laatste wijziging: 18 februari 2002
 
Onderstaand artikel stond te lezen in het maart-nummer (2000) van het tijdschrift 'Profetisch Perspectief'

het komende millennium

Eindelijk is het dan zover. Het jaar tweeduizend is aangebroken. Het jaar tweeduizend jaar na Christus, zeggen we dan. We bedoelen: tweeduizend jaren na de gebóórte van Christus. De formulering 'na Christus' zou bij een onwetende buitenstaander de indruk kunnen wekken dat onze jaartelling rekent vanaf Christus' heengaan. Eerst dan begint immers de tijd 'na Christus'. Onderstaand artikel vraagt uw aandacht voor wat met recht het jaar 2000 na Christus zal zijn.
 

"na twee dagen"

De milleniumwisseling waar dit artikel over handelt neemt niet de geboorte van Jezus Christus als uitgangspunt maar het jaar van Zijn hemelvaart. Het jaar dus ook van Zijn sterven en van Zijn opstanding. Het jaar dat Hij met recht kon zeggen: "Ik zal heengaan, Ik wil wederkeren naar Mijn plaats". Lees de volgende belangwekkende woorden uit Hosea 5 en 6.
     14  Want Ik ben als een leeuw voor Efraim, en als een jonge leeuw voor het huis van Juda. Ik, Ik zal verscheuren en heengaan; 15  Ik zal wegnemen, zonder dat iemand redden kan. Ik zal heengaan, Ik wil wederkeren naar mijn plaats, totdat zij zich schuldig gevoelen en mijn aangezicht zoeken; wanneer het hun bang te moede is, zullen zij verlangend naar Mij uitzien. 1 Komt, laat ons wederkeren tot de Here! Want Hij heeft verscheurd, en zal ons helen; Hij heeft geslagen, en zal ons verbinden. 2  Hij zal ons na twee dagen doen herleven, ten derden dage zal Hij ons oprichten, en wij zullen leven voor zijn aangezicht. 3  Ja, wij willen de Here kennen, ernaar jagen Hem te kennen. Zo zeker als de dageraad is zijn opgang. Dan komt Hij tot ons als de regen, als de late regen, die het land besproeit.
In dit gedeelte wordt gesproken over de HERE die terugkeert naar Zijn plaats, de hemel. En over de lotgevallen nadien van het volk van Israël. In een paar pennestreken worden (inmiddels) ruim 19 eeuwen heilshistorie neergezet. Of moeten we in dit verband spreken van onheilshistorie? Hoe het ook zij, aan deze periode van onheil komt, zoals Godzijdank altijd, een einde. In niet mis te verstane bewoordingen vermeldt Hosea een "totdat". Puntsgewijs weergegeven heeft dit "totdat" de volgende karakteristieken:
    1. zij zullen zich schuldig gevoelen;
    2. het zal hun bang te moede zijn;
    3. zij zullen verlangend naar Mij uit zien;
    4. zij zullen wederkeren tot de HERE;
    5. zij zullen na twee dagen herleven;
    6. zij zullen op de derde dag worden opgericht;
    7. dan komt de HERE tot hen als de dageraad en de late regen.
Zoals ook Ezechiël in zijn beroemde 37-ste hoofdstuk, beschrijft Hosea 6 de dood en de opstanding van Israël. En de daarmee samenhangende terugkeer van de HERE. Want dat is in dit gedeelte zonneklaar: als Israël zich bekeert, dán komt de Heer terug. Daarover straks nog meer. Wat ons op dit moment het meeste boeit is de merkwaardige, cryptische manier waarmee het 'wanneer' van dit alles wordt beschreven. "Na twee dagen" en "op de derde dag". Hoe we het ook wenden of keren en of we het nu begrijpen of niet, dit is een tijdsaanduiding. De meeste uitleggers komen niet verder dan dat we daarin wellicht een verwijzing mogen zien naar de opstanding van Jezus Christus. Zo lezen we in de kanttekeningen van de Staten Vertaling bij deze verzen: "alszoo kunnen deze schoone Evangelische woorden (...) bekwamelijk geduid worden op de verrijzenis van onze Zaligmaker en Hoofd Jezus Christus ten derde dage, en op de heerlijke vruchten die (...) zijne kerk daarvan geniet". Is deze passage daarmee "bekwamelijk geduid"?  Nee, integendeel. Hosea 6 spreekt niet van de opstanding van Jezus Christus want er staat: "Hij zal ons doen herleven". Het spreekt evenmin van "zijne kerk" maar van Efraïm en Juda. We hoeven hier niet te 'duiden' maar slechts te lezen en te geloven. Onmiskenbaar spreekt Hosea over Israëls herstel én over de terugkeer van de HERE. "Na twee dagen" en "op de derde dag". Wat betekenen deze uitdrukkingen? Oftewel, wat is voor de Heer één dag?

wat ons beslist niet mag ontgaan

Deze vragen brengen ons als vanzelf naar het derde hoofdstuk van de tweede brief van Petrus. Deze zelfde Petrus hield ooit, tientallen jaren eerder, op het tempelplein, een toespraak tot de mannen van Israël. Hij vertelde hen dat wanneer zij zich zouden bekeren er "tijden van verademing" zouden komen. Dan zou ook de Christus, die in de hemel was opgenomen "tot de tijden van de wederoprichting aller dingen", teruggezonden worden [1]. Heel de prediking en de bijbehorende tekenen in het boek 'Handelingen' staan in dat perspectief. Gaandeweg tekent zich echter een tegengestelde ontwikkeling af. Want hoewel tienduizenden onder de Joden gelovig werden [2], blijven Israëls leidslieden vijanden van het Evangelie. Het einde van 'Handelingen' beschrijft daarvan de dramatische ontknoping. Bij monde van de heidenapostel Paulus wordt gezegd dat Israël zich (voorlopig) niet meer kan bekeren en dus evenmin door de Heer hersteld zal worden.[3] Het heil maakt een omweg naar de heidenvolken. Vanuit de gevangenis maakt Paulus een nieuwe huishouding (bedeling) bekend [4].

Terug naar Petrus. Oud geworden schrijft hij in zijn geestelijk testament het volgende:

    3. Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, 4  en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zo, als het van het begin der schepping af geweest is. (...) 8. Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat een dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als een dag.
Petrus stelt uitdrukkelijk dat ondanks de teleurstelling over het uitblijven van Christus' terugkeer, de belofte daaromtrent niet is ingetrokken. Zelfs van uitstel of vertraging is geen sprake. "De Heer talmt niet met de belofte". Petrus houdt inmiddels echter wel rekening met millennia. Dat is ónvoorstelbaar voor iemand die aanvankelijk dacht in termen van, hooguit decennia. De algemene opvatting bestond zelfs dat de apostel Johannes nooit zou hoeven te sterven, omdat hij geacht werd te blijven leven tot de terugkeer van Jezus Christus.[5] Maar, schrijft Petrus inmiddels met de allergrootste nadruk, "één dag is bij de Heer als duizend jaren en duizend jaren als één dag". Twee keer spreekt hij over een dag... en twee keer over duizend jaren. Letterlijk opgevat betekent deze uitspraak dat wanneer rond 2030 tweeduizend jaren gepasseerd zullen zijn sinds Christus' heengaan, er voor de Héér slechts... twee dagen verstreken zijn. Twee dagen! Is dit de sleutel om de cryptische mededeling van Hosea 6 te ontsluiten? Inderdaad, bij Petrus vinden we het ontbrekende puzzelstukje van Hosea. De "twee dagen" in Hosea duiden op twee millennia!

lankmoedig

Petrus voegt daar nog iets aan toe.
    9. De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.
De gebruikelijke uitleg van dit vers is: de Heer wacht met Zijn terugkeer om mensen nog in de gelegenheid te stellen zich te bekeren opdat zij niet verloren zullen gaan. Wanneer deze uitleg correct zou zijn, dan betekent dit dat de Heer grotendeels in Zijn opzet faalt. Immers, hoe langer Hij wacht, hoe meer mensen er ook verloren gaan. Hoeveel honderden miljoenen verlorenen had het niet gescheeld als Hij reeds in de dagen van de apostelen was teruggekomen?
Daar komt nog bij dat Paulus in Romeinen 9:19 vaststelt dat niemand Gods wil weerstaat. Het woord voor 'wil' dat Paulus daar gebruikt is identiek aan het woord dat in 2Petrus 3:9 gebruikt wordt. Het is het woord 'boulomai' dat duidt op 'bedoelen'. Gods 'boulomai' is 'onwederstandelijk', schrijft Paulus. Als God de bekering van allen bedoelt, dan bekeren allen zich. Punt uit.
Betekent dit dat alle mensen eerst tot bekering moeten komen, alvorens de Heer zal terugkeren? Nee, vanuit de Bijbel weten we beter. Maar Petrus schreef ook geen 'algemene brief'. Hij richt zich als "apostel der besnijdenis" tot het volk van Israël [6]. Deze tweede brief is net als de eerste geadresseerd aan "vreemdelingen in de diaspora (verstrooiing)" [7]. De "u" van 2Petrus 3:9 zijn Joden. De Heer is lankmoedig en wacht totdat allen van Israël tot bekering zullen komen. Met deze vaststelling krijgen we in één keer solide 'oudtestamentische' grond onder de voeten. Immers, wanneer (het overgebleven deel van) Israël zich zal bekeren, dán komt de Heer terug. We zagen dit al eerder bij Hosea. En Zacharia 13 voorzegt dat in de benauwdheid weliswaar twee derde van het volk zal omkomen maar ook dat één derde zal overblijven in het land. Zij zullen de naam des HEREN aanroepen. En geheel (dat) Israël zal gered worden! [8] Dáár wacht de Heer op. 2Petrus 3:9 plaatst ons dus midden in de omgeving van Israëls profeten.

de derde dag

De derde dag is in de Bijbel per definitie een bijzondere dag. Het is de dag van een nieuw begin, van nieuw leven. Dat begint al in Genesis één. Op de derde dag stijgt land op uit de (doods)wateren en verschijnt er voor het eerst leven. Abraham ontving zijn enige zoon (bij wijze van spreken) uit de doden terug... op de derde dag.[9] De HERE daalde op de berg neer, ten aanschouwen van het volk Israël en onder luid bazuingeschal... op de derde dag.[10] Esther krijgt de gouden scepter aangereikt... op de derde dag.[11] Hizkia verschijnt als herboren in het huis van God... op de derde dag.[12] Jona wordt door de grote vis uitgespuugd om alsnog zijn grote taak uit te voeren...op de derde dag.[13] De bruiloft te Kana vond plaats... op de derde dag.[14] En 'last but not least', Jezus Christus Zelf, de laatste Adam, stond als Eersteling op in onvergankelijkheid... op de derde dag![15]
Moet het dan nog verbazen dat ook de herleving van Israël en de terugkeer van de Heer zal plaatsvinden op "de derde dag"? De derde dag van duizend jaren. De dag van Israëls aanneming. Luister naar de apostel Paulus: "indien hun ( Israëls) verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden?" [16]

Ondertussen geachte lezer: binnen enkele tientallen jaren is een termijn van "twee dagen" verstreken. Pas op voor onvoorzichtige conclusies. Misrekeningen zijn al genoeg gemaakt. Maar wees u bewust van de ware 'New Age' die gloort. De derde dag!

 een wonderlijke afstand

In Jozua 3 vinden we de geschiedenis van de doortocht door de Jordaan. De Ark voorop en het volk Israël dat volgt. Vanuit de Hebreeën-brief weten we dat de Ark verwijst naar Israëls Messias. Hij in wiens binnenste de wet stond geschreven. Hij die de verzoening der wereld tot stand bracht. Hij die door de doodsjordaan ging om als Eersteling op de derde dag (!) nieuw leven aan het licht te brengen. Israël zal haar Messias navolgen. Maar op een afstand. Zoals ooit Jozua zei tegen het volk: "er zij tussen u en haar (de Ark) een afstand van ongeveer tweeduizend ellen..." (Joz.3:4).

voetnoten
1. Handelingen 3:19-21
2. Handelingen 21:20
3. Handelingen 28:25-31
4. Efeze 3
5. Johannes 21:19-21
6. Galaten 2:7-9
7. 1Petrus 1:1 & 2Petrus 3:1
8. Romeinen 11:26
9. Genesis 22:3/ Hebreeën 11:18
10. Exodus 19:11,16
11. Esther 5:1
12. 2Koningen 20:8
13. Jona 1:17
14. Johannes 2:1
15. 1Korinthe 15:4
16. Romeinen 11:15

 

 

HOME