laatste wijziging: 25 januari 2001
HOME

 
 
















































































































































































 

samenvatting van studie gehouden op 9 november 2000 te Katwijk

zin en onzin over 

DEMONEN
gevallen engelen?
demonen geen duivelen
demonen geen boze geesten
een neutraal woord
demonen = goden der volken
demonen zijn 'nullen'
veldgeesten?
nogmaals: een neutraal Grieks woord
voorbeelden van demonen
'occulte belasting'
onbewust eer geven aan demonen
er bestaat geen afgod in de wereld
leringen van demonen in het christendom
leringen uit het heidendom
demonen en ascese
demonen drank-  en vraatzuchtig?
uitvaren door vasten?
Beëlzebul de overste der demonen - wie zegt dat?
bezeten = gedemoniseerd
wat er achter demonen schuil kan gaan
metonymia
lunatic
demonen uitdrijven bij afwezigheid van de Heer...
demonstratief en het komende Koninkrijk
hoe de duisternis verdrijven?

 

Iedereen 'weet' dat demonen gevallen engelen zijn. Maar hoe ik ook zocht, tot dusver heb ik niet één Bijbelse aanwijzing daarvoor kunnen vinden. Punt één staat er nergens dat demonen engelen zijn. En punt twee staat nergens dat demonen gevallen zijn. 

In de Statenvertaling wordt het woord 'demon' weergegeven met 'duivel'. Dat is enorm verwarrend want het Griekse woord 'diabolos' wordt óók zo weergegeven. Twee verschillende Bijbelse begrippen worden op deze mannier door elkaar gegooid. Weet u trouwens wat 'diabolos' letterlijk betekent? Inderdaad: door-elkaar-gooier...

In de NBG-vertaling wordt het woord 'demonen' soms met 'duivelen' maar gewoonlijk met 'boze geesten' weergegeven. Wat een misser! Want het NT kent wel 'boze geesten' maar dan gaat het toch écht om andere woorden in het origineel. zie Lucas 8:2 waar sprake is van boze geesten (Gr.pneumatoon ponéroon).

Het begrip 'demon' was in de Griekse wereld een volstrekt neutraal woord. Het was een aanduiding van één van de vele goden. Heel duidelijk vinden we deze gewone Griekse betekenis terug in Handelingen 17:18. Daar kónden de Bijbelvertalers 'demonen' niet weergeven met 'boze geesten'. Daarom heeft men in die tekst gekozen voor het vertaalwoord 'goden'.

In het Griekse OT (de zogenaamde Septuagint-vertaling) is het woord 'demon' een aanduiding van de goden der volken. Dus geheel in overeenstemming met de profane Griekse betekenis. Paulus schrijft in 1Korinthe 10:20-22 dat de volken offeren aan demonen. Dat is geen negatief waardeoordeel, zoals de vertaling 'boze geesten' suggereert, maar een vaststelling waar iedere Griek mee zou instemmen. Overigens, Paulus verwijst met deze vaststelling naar de Griekse Bijbel. Deuteronomium 32:17; Psalm 96:5

Ook in (de Griekse versie van) Psalm 96:5 komt het woord 'demonen' voor: "alle goden der volken zijn demonen". Daarmee is het woord 'demonen' gedefinieerd. Het is een aanduiding van de goden der volken. In het oorspronkelijke Hebreeuws staat hier trouwens voor demonen 'elilim' en dat betekent 'nietsen', 'nullen'... Vandaar ook dat Paulus zegt dat een afgod niets is. 1Korinthe 8:4; 10:19

In de Septuaginta komt het woord 'demonen' ook een paar keer voor in Jesaja. In de NBG weergegeven als 'veldgeesten' en in de Statenvertaling als 'duivelen'. Ten onrechte. Want in het Hebreeuws staat een woord dat gewoon 'harig' of 'geitebok' betekent. Weer een mooi voorbeeld van een vertaalwoord dat toe is aan ontmythologisering. Jesaja 13:21; 34:14

Dat het woord 'demon' een gewoon, neutraal Grieks woord was, blijkt ook uit het Griekse woord voor 'religie' of 'godsdienst' (Gr. deisi-daimonia). Letterlijk vertaald betekent het zoiets als 'demonie-vrees'. In het NT komt dit woord twee keer voor: Handelingen 17:22 en 25:19

Een demon is een afgod. B.v. van een hemelichaam (b.v. Jupiter = Zeus) of "van een vergankelijk mens, van vogels van viervoetige en van kruipende dieren". De Filistijnen hadden Dagon (een beest uit de zee...), anderen Astarte, Baäl, Diana, etc. etc. Eén van de weinigen die het ook tegenwóórdig nog erg goed doet is Mammon, de god van het geld... Romeinen1:23

Paulus was bepaald niet benauwd voor wat tegenwoordig 'occulte belasting' genoemd wordt. Hij schrijft dat alles wat in de vleeshal te koop is (inclusief het vlees dat gewijd is aan de afgoden) gegeten kon worden zonder navraag te doen uit gewetensbezwaar. Hij negeert domweg de demonen onder het motto: "de aarde is des Héren en haar volheid". 1Korinthe 10:25,26

Alles op de markt kunnen we kopen, zonder navraag te doen. Sommigen menen dat dat ze eerst grondig onderzoek moeten verrichten naar een bepaald type medicijnen vanwege vermeend gevaar van 'occulte belasting'. Zonder het te weten geven ze daarmee in feite eer aan demonen.

"Wij weten dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan Eén". Dat is de clou van de geschiedenis van Elia op de Karmel. Elia daagt de Baäl-priesters uit en bespot Baäl openlijk. De Baäl-priesters worden er compleet gek van. Zeg maar gerust 'gedemoniseerd' (bezeten). Ze maakten zich insnijdingen zodat ze dropen van het bloed. Na verloop van uren geraakten ze in geestvervoering. 1Korinthe 8:4; 1Koningen 8:25-29

De tweede (en laatste) keer dat demonen genoemd worden in Paulus' brieven is in 1Timotheüs 4. In dit Schriftgedeelte voorzegt Paulus met grote nadruk dat bij latere gelegenheden sommigen zullen afwijken van het geloof. Dit doen zij vanwege hun belangstelling voor dwaalgeesten en leringen van demonen. Het komt er op neer dat leidinggevenden onder de gelovigen hun oren zullen laten hangen naar hetgeen in heidense religies (= leringen van demonen) geleerd wordt. 1Timotheüs 4:1,2

Een groot deel van de leringen in de christenheid komen (in-)direct uit het heidendom. Denk maar aan de leringen omtrent de onsterfelijke ziel, de drieënheid en de hel. Door af te wijken van "het geloof" en "de gezonde leer" konden zulke heidense ideeën gemeengoed worden. 

Een concreet voorbeeld van "leringen van demonen" dat de apostel zelf geeft is de ascese: het verplichte vasten en het opgedrongen celibaat en de hypocrisie die dit met zich mee zou brengen. Vlijmscherp heeft de apostel deze zaken voorzegd. 1Timotheüs 4:1-3

Dikwijls worden in charismatische kringen demonen in verband gebracht met drank- en vraatzucht. In het NT vinden we opmerkelijk genoeg, het tegendeel. Paulus brengt demonen juist in verband met ascese (onthouding). Jezus' tijdgenoten zeiden van de sober levende Johannes de Doper, dat hij een demon had. Matteüs 11:18,19

De mededeling in Matteüs 17:21 dat (geesten van) demonen slechts uitvaren door gebed én vasten is een typisch latere toevoeging. Het ontbreekt in de belangrijkste handschriften. Vasten speelt wel een uitdrukkelijke rol in "leringen van demonen" maar niet bij het uitdrijven van demonen. Uit wiens koker zou deze toevoeging komen?

Niet de Schriften maar de Farizeeën leren dat Beëlzebul de overste van de demonen is. In Matteüs 10:25 lezen we dat "men" die naam heeft bedacht. Mattheus 10:25; 12:24,27; Markus 3:22; Lucas 11:15,18,19

Het woord 'bezeten' dat dikwijls in onze Bijbelvertalingen wordt gebruikt is letterlijk vanuit de grondtekst: 'gedemoniseerd'. Zeg maar: betoverd door een demon.

Demonen zijn afgoden en dus niks. Maar vergis u niet. Achter demonen kunnen wel degelijk reële boze geesten schuil gaan. Laat niemand uit het bovenstaande de conclusie trekken dat boze geesten geen realiteit zouden zijn. In de evangeliën lezen we verschillende voorbeelden van 'gedemoniseerden' in wie daadwerkelijk boze geesten huisden. Het bekendst is ongetwijfeld de geschiedenis van de bezetene in het land van de Gerasenen waar overduidelijk niet-menselijke geesten in het spel zijn. Het sterkst blijkt dit wel als de geesten uit de man komen en vervolgens verdwijnen in een grote kudde zwijnen die de afgrond in storten. Lucas 8:26-35

Dat op diverse plaatsten gezegd wordt dat demonen spreken, bestraft en uitgedreven worden is een veelvoorkomende stijlfiguur die metonymia (lett.verandering van naam) heet. Een bepaalde aanduiding staat voor iets anders. B.v. 'het zwaard' staat voor 'oorlog' (Matteüs 10:34). Als in Matteüs 3:5 staat dat Jeruzalem, Judea en de Jordaanstreek tot Jezus uitliep betekent dit natuurlijk: de bewoners van deze plaatsen liepen tot Hem uit. Demonen die spreken, bestraft en uitgedreven worden zijn feitelijk geesten achter demonen die spreken, bestraft en uitgedreven worden. 

In Matteüs 17 vinden we de geschiedenis van een gedemoniseerde jongen, die maanziek wordt genoemd. Vergelijk deze term met het Engelse 'lunatic' wat letterlijk ook verband houdt met de maan (Latijns: luna). Van de maan staat in Genesis 1 geschreven dat ze gesteld is tot heerschappij over de nacht. De maan is een type is van de "vorst der duisternis". Matteüs 17:14-21

Terwijl de Heer op de berg is, tobben Zijn discipelen beneden en zijn niet in staat om de maanzieke te genezen. Het is symbolisch voor de tijd van de afwezigheid van Heer. De apostelen waren niet in staat om het volk Israël dat in de macht van de duisternis was te bevrijden. Net als in deze geschiedenis, zal dit pas plaatsvinden wanneer de Heer opnieuw tegenwoordig zal zijn. Matteüs 17:14-21

Het demonstratief uitdrijven van demonen, maakt deel uit van het Evangelie van het (nabije) Koninkrijk. Het staat in het rijtje van het opwekken van doden en het genezen van zieken. In Paulus' brieven speelt deze bediening geen rol. Matteüs 4:23,24; 10:7,8; 12:28; lees verder in 'de Grote Opdracht'

Wanneer je de duisternis wilt verdrijven, moet je daar niet tegen gaan vechten en groot kabaal gaan maken (denk maar aan veel, al dan niet 'christelijk' exorcisme). Eén ding is slechts nodig: laat het Licht (lees: het Woord) schijnen. Er is geen machtiger wapen dan: "er staat geschreven"! Matteüs 4:10,11


 
 
 
 
 

HOME