ga naar thuis-pagina

laatste wijziging: 11 augustus 2006

Gods voetspoor

Uw weg was in de zee, uw pad in grote wateren, zodat uw voetsporen niet werden gekend.
Psalm 77:19

De Psalmist blikt hier terug op de weg die God ging met Zijn volk, ten tijde van de uittocht uit Egypte. Het is de apostel Paulus die in Romeinen 11 een toespeling maakt op deze passage wanneer hij uitroept: "hoe onnaspeurlijk zijn Zijn wegen!". Typologisch is de link tussen beide gedeelten heel frappant. Gaat u maar na.

Paulus betoogt in Romeinen 11 dat Israël als volk vijandig staat tegenover het Evangelie (11:28) en dat God Zich daarom in de tegenwoordige tijd wendt tot de volkeren (11:11-15). Anders gezegd: God gaat Zijn weg in de volkeren-zee (Openb.17:15). En aangezien door Israëls ongeloof, het beloofde Koninkrijk niet openbaar werd, is Gods weg nu dus ook een verborgen weg. Al tweeduizend jaar zijn Gods voetsporen niet-traceerbaar. God laat via Zijn Woord van Zich horen, maar te zien valt er niets.

Dan nog iets. Het woord voor 'voetspoor' in Psalm 77 is van dezelfde stam als de naam 'Jakob'. In beide gevallen gaat het om het Hebreeuwse woord voor 'hiel' (> Gen.25:26). Een veelzeggende connectie! Gods voetspoor heeft alles te maken met het volk van Jakob. God maakt Zich bekend via dit volk. Maar... waar was het volk van Jakob de afgelopen tweeduizend jaren? Of anders: waar was Gods voetspoor? Inderdaad, verborgen in de zee. Verstrooid onder de volken. Offciëel totdat God Zijn voet opnieuw zal zetten in het land ("... op de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt aan de oostzijde..." Zach.14:4; Deut.30:3).



ga naar thuis-pagina