laatste wijziging: 23 oktober 2002

HOME

BEENDERENKIST JAKOBUS GEVONDEN

meerdere Jakobussen
één van de broers van Jezus
steunpilaar
Jakobus, Kefas en Johannes
Jakobus aan de twaalf stammen
Jakobus en Paulus
Jakobus als type van "het huis van Jakob"
Flavius Josephus over Jakobus

Persbericht 23 oktober 2002

Wetenschappers denken dat een 2000 jaar oude beenderenkist mogelijk het eerste buitenbijbelse bewijs is dat naar Jezus verwijst. Dat blijkt uit een artikel in het Amerikaanse blad Biblical Archaeology Review.

In de kist is een Aramese inscriptie gebeiteld: "Ya’kov bar Yosef akhui diYeshua", wat betekent: "Jakobus, zoon van Jozef, broeder van Jezus". De kist, waarin zich de beenderen van Jakobus zouden bevinden, dateert uit 63 na Christus en is afkomstig uit een grot in Jeruzalem.

De kalkstenen kist, maakt al vijftien jaar deel uit van een privécollectie. De Franse wetenschapper André Lemaire die gespecialiseerd is in oude handschriften werd bij deze verzamelaar geïntroduceerd. Hij vroeg zich direct af of het om Jacobus, de broer van Jezus ging.

Paleografen van het Geologisch Instituut van Israël oordeelden dat de kist 2000 jaar oud moest zijn. Onder meer door het soort Aramees dat gebruikt werd.
De namen Jozef, Jacobus en Jezus kwamen in de tijd van Jezus veelvuldig voor. De combinatie van de drie namen is statistisch gezien echter opvallend, aldus het tijdschrift. Ook de aanduiding 'broer van' is volgens Lemaire ongewoon op een ossuarium. Het is een indicatie dat Jezus een bekend persoon was.

meerdere Jakobussen

Er zijn meerdere Jakobussen in het Nieuwe Testament. Bekend zijn de zonen van Zebedeüs, Johannes en Jakobus, deel uitmakend van de twaalf apostelen. In de kring van "de twaalf" was trouwens nóg een Jakobus, "de zoon van Alfeüs". Maar de Jakobus, waarvan de beenderenkist nu ontdekt lijkt te zijn, is ongetwijfeld de opmerkelijkste. Laten we de feiten die de Schrift over hem noemt, eens op een rijtje zetten.

één van de broers van Jezus

In Matteus 13:55 Is dit niet de zoon van de timmerman? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broeders Jakobus en Jozef en Simon en Judas? En behoren zijn zusters niet allen bij ons? Vanwaar heeft Hij dan dit alles? en Marcus 6:3 Is dit niet de timmerman, de zoon van Maria, en de broeder van JAKOBUS en Jozef en Judas en Simon? En behoren zijn zusters hier niet bij ons? En zij namen aanstoot aan Hem. wordt Jakobus als eerste van de (half-)broers die Jezus had, genoemd. Kennelijk was Jakobus de oudste broer van Jezus. Uit Johannes 7:5 Want zelfs zijn broeders geloofden niet in Hem. weten we, dat de broers van Jezus, gedurende zijn omwandeling op aarde niet in Hem geloofden. Van hen vernemen we verder niets meer in de evangelieën. De eerste keer dat Jakobus weer genoemd wordt, is in verband met verschijningen van Christus, ná diens opstanding uit de doden. Christus is verschenen aan Kefas (Petrus), daarna aan de twaalf, vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk en weer later aan... Jakobus (1Korinthe 15:5-7). Het kan niet missen dat het hier inderdaad gaat om de Jakobus, die later de meest prominente rol in de gemeente van Jeruzalem zou gaan spelen. Het is heel goed mogelijk dat Jakobus tot inkeer is gekomen, nadat zijn Broer in levende lijve aan hem verschenen is.

steunpilaar

In de gemeente te Jeruzalem (die zéér omvangrijk was; Handelingen 21:20 En zij loofden God, toen zij dit hoorden, en zeiden tot hem: Gij ziet, broeder, hoevele TIENDUIZENDEN er onder de Joden gelovig zijn geworden en allen zijn zij ijveraars voor de wet...), nam Jakobus in toenemende mate een voorrangspositie in. Is het in aanvang vooral Petrus die als woordvoerder op de voorgrond treedt in het boek 'Handelingen', later wordt deze rol meer en meer overgenomen door Jakobus. 'Naar het vlees' (!) werd Jakobus, als oudste broer van Jezus, de meest voor de hand liggende zaakwaarnemer van Jezus geacht. Een belangrijk bericht moest eerst worden medegedeeld aan Jakobus (Handelingen 12:17 En hij wenkte met zijn hand, dat zij zwijgen moesten, en verhaalde hun, hoe de Here hem uit de gevangenis had geleid en hij zeide: Bericht dit aan JAKOBUS en de broeders. En hij vertrok en reisde naar een andere plaats.). Het laatste en beslissende woord op de conferentie te Jeruzalem wordt uitgesproken door... Jakobus. En als Paulus Jeruzalem aandoet, is Jakobus de eerste met wie een ontmoeting plaatsvindt (Handelingen 21:18En de volgende dag ging Paulus met ons Jakobus bezoeken, en alle oudsten waren daarbij aanwezig.). Opmerkelijk is dat Paulus in Galaten 1:19 en ik zag geen ander van de apostelen dan Jakobus, de broeder des Heren. Jakobus als "de broeder des Heren" zelfs rekent onder "de apostelen". In Galaten 2:9 ... en toen zij de genade, die mij geschonken was, opmerkten, reikten JAKOBUS, Kefas en Johannes, die voor STEUNPILAREN golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen, zij naar de besnedenen gaan. noemt Paulus Jakobus als eerste van de steunpilaren "der besnijdenis" (=de Joden).

Jakobus, Kefas en Johannes

In Galaten 2:9 ... en toen zij de genade, die mij geschonken was, opmerkten, reikten JAKOBUS, Kefas en Johannes, die voor STEUNPILAREN golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen, zij naar de besnedenen gaan. schrijft Paulus over de officiële afspraak dat hij zich zou richten tot de natiën. Jakobus, Kefas (=Petrus) en Johannes daarentegen zouden zich wenden tot "de besnijdenis". Een uiterst gewichtige mededeling! Dat blijkt temeer, wanneer we ons realiseren dat 'de brieven' in het 'Nieuwe Testament' geordend zijn naar de formule van Galaten 2:9. Aan de ene kant zijn daar de brieven van Paulus, bestemd voor de niet-Joden en aan de andere kant treffen we de geschriften van Jakobus, Petrus en Johannes. Heel uitdrukkelijk in deze volgorde! De brief van Judas ("broeder van Jakobus"! Judas 1:1Judas, een dienstknecht van Jezus Christus en een BROEDER VAN JAKOBUS, aan de geroepenen, die in God, de Vader, geliefd en voor Jezus Christus bewaard zijn...) in dit verband even buiten beschouwing gelaten. Dat het 'Oude Testament' gericht is aan Israël, wordt doorgaans nog wel erkend, maar dat het 'Nieuwe Testament' net zo goed deze specifieke bestemming heeft (met uitzondering dus van Paulus' geschriften), wordt zelden onderkend.

Jakobus aan de twaalf stammen

Dat Jakobus zich richt tot "de besnijdenis" blijkt niet slechts uit de afspraak van Galaten 2:9 maar ook uit de inhoud van de brief die hij heeft achtergelaten. De openingszin meldt expliciet dat de brief is geadresseerd aan "de twaalf stammen in de verstrooiing" (Jakobus 1:1 Jakobus, een slaaf van God en van de Here Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de verstrooiing.). Allerlei details onderstrepen dit. In hoofdstuk 2:2 Want stel, er kwam in uw SYNAGOGE een man binnen met een gouden ring aan zijn vinger en in prachtige kleding, en er kwam ook een arme binnen in schamele kleding... wordt in de grondtekst gesproken van de synagoge - gewoonlijk wegvertaald. Zo verstaan we ook de verwijzing naar het zalven van zieken met olijfolie (Jakobus 5:14 Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren.). Het betreft hier een Joods gebruik.

Jakobus en Paulus

Vanouds is bekend dat de boodschap die Paulus bracht, moeilijk op één lijn is te brengen met die van Jakobus. En dat is zacht uitgedrukt. In de tijd van de Reformatie maakten Luther's tegenstanders het hem moeilijk door te wijzen op uitspraken uit de Jakobus-brief. Luther beriep zich daarentegen terecht op Paulus, die benadrukt dat God de goddeloze rechtvaardigt, zonder werken der wet. Maar hoe zit het dan met Jakobus die precies het tegenovergestelde naar voren lijkt te brengen? De gebruikelijke procedure voor het oplossen van deze contradictie, is de scherpe kanten van zowel Paulus' als Jakobus' uitspraken weg te slijpen. Maar waarom? Jakobus en Paulus hebben beiden een onderscheiden plaats in de Schriften. De één binnen de context van het Jodendom, de ander uitdrukkelijk daarbuiten. Aan Paulus was "het Evangelie van de voorhuid" (lees: de niet-Joden) toevertrouwd. Dat is van een geheel andere orde dan "het Evangelie van de besnijdenis" (Galaten 2:7 Maar daarentegen, als zij zagen, dat aan mij het EVANGELIE DER VOORHUID toebetrouwd was, gelijk aan Petrus [dat] DER BESNIJDENIS...). Deze twee Evangelieën mogen absoluut niet vermengd worden, zoals men dat in Galatië wél deed (Galaten 1:6 Letterlijk staat er: "Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u in de genade van Christus roept, laat afbrengen tot een andersoortig evangelie,  dat geen ander is..."). In die landstreek werden niet-Joden belast met godsdienstige eisen van "sommigen uit de kring van Jakobus" (Galaten 2:12 Want voordat sommigen uit de kring van Jakobus gekomen waren, at hij met de heidenen aan een tafel, maar toen zij kwamen, trok hij zich terug en zonderde zich af uit vrees voor de besnedenen.) . Paulus spreekt daar twee keer een niet mis te verstane banvloek over uit. Zowel het "Evangelie van de besnijdenis" als dat "van de voorhuid", zijn beiden door één Heer gegeven, maar een vermenging van die beide is uit den boze.

Jakobus als type van "het huis van Jakob"

Jakobus heet "de broeder des Heren". Hij is daarin een type van al die andere "verwanten naar het vlees" (Romeinen 9:3 (want ikzélf wenste van *Christus verbannen te zijn) ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees...). De naam Jakobus (Grieks voor Jakob) mag dan ook veelzeggend heten. Zoals Jakobus tot inkeer kwam t.o.v. Jezus, doordat Deze in levende lijve aan hem verscheen, zo zal het ook zal gaan met "het huis van Jakob". Tot op vandaag moeten ze weinig hebben van hun (doodgewaande) Broer. Totdat de dag aanbreekt en Hij aan hen zal verschijnen! Zullen de wet, de besnijdenis, de sabbat en de vele andere gebruiken daarmee komen te vervallen? Nee, integendeel. God zal zijn wetten juist in hun harten gaan schrijven. En zoals Jakobus ooit een bindend besluit uitsprak vanuit Jeruzalem t.a.v. de natiën, zó zal "het huis van Jakob" t.z.t een leidende rol ontvangen temidden van de volkenwereld (Jesaja 2:3 ... en vele natien zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God JAKOBS, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem.).

Flavius Josephus over Jakobus

Ook Flavius Josephus schrijft over Jakobus. Hij beschrijft dat rond het jaar 62/63, Jezus' oudste broer, "Jakobus de Rechtvaardige" (zoals hij werd genoemd) werd vermoord door Judeeërs, die hem van de tempelmuur afgooiden. Een dramatische gebeurtenis die de eigenlijke oorzaak werd van de val van Jeruzalem in het jaar 70AD. Let op: dit schrijft Flavius Josephus, die zélf niet eens een christen was! Het geeft wel aan hoe een prominente plaats Jakobus heeft ingenomen temidden van het volk én hoe groot de impact is geweest van diens moord. Jakobus was 'naar het vlees' gesproken, de zaakwaarnemer was van diens afwezige Broer. Het vermoorden van Jakobus, was daarmee feitelijk een bekrachtiging van de kruisiging van Jezus. Deze moord valt ongeveer gelijktijdig met met het einde van de Handelingen-periode. I.p.v. dat Israël zich bekeerde van de moord op hun Messias, vermoorden ze ook diens oudste broer: Jakobus de Rechtvaardige. Het verwachtte herstel van het Koninkrijk van Israël zou nu zeker niet aanbreken. Integendeel: de Joodse natie, de hoofdstad en de tempel incluis zouden binnen zeven jaar (!) compleet van de kaart worden geveegd.

 

 

HOME