laatste wijziging: woensdag 3 juli 2002
 HOME


Begin 2001verscheen op internet (www.woord.org) een artikel onder de kop 'Alverzoening: worden alle mensen behouden?'. De auteur beantwoordt deze vraag met een uitdrukkelijk nee. Aangezien hij meerdere malen het artikel 'Veel Gestelde Vragen over Alverzoening' citeert, is het wellicht ter zake om eens nader in te gaan op zijn voornaamste argumenten. De rood gekleurde teksten zijn citaten uit het bewuste artikel.

OPPOSITIE TEGEN ALVERZOENING

verkeerde visie op de rechtvaardige God?

Het eerste wat de auteur (H.A.K.) tegen 'Alverzoening' meent te moeten aanvoeren is het volgende.
Dat God een God van liefde is, wil nog niet zeggen dat bij Hem alles door de beugel kan. God wordt in de Bijbel namelijk ook beschreven als een rechtvaardige God, die de mens zal oordelen “naar zijn werken” (Romeinen 2:6; 2Timotheüs 2:14 etc.). 
Deze bewering is voluit naar de Schrift... maar pleit in geen enkel opzicht tegen de evenééns Schriftuurlijke waarheid dat God een Redder is van alle mensen (1Timotheüs 4:10). Sterker nog: God zal de mens gaan oordelen (lees: richten) juist om hem of haar op de knieën en tot de hartelijke erkenning te brengen dat Jezus Heer is (Filippi 2:10,11). Juist door recht te doen en door alles recht te zetten zal Gods liefde erkenning vinden bij ieder mensenkind!
Mensen die geloven in de alverzoening, dat wil zeggen de behoudenis van alle mensen, hebben een verkeerde Godsvisie. Zij kennen het recht van God niet.
De Godsvisie van de Schrift luidt: "uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen" (Romeinen 11:36). Het heelal dat door God werd voortgebracht en door Hem wordt bestuurt zal ook haar bestemming vinden in Hem. Let wel: alles (Grieks: ta panta)! Dat is niet vanwege 'een tweede kans' zoals de auteur in dit artikel meermalen veronderstelt maar vanwege het feit dat God GOD is. "Wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet". In de Bijbel wordt het verlorene altijd weer gevonden. Waarom? Omdat de Eigenaar net zolang zoekt, totdat Hij het verlorene gevonden heeft (Lucas 15:4).

nu redding en later niet meer?

Uit de Bijbel is op te maken dat de mens nú in dit leven een keus dient te maken. De apostel Paulus schrijft in 2 Korinthe 6:2 over het ontvangen van Gods genade: Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid!
Paulus stelt hier inderdaad dat we nu leven in een dag van redding. Let wel: dag van redding en niet DE dag van redding zoals de meeste Bijbelvertalingen weergeven. De auteur legt alle nadruk op het het woordje 'de' terwijl uitgerekend dat woordje ontbreekt in de grondtekst! Trouwens, de apostel citeert hier Jesaja 49:8 waar gesproken over een dag van redding, te weten het herstel van Israël in de toekomst. Wanneer redding slechts beschikbaar zou zijn in de dag waar Jesaja over spreekt (nl. de toekomst), dan is het nu niet eens een dag van redding... 

geen vergeving in der eeuwigheid?

Waarom waarschuwde de Heer de ongelovige Farizeeën dat zij in hun zonden zouden sterven? (Johannes 8:21,24). Waarom waarschuwde Hij voor zonde tegen de Heilige Geest, waarvoor geen vergeving mogelijk was “in der eeuwigheid” (Markus 3:28,29; in Mattheüs 12:32 staat: “noch in deze eeuw, noch in de toekomende”).
De kracht van dit argument zou gelegen moeten zijn in de frase "in der eeuwigheid". Wanneer God in der eeuwigheid sommigen niet zal vergeven, tja, dan is het duidelijk dat er ook geen Alverzoening is. Maar een eenvoudige tekstvergelijking maakt duidelijk dat "in der eeuwigheid" geen correcte weergave is van het origineel. Het woord 'eeuwigheid' in de grondtekst is hetzelfde woord zijn als het woord 'eeuw' in Mattheüs 12:32. Stel nu, dat de Bijbelvertalers in Mattheüs 12:32 hetzelfde vertaalwoord hadden gekozen als in Markus 3:29. Dan was de volgende zin ontstaan: "het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuwigheid, noch in de toekomende". Absurd, nietwaar? Want aan een eeuwigheid komt geen einde. Maar juist daarom is het vertaalwoord 'eeuwigheid' ook niet correct! Wanneer men het Griekse woord 'aion' consequent weergeeft met 'eeuw', verdwijnen de belangrijkste  (zogenaamd) Bijbelse bezwaren tegen Alverzoening, als sneeuw voor de zon.

de toekomende eeuw het eindpunt der eeuwen?

... de toekomende eeuw is het Koninkrijk en dat is het eindpunt van de eeuwen. Daarná is er geen eeuw meer, althans dat is ons niet geopenbaard.
Dit is de clou van de problematiek. De auteur stelt dat de toekomende eeuw het eindpunt van de eeuwen is en dat er daarna geen eeuw meer zal zijn. Inderdaad, vanuit deze optiek is het heel logisch dat de schrijver de Alverziening niet ziet. Hij ziet namelijk niet verder dan de toekomende eeuw. En het is juist voorbij díe eeuw dat de dood als laatste vijand zal worden teniet gedaan en Christus' koninkrijk zal worden overgedragen aan God de Vader waarna God alles zal worden in allen. 
De toekomende eeuw is beslist niet het eindpunt der eeuwen. Het is de eerste van "de EEUWEN der eeuwen", zoals de goede weergave luidt van wat meestal vertaald wordt met "tot in alle eeuwigheden" (b.v. Openbaring 11:15). Efeze 2:6 spreekt van "de komende EEUWEN". 
Na de duizend jaren zal er een nieuwe hemel en aarde verschijnen en ook daar zal het Lam op de Troon zitten (Openbaring 22:1). Christus heerst daar aanvankelijk nog en dat betekent dat de laatste vijand op dat moment nog niet is teniet gedaan. De enige dood waarvan dan nog sprake is, is "de tweede dood". Wanneer ook deze zal zijn onttroont en dus alle mensen levend zullen zijn, dan zal God kunnen worden "alles in allen".

Alverzoening geen juiste term?

Bovendien blijkt uit het bovenstaande dat de term “alverzoening” niet juist is, want er zullen in ieder geval bepaalde mensen niet verzoend worden omdat ze zich bewust afkeren van het evangelie. Niet alle mensen worden verzoend, laat staan de duivel en zijn engelen!
De term 'Alverzoening' is direct ontleend aan Kolosse 1:20 (Grieks: apokatallaxai ta panta). Het heelal zal weder(-zijds) worden verzoend, hetzij de vijanden in de hemel, hetzij de vijanden op aarde. Bedenk daarbij dat in in dit Bijbelgedeelte 'alle dingen' betrekking heeft op AL het geschapene (1:16).
Soms meent men dat Alverzoening een weg buiten het Kruis om inhoudt. Maar het tegendeel is waar. God verzoend ALLES juist dóór het bloed van Kruis. Niemand zal om het Kruis heen kúnnen.

de grote lijn en 'woordjes'

Allereerst moet nog opgemerkt worden dat alverzoeners hun valse theorie nooit kunnen bewijzen uit de “grote lijn” van de Bijbel. Zij hanteren bij hun “bewijsvoering” altijd losse teksten en zijn dol op ‘woordjes’.
Ik ga maar voorbij aan de foutieve term 'alverzoeners' (volgens het bovengenoemde Kolosse 1:20 is er maar één Alverzoener: God Zelf). 
De grote lijn van de Bijbel spreekt van een God die alles doet wat Hem behaagt, Zijn Plannen volvoert en die alles nieuw maakt. Los van expliciete uitspraken in de Schrift ( 'losse teksten') is Alverzoening vandaaruit volstrekt logisch en in harmonie met het totaal van het Bijbels gedachtengoed. 

Mensen die liefde hebben voor iedere "tittel en de jota" en zich toeleggen op "de gezonde woorden" van de Schrift zijn inderdaad dol op 'woordjes'. Ze hebben een weerzin tegen een woordgebruik dat niet strookt met het origineel (denk maar aan woordjes als 'hel' en 'eeuwigheid'). 
Het spreekt vanzelf dat ze niet dol zijn op woordjes die ontbreken in het origineel (zoals 'de dag der zaligheid' in 2Korinthe 6:2)...

een niet ter zake doende tekst

Bij dit herstel van het Koninkrijk zullen mensen worden uitgeroeid. Het zijn de ongelovigen. Deze tekst (Handelingen 3:21, AP) spreekt juist tegen de alverzoening! Een bewijs dat een vers niet uit zijn verband moet worden geplaatst, zoals de alverzoeners doen.
Het noemen van deze tekst in dit verband is vechten tegen windmolens. Handelingen 3:21 spreekt niet vóór en niet tegen Alverzoening. Het heeft er gewoon niets mee te maken. Deze tekst slaat op het begin van Christus' heerschappij terwijl Alverzoening juist zal plaatsvinden aan het einde van Christus' heerschappij (1Korinthe 15:23-28).

Romeinen 5:18 moeilijk?

Ook hier zien we dat een tekst (Romeinen 5:18; AP) uit zijn verband wordt geplaatst. Alleen is dat helaas niet zo duidelijk, omdat dit gedeelte uit Romeinen 5 behoorlijk moeilijk is. Ik zal kort proberen een uitleg te geven. 
Romeinen 5:18 is een zo duidelijke statement, die hoeft niet uitgelegd maar slechts geloofd te worden. Een kind kan de waarheid van dat vers begrijpen. Door één mens zijn alle mensen zonder uitzondering tot sterven veroordeeld. Welnu, zó zullen óók door één mens alle mensen worden gerechtvaardigd ten leven. Dat is logisch en er is geen speld tussen te krijgen. De gekunstelde pogingen die mijn opponent vervolgens doet, heeft als onvermijdelijke conclusie dat de eerste Adam kennelijk veel meer is dan de laatste Adam. Terwijl  Romeinen 5 juist het tegendeel beweert.

Romeinen 5:17 het einde van een tussenzin

Alverzoeners gaan voorbij aan een belangrijk “woordje” in Romeinen 5:17. Het is het woordje “ontvangen”. "Want als door de overtreding van de ene de dood heeft geregeerd door die ene, veel meer zullen zij die de overvloed van de genade en van de gave der gerechtigheid ontvangen in het leven regeren door de Ene, Jezus Christus". Dit ontvangen van de gave der gerechtigheid is op grond van geloof! (Romeinen 3:21,22).
Dit is een misverstand. Het woord 'ontvangen' in Romeinen 5:17 heeft inderdaad betrekking op gelovigen. Maar wat de auteur kennelijk ontgaat is dat Romeinen 5:17 de afsluiting is van een tussenzin. Romeinen 5:18 maakt de zin af die de apostel was begonnen in vers 12. "Derhalve, gelijk door één mens de zonde in de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan...". Feitelijk is deze zin onaf omdat de vergelijking nog niet is gemaakt. We zouden verwachten dat Paulus in vers 13 zou gaan schrijven: "zó zal ook door één mens...". Maar nee, deze vergelijking moet wachten tot vers 18. Tot en met vers 17 stelt hij eerst nog enkele andere zaken aan de orde. Kort en goed: vers 18 is geen voortzetting van vers 17 maar van vers 12.

1Korinthe 15

Als u 1 Korinthe 15 rustig doorleest en vers 22 plaatst in de context, dan komt u er gauw achter dat het hier handelt over de opstanding en niet over eeuwig behoud. Uit niets blijkt dat de “levendmaking” hier te maken heeft met eeuwig behoud.
1Korinthe 15:22-28 spreekt noch van opstanding, noch van eeuwig behoud. Het spreekt over levendmaking, waarbij Christus de Eersteling is. Let wel: er staat niet dat allen in Christus zullen worden levendgemaakt. Nee: "... zó zullen ook in Christus allen worden levendgemaakt". Niet 'allen in Christus' maar "in Christus allen". Welke allen? De allen die in Adam sterven. Simpeler kan het niet! Het gehele mensdom zal de Eersteling Christus, in de levendmaking volgen. Net zoals de gehele mensheid Adam volgt in het sterven. Opnieuw is de vergelijking perfect. Slechts ongeloof verhindert ons de overweldigende logica en schoonheid van Paulus' mededeling te verstaan. 

Geve God dat meer mensen mogen komen tot aanvaarding van de duidelijke uitspraken in Gods Woord over de Redder, Levendmaker en Rechtvaardiger van alle mensen. De enige Alverzoener. 

supplement maandag 13 november 2001

is God uitsluitend een Redder van gelovigen?
Betekent dit (1Timotheüs 4:10) dat God alle mensen behoudt? Nee, deze tekst wil nog eens benadrukken dat God een Redder is van alle mensen, als ze zich bekeren. 
1Timotheüs 4:10 verklaart ronduit dat God een Redder is ván alle mensen. Mijn opponent voegt hier eigenmachtig aan toe: "als ze zich bekeren". En door deze toevoeging is Paulus' statement alsnog om zeep geholpen want in dat geval zou God slechts een Redder zijn vóór alle mensen.
Om deze fatale toevoeging te rechtvaardigen komt de auteur met de volgende redenering.
Daarom staat er bij: “het meest van de gelovigen”. Deze toevoeging zou geen zin hebben als alle mensen toch wel voor de eeuwigheid gered zouden worden.
Wat is dit voor een redenering?! De normale betekenis van "het meest van" (Grieks: malista) is: vooral, speciaal, inzonderheid. Dus: God IS een Redder VAN alle mensen, vooral, speciaal van gelovigen. Nee, verklaart onze opponent: God is een Redder uitsluitend van gelovigen. Neem me niet kwalijk, maar dit is niet erg gelovig...
Gelovigen ontvangen redding m.b.t. de toekomende eeuwen (aionen). Dit wordt genoemd een "eeuwige redding" (Hebreeën 5:9). De rest van de mensheid wordt levendgemaakt, gered, gerechtvaardigd en (wederzijds) verzoend  bij de beëindiging van Christus' heerschappij. Daarmee is God daadwerkelijk een Redder van alle mensen maar in het bijzonder van de gelovigen. En van dit woord zegt de apostel in dit gedeelte: het woord is betrouwbaar en alle aanneming waard. En: "beveel en leer dit" (resp. 1Timotheüs 4:9,11).

HOME