën 13:11,12), overgelaten aan zijn vijanden. In offertermen gesproken: op Golgotha werd Christus geslacht. Pas daarna, "ten derde dage" verrees Hij. "Hij steeg op uit 't graf", zegt een lied. Dát is de welriekende reuk voor God. Geen doodsgeur maar een geur ten leven (vergl. 2Korinthe 2:16)!

zonder bloedstorting geen vergeving?

"Zonder bloedstorting geschied er geen vergeving", zegt Hebreeën 9:22. Althans, volgens de meeste vertalingen. Het is een weergave die sinds eeuwen verantwoordelijk is voor een karikaturaal godsbeeld... God zou eerst bloed moeten zien alvorens te kunnen vergeven. Ziedaar het paradigma van de klassieke theologie. Maar ten onrechte. Want het woord voor 'vergeving' is letterlijk loslating is (zo ook vertaald in Luc.4:19) of bevrijding. Zou men het zó ook hebben weergegeven in Hebr.9:22, dan lost het raadsel zich in één keer op: "zonder bloedstorting geschied er geen bevrijding". Logisch, want zonder dood geen opstanding.

"Christus is gestorven voor onze zonden" (1Korinthe 15:4). Jawel, maar even verder vervolgt Paulus: "indien Christus niet is opgewekt, dan (...) zijt gij nog in uw zonden" (1Korinthe 15:17). Wie alleen weet van Golgotha, kent het offer van Christus niet. Die weet van de slachting van het volmaakte Lam van God. Maar de eigenlijke offerande vond plaats op de derde dag. Toen werd Hij verhoogd (>altaar) en steeg Hij op (>brandoffer) uit het graf. "Gode tot een liefelijke reuk"!

 

naar thuis-pagina