ga naar thuis-pagina

DOORGELICHT
Bijbelvertalingen tegen het licht - 1Korinthe 1:9

NBG

"God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here."

Bijbelvertalingen tegen het licht. De rechterkant laat de correcte(re) weergave zien.

BETER

"God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap VAN zijn Zoon Jezus Christus, onze Here."

TOELICHTING:

Gemeenschap MET de Zoon is individueel. De gemeenschap VAN de Zoon echter (waar Paulus hier over schrijft) is een collectief. Het omvat allen die deelhebben aan de Zoon (= de Erfgenaam). Tesamen zijn zij "erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus" (Romeinen 8:17).

 

 

 

 

ARCHIEF - op volgorde van Bijbelboeken

NBG (OF ANDERE) VERTALING
WAAR?
BETER
TOELICHTING
"En de HERE zeide tot Noach: Ga in de ark, gij en geheel uw huis..."
Genesis 7:1
"En de HERE zeide tot Noach: Kom in de ark, gij en geheel uw huis..."
De HERE zei niet: "ga" maar "kom" in de ark. M.a.w Hijzelf was er al!
"Toen God op de zevende dag het werk voltooid had (...) rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had."
Genesis 2:2
"Toen God op de zevende dag het werk voltooid had (...) staakte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had."
Neem toch mijn geschenk, dat u gebracht werd...
Genesis 33:11
Neem toch mijn zegen, dat u gebracht werd
Jakob ontmoet Ezau, twintig jaar nadat hij hem de zegen had ontstolen. Jakob had zojuist een wonderlijke nacht achter de rug en hij liep mank. Jakob had het aangezicht van God gezien en was door Hem gezegend (hfst. 32). Nu kon hij de zegen aan zijn broer (terug-)geven. Het woord 'baraka' betekent niet 'geschenk' maar 'zegen'.
"... Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken, naar wier gebied de Here, uw God, u verstrooid heeft."
Deutreronomium 30:3
"... Hij zal weerkeren en u bijeenbrengen uit al de volken, naar wier gebied de Here, uw God, u verstrooid heeft."
Dit gedeelte kondigt de toekomstige terugkeer van het gehele volk naar het beloofde land aan. Maar dat niet alleen: hier wordt ook gezegd wannéér dit zal plaatsvinden. Het zal o.a plaatsvinden (zoals vers 3 en 9 letterlijk zeggen) als Yahweh "zal weerkeren".
"... ieder van hen slingerde met een steen tot op een haar, zonder te missen."
Richteren 20:16
"... ieder van hen slingerde met een steen tot op een haar, zonder te zondigen."
"En het gehele huis van Achab zal omkomen; Ik zal van Achab al wat mannelijk is uitroeien..."
2Koningen 9:8
"En het gehele huis van Achab zal omkomen; Ik zal van Achab al wat tegen de wand plast uitroeien..." (letterlijk vertaald)
"Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en het mensenkind, dat Gij naar hem omziet? Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond."
Psalm 8:4,5
"Wat is de sterveling, dat U hem gedenkt, en de zoon des mensen, dat U hem bezoekt? U hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond." (vergl. Hebreeën 2:5-8)
"Alles wat adem heeft, love de HERE. Halleluja."
Psalm 150:6
"Alles wat adem heeft, zal de HERE loven. Halleluja."
"Dat is een kwade bezigheid, die God aan de mensenkinderen gegeven heeft om zich daarmee te kwellen."
Prediker 1:13
"Dat is een kwade bezigheid, die God aan de zonen der mensheid gegeven heeft om hen daarmee te verootmoedigen."
"Wie wil hij kennis leren en wie wil hij een openbaring doen verstaan? Hun die van de melk gespeend, aan de borst ontwend zijn?"
Jesaja 28:9
"Wie wil hij kennis leren en wie wil hij een openbaring doen verstaan? Hun die van de melk gespeend, aan de borst ontwend zijn."
De eerste zin is een vraag. De tweede zin geeft het antwoord. Kennis leren en een openbaring doen verstaan, wil God aan hen die het melk-stadium voorbij zijn.
"... als iemand voor wie men het gelaat verbergt..."
Jesaja 53:3
"... als Iemand die het aangezicht voor ons verbergt..."
"En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel...."
Daniël 12:3
"En de verstandigen zullen waarschuwen als het waarschuwen van het uitspansel"
Het Hebreeuwse woord 'zahar' (Str. 02094) komt 22x voor in het OT en wordt overal, behalve hier, vertaald met 'waarschuwen'. De verstandigen (masjkiliem) in de eindtijd zullen niet stralen maar waarschuwen voor de gevaren die voor Israël dreigen. Zoals de kleur van de hemel, het komende weer aankondigt, zo weten de verstandigen de tekenen der tijden te onderscheiden (vergl. Matteüs 16:3)
"Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben..."
Zacharia 12:10
"Ik (= de HERE) zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen Mij aanschouwen, die zij doorstoken hebben..."
"... en Ik zal mijn hand keren tegen de kleinen."
Zacharia 13:7
"... en Ik zal mijn hand keren over de kleinen."
"Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur."
Matteüs 5:22
"Wie tot zijn broeder zegt: Raka, zal vervallen aan de Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het vuur van Gehenna."
"... dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels..."
Matteüs 24:30
""... dan zullen alle stammen van het land zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels..."
Het woord 'aarde' en 'land' zijn in het Grieks (en het Hebreeuws) identiek. Omdat hier geen sprake is van alle volken maar van alle stammen, hoort hier 'land' (lees: Israël) te staan en geen 'aarde'.
" Begrijpt gij niet, dat al wat van buiten in de mens komt, hem niet onrein kan maken, omdat het niet in zijn hart komt, maar in de buik, en er te zijner plaatse uitgaat? En zo verklaarde Hij alle spijzen rein."
Marcus 7:18,19
" Begrijpt gij niet, dat al wat van buiten in de mens komt, hem niet onrein kan maken, omdat het niet in zijn hart komt, maar in de buik, en er te zijner plaatse uitgaat, reinigende alle spijzen."
Jezus heeft zich gedurende zijn leven altijd aan de aan Israëls gegeven spijswetten gehouden. Hij predikte niet de ontbinding maar de vervulling van de wet (Matteüs 5:17). Jezus verklaart in Marcus 7 NIET alle voedsel rein. Dat is de suggestieve lezing van o.a. de NBG-vertaling. "En zo verklaarde Hij" is puur een toevoeging van de vertalers. Jezus spreekt hier discreet over de stoelgang waarin het lichaam zich verschoond van het voedsel.
"... omdat voor hen geen plaats was in de herberg."
Lucas 2:7
"... omdat voor hen geen plaats was in het vertrek."
"En toen Hij twaalf jaar was geworden en zij, zoals dit bij het feest gebruikelijk was, optrokken..."
Lucas 2:42
"En toen Hij twaalf jaren werd gingen zij op naar het gebruik van het feest."
"... Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat." (SV)
Lucas 17:20
"... Het Koninkrijk van God komt niet met nauwkeurige observatie."
Het Griekse woord 'parateresis' duidt op nauwkeurig observeren. Het Koninkrijk van God zal komen, zonder dat er nauwkeurig geobserveerd hoeft te worden (zie vers 24). Het zal t.z.t. in de beleving van ieder evident zijn.
"Want alzo lief heeft God de wereld gehad..."
Johannes 3:16
"Want alzo lief heeft God de wereld..."
"Heeft liefgehad" suggereert dat God de wereld nu niet meer zou liefhebben. In het Grieks staat 'agapao' in de aorist (lett. zonder horizon), dit is een tijdloze werkwoordsvorm.
God heeft de wereld lief - ongeacht wanneer!
"Indien Ik getuig van Mijzelf, is mijn getuigenis niet waar..."
Johannes 5:31
""Indien Ik getuig van Mijzelf, is mijn getuigenis niet waar?" (vergl. 8:14!)
"Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid."
Johannes 8:44
"Die was een mensenmoorder van den beginne en heeft niet gestaan in de waarheid, want er is in hem geen waarheid."
"Dit opschrift dan lazen vele der Joden, want de plaats, waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad..."
Johannes 19:20
"Dit opschrift dan lazen vele der Joden, want nabij was de plaats van de stad, waar Jezus was gekruisigd..."
In de grondtekst is sprake van "de plaats van de stad". "De plaats" duidt in Hebreeuwse oren op de tempel (zie Johannes 4:20; 11:48; Handelingen 6:13,14, etc.). Jezus werd gekruisigd buiten de poort, maar dichtbij de tempel. Dat moet dan op de Olijfberg zijn geweest.
"... heb ik ook een altaar gevonden met het opschrift: Aan een onbekende god."
Handelingen 17:23
" heb ik ook een voetstuk gevonden met het opschrift: Aan een onbekende god."
Het woord 'bomos' is afgeleid van een woord dat 'voet' betekent. 'Altaar' is een totaal ander woord. Paulus zag in Athene een leeg voetstuk met een inscriptie. Logisch, want een onkende god kan ook niet worden uitgebeeld.
"... Gij ziet, broeder, hoevele duizenden er onder de Joden gelovig zijn geworden en allen zijn zij ijveraars voor de wet..."
Handelingen 21:20
"... Gij ziet, broeder, hoevele tienduizenden er onder de Joden gelovig zijn geworden en allen zijn zij ijveraars voor de wet..."
"... zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben..."
Romeinen 5:12
"... zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, waarop (nl. op de dood) allen zondigden..."
"Maar de wet is er bijgekomen, zodat de overtreding toenam; waar evenwel de zonde toenam, is de genade meer dan overvloedig geworden..."
Romeinen 5:20
"Maar de wet kwam er bij, opdat de overtreding zou toenemen; waar evenwel de zonde toeneemt, is de genade meer dan overvloedig..."
"... want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren..."
Romeinen 8:26
"... want wij weten niet wat wij bidden zullen naar wat moet zijn..."
Het gaat er in dit vers niet om dat wij God niet naar behoren kunnen bidden, maar dat we niet weten wat God met ons voor heeft en dus "wat moet zijn".
"Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn..."
Romeinen 9:3
"Want zelf wenste ik (vroeger als ongelovige) van Christus verbannen te zijn..."
"Gij zult nu tot mij zeggen: Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie wederstaat zijn wil?"
Romeinen 9:19
"Gij zult nu tot mij zeggen: Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie heeft Zijn bedoeling weerstaan?"
"Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Immers, één en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen... "
Romeinen 10:12
"Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Immers, één en dezelfde is Heer van allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen... "
"... onder al de heidenen bekend is gemaakt..." (SV)
Romeinen 16:26
"... onder al de natiën wordt bekend gemaakt..."
Net als Kolosse 1:23 wordt hier geen voltooide tijds-vorm gebruikt. Paulus schrijft dat het Evangelie wordt bekend gemaakt, niet dat het al bekend gemaakt is.
"God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here."
1Korinthe 1:9
"God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap van zijn Zoon Jezus Christus, onze Here."
Gemeenschap MET de Zoon is individueel. De gemeenschap VAN de Zoon echter is een collectief. Het omvat allen die deelhebben aan de Zoon (= de Erfgenaam). Tesamen zijn zij "erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus" (Romeinen 8:17).
"... de verborgen wijsheid Gods, die God [reeds] van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid".
1Korinthe 2:7
"... de verborgen wijsheid Gods, die God vóór de aionen voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid".
" Immers, het haar is haar tot een sluier gegeven."
1Korinthe 11:15
"Immers, het haar is haar in plaats van een sluier gegeven."
Paulus onderwijst in dit gedeelte dat een vrouw het hoofd bedekt hoort te hebben. Waar denkt hij dan aan? Aan een burka.? Nee, het lange haar is de vrouw in plaats van een sluier gegeven. Het Griekse woord 'anti' betekent 'in plaats van'.
Wanneer gij dan bijeenkomt, is dat niet het eten van de maaltijd des Heren...
1Korinthe 11:20
Wanneer gij dan bijeenkomt, is dat niet het eten van de Heer-lijke maaltijd ...
In het Grieks staat hier het bijvoegelijke naamwoord van Heer. Dus niet "des Heren" maar "Heer-lijk". Het gaat er niet om dat de Korinthiërs niet de maaltijd van de Heer aten, maar dat ze de niet de Heer-lijke maaltijd aten, d.w.z. op de wijze zoals de Heer deze maaltijd ooit at.
Ik geef overigens direct toe dat "Heer-lijke" qua Nederlands slechter is dan de NBG-weergave, omdat 'heerlijk' in het Nederlands niet gekoppeld wordt aan 'heer' maar eerder aan 'lekker' (zeker in combinatie met een maaltijd).
"De liefde vergaat nimmermeer..."
1Korinthe 13:8
"De liefde faalt nimmer..."
De eigenlijke betekenis van het Griekse woord (pipto) is 'vallen'. De Liefde (agapé = Goddelijke liefde) valt nimmer, in de zin van: faalt nimmer (vergl. Romeinen 14:4). Zie ook King James: never faileth. "Wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet..."
"Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar..."
1Korinthe 15:58
"Daarom, mijn geliefde broeders, wordt standvastig, onwankelbaar..."
Het Griekse 'ginomai' duidt op 'worden', niet op 'zijn'. De Korinthiërs stonden wel in de boodschap van de opstanding (1Korinthe 15:1) maar waren daarin niet standvastig (15:12). Ze moesten het dus worden.
"Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden en de God aller vertroosting..."
2Korinthe 1:3
"Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, de Vader van het medelijden en de God aller vertroosting..."
Het Griekse woord 'oiktirmos' duidt op medelijden (of mededogen). De NBG-vertaling vertaalt het discordant met barmhartigheid', ontferming en mededogen.
Overigens staat in het Grieks hier een meervoudsvorm van medelijden.
"En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld..."
2Korinthe 3:18
"En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, worden getransformeerd naar hetzelfde beeld..."
De NBG-vertaling "veranderen" is een veel te vlakke weergave van wat Paulus hier schrijft. In de eerste plaatst gebruikt Paulus hier het Griekse woord 'metamorfose' dat staat voor een complete transformatie. Vergelijkbaar met de verandering van een rups in een vlinder. In de tweede plaats gebruikt Paulus het woord hier passief. Een rups verandert zichzelf niet in een vlinder, nee zo'n beestje ondergaat dit proces. Ook wij worden, wanneer we ons oog richten op de heerlijkheid des Heren, getransformeerd naar hetzelfde beeld.
"Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden..."
2Korinthe 5:10
"Want wij moeten allen voor het podium van Christus openbaar worden..."
Het woord 'rechterstoel' is een tamelijk suggestieve weergave van het Griekse woord 'bèma', dat noch met een rechter, noch met een stoel te maken heeft. Het is afgeleid van een woord dat 'stap' betekent en duidt op een verhoging waar men op stapt. Een podium dus.
"Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie."
Galaten 1:6.7
"Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u in de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een andersoortig evangelie, dat geen ander is."
"Daarop ging ik drie jaar later naar Jeruzalem, om Kefas te bezoeken, en ik bleef vijftien dagen bij hem..."
Gal.1:18
Daarop ging ik drie jaar later naar Jeruzalem, om Kefas [mijn] verhaal te vertellen, en ik bleef vijftien dagen bij hem..."
"En voor zover ik nu [nog] in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven."
Galaten 2:20
"En voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof van de Zoon van God, die mij liefheeft en Zich voor mij overgeeft."
"Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging der wereld..."
Efeze 1:4
"Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de nederwerping der wereld..."
"... gelijk ik boven in het kort daarvan schreef."
Efeze 3:3
"... gelijk ik tevoren in het kort daarvan schreef."
Paulus schrijft in Efeze 3 over de Verborgenheid die aan hem geopenbaard is. Daarover had hij al eerder geschreven, zij het kort. Paulus verwijst hier niet slechts naar de voorgaande regels in de Efeze-brief (zoals de NBG-vertaling suggereert) maar naar al zijn eerdere geschriften. Pas toen Paulus in de gevangenis was beland (slot Handelingen), was de tijd rijp om het Geheimenis van "de huishouding van Gods genade" volledig bekend te maken.
"...naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd..."
Efeze 3:11
"...naar het voornemen der aionen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, uitvoert..."
"Alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek worde uit uw midden gebannen, evenals alle kwaadaardigheid."
Efeze 4:31
"Laat alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek uit uw midden genomen worden, evenals alle kwaadaardigheid."
"Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft."
Efeze 4:32
"Maar wordt jegens elkaar vriendelijk, barmhartig, elkaar genade bewijzend, zoals God in Christus jullie genade bewijst."
Het Griekse woord 'charizomai' betekent niet 'vergeven' maar 'genade bewijzen' (= de ander blij maken).
Het laatste zinsdeel staat in de zogenaamde aorist, dat is een tijdloze werkwoordsvorm. De voltooid tegenwoordige tijdsvorm (geschonken heeft) drukt dit niet goed uit.
"... en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen..."
Efeze 5:19
"... en spreekt tot jullie zelf in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen..."
De meeste vertalingen suggereren hier samenzang, maar dat hóeft hier niet persé de gedachte te zijn. Oók wanneer we alleen zijn, kunnen we tot onszelf spreken in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.
"... en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man. "
Efeze 5:33
"... en dat de vrouw ontzag moge hebben voor haar man."
"... en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen..."
Kolosse 1:20
"... en door Hem, vrede makende door het bloed zijns kruises, het al weder met Zich te verzoenen..."
God heeft geen vrede gemaakt door het bloed van het kruis - Hij maakt vrede (aorist = zonder horizon)! Het bloed van het kruis zegt: al spijkeren jullie mijn geliefde Zoon aan een hout - IK HOU VAN JULLIE! Geen vijandig hart zal bestand blijken tegen zo'n liefde. Door het bloed van het kruis zal God alle vijandschap in het ganse heelal volkomen doen wegsmelten!
"...het evangelie (...) dat verkondigd is in de ganse schepping onder de hemel..."
Kolosse 1:23
"... het evangelie (...) dat verkondigd wordt in de ganse schepping onder de hemel..."
Het Evangelie was niet maar werd in Paulus' dagen in de hele schepping verkondigd. In vrijwel geen enkele vertaling komt dit tot uitdrukking maar het woord 'verkondigen' staat niet in een voltooide tijdsvorm.
"Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd..."
Kolosse 1:25
"... waarvan ik dienaar werd, naar de huishouding van God mij toevertrouwd..."
Paulus ontving van Godswege niet slechts een bediening maar een huishouding (Grieks: oikonomia), een beheer. Zoals God via Mozes de wet gaf, heeft hij de huidige huishouding bekendgemaakt via Paulus.
"... dingen, die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest..."
Kolosse 2:17
"...dingen, die een schaduw zijn van het komende..."
"... het evangelie der heerlijkheid van de zalige God, dat mij is toevertrouwd."
1Timotheüs 1:11
"... het evangelie der heerlijkheid van de gelukkige God, dat mij is toevertrouwd."
Dat God "de zalige God" is, zegt van alles maar daardoor niet zoveel. Het Griekse woord 'makarion' betekent 'gelukkig'. Paulus verkondigde het goede bericht van een God die gelukkig is. Want wat God voor ogen staat, dat gelukt Hem!
"Doch de genade onzes Heeren is zeer overvloedig geweest..." (SV)
1Timotheüs 1:14
"... maar de genade van onze Heer overweldigt..."
De genade van de Heer aan Paulus bewezen, is niet 'slechts' overvloedig. Ze is overweldigend. Iemand die onder de Niagara-falls staat heeft geen keuze om nat te worden. Er is geen ontkomen aan. Zó is Gods genade. "Onwederstandelijk" noemde men dat vroeger.
"Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten..."
1Timotheüs 2:11
"Een vrouw late zich leren in stilheid, in alle onderdanigheid..."
De Statenvertaling is hier volkomen correct. Een vrouw moet zich niet rustig houden. Nee, op de vrouw rust juist geen plicht, zij mag zich laten leren.
Het is de toon, die de muziek maakt...
"Ik beveel voor God, die alle leven wekt..."
1Timotheüs 6:13
"Ik beveel voor God, die allen levend maakt..."
God is zeker Degene die alle leven wekt. Maar dit vers zegt veel meer! God zal allen levendmaken. Zoals Christus als Eersteling is levendgemaakt in onvergankelijkheid, heerlijkheid en kracht, zo zullen alle mensen worden levendgemaakt (1Korinthe 15).
"... door Wie Hij ook de wereld geschapen heeft".
Hebreeën 1:2
"... door Wie Hij ook de aionen maakt".
'Het onderwerp in dit zinsdeel is niet de kosmos (wereld, enkelvoud), maar het zijn de aionen (meervoud). Door middel van de Zoon maakt God de wereld-tijden. Het gaat hier om de melding van een feit zonder horizon (de Griekse aorist) en niet om een voltooide daad in het verleden.
"... opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen..."
Hebreeën 2:14
"... opdat Hij door zijn dood hem, die de macht van de dood had, de duivel, zou onttronen..."
De duivel heeft de macht van de dood. Dat wil zeggen: hij is in staat te doden. Hij heet niet voor niets "de mensenmoorder van den beginne". Hij heeft echter beslist niet de macht over de dood. Dat is slechts voorbehouden aan Hem die de dood inging en daaruit als Eersteling (onvergankelijk) verrees!
"... die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren. Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham..."
Hebreeën 2:15,16
"... die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren. Want niet engelen grijpt het (nl. de dood) aan, maar het grijpt aan zaad van Abraham..."
"... naar de ordening van Melchisedek hogepriester geworden in eeuwigheid."
Hebreeën 6:20
".... naar de ordening van Melchisedek hogepriester geworden tot in de aioon."
"... en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos."
Hebreeën 7:3
"... en, de Zoon van God gelijkende, blijft hij ononderbroken priester."
"... door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg ..."
Hebreeën 10:19, 20
"... in het bloed van Jezus, langs de recent geslachtte en levende weg ..."
"Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt..."
Hebreeën 11:1
"Geloof nu is de aanname van dingen, die men verwacht..."
"Want stel, er kwam in uw vergadering een man binnen met een gouden ring aan zijn vinger..."
Jakobus 2:2
"Want stel, er kwam in uw synagoge een man binnen met een gouden ring aan zijn vinger..."
"En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten."
Jakobus 5:15
"En de gelofte van geloof zal de afgematte redden, en de Here zal hem oprichten."
"... er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig."
1Petrus 1:16
"... er staat immers geschreven: jullie zullen heilig zijn, want Ik ben heilig."
"...om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden..."
Openbaring 1:1
"... om zijn slaven te tonen hetgeen in snelheid moet geschieden..."
Het Griekse woord 'doulos' betekent niet dienstknecht maar slaaf (=lijfeigene).
De Griekse woorden 'en tachei' betekenen letterlijk: in snelheid. Het gaat er niet om dat de dingen gauw zullen gebeuren, maar dat als ze gebeuren, het zal geschieden met haast (vergl. Johannes 20:4).
"En hun lijk [zal liggen] op de straat der grote stad (...) alwaar ook hun Here gekruisigd werd."
Openbaring 11:8
"En hun lijk zal zijn op het plein van de grote stad (...) waar ook hun Heer was gekruisigd".
'Plateia' betekent plein. Het plein van de grote stad duidt kennelijk op het tempelplein. Het woord voor 'straat' is in het Grieks een ander woord ('rhume'; Str.4505).

 


 

ga naar thuis-pagina