laatste wijziging: 28 januari 2002
HOME

PSALM 133 - HINÉ MA TOV...


1. Een bedevaartslied. Van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, als broeders ook tezamen wonen.
2. Het is als de kostelijke olie op het hoofd, nedervloeiende op de baard, de baard van Aaron, die nedergolft op de zoom van zijn klederen.
3. Het is als dauw van de Hermon, die nederdaalt op de bergen van Sion. Want daar gebiedt de HERE de zegen, leven tot in eeuwigheid.

bedevaartslied?

Bij vijftien Psalmen (Psalm 120-134) vinden we het opschrift "bedevaartslied". Althans in de NBG-vertaling. Feitelijk is dit geen vertaling maar een interpretatie. In het Hebreeuws luidt de titel boven deze psalm: shir hama'aloth, wat letterlijk "lied van de treden" betekent. Niet slechts "lied van treden" maar "lied van de treden". Het bepalend lidwoord trekt aandacht. De enige 'treden' namelijk die de Schrift kent zijn de beroemde treden van de trap van Achaz, waar de schaduw tien treden bij terug ging. Dit was het teken van Gods belofte dat Hizkia niet zou sterven maar vijftien (!) jaren aan zijn leven toegevoegd zou krijgen (Jesaja 38:5-8; 2Koningen 20:8-11). N.a.v. dit herstel lezen we dat Hizkia zegt: "daarom doen wij MIJN snarenspel klinken al de dagen van ons leven..." (Jesaja 38:20; Statenvertaling). Hizkia heeft dus de resterende vijftien jaren van zijn leven eigen liederen ten gehore laten brengen. Liederen die met recht "liederen van de treden" genoemd konden worden. Vijftien stuks, corresponderend met het aantal jaren die werden toegevoegd aan zijn leven. Bij tien van deze Psalmen wordt geen naam vermeld en zijn dus (mede vanwege de inhoud) kennelijk van Hizkia zelf. Let wel: tien (Psalmen) - dit komt overeen met de tien treden van de trap waar de schaduw bij terugging. De andere vijf Psalmen zijn van Hizkia's voorvaders, David (4) en Salomo (1).

van David

Hoewel deze Psalm uit de bundel van Hizkia komt (zie boven), is David de schrijver van deze woorden. Mogelijk dat deze woorden zijn gecomponeerd, n.a.v. diens terugkeer in Jeruzalem, toen "geheel Israël" (2Samuël 19:11) hem verwelkomde.

ziet

Hizkia heeft zich heel concreet kunnen herkennen in deze woorden. In 2Kronieken 30 lezen we dat hij (terwijl het volk verdeeld was in twee koninkrijken) een uitnodiging deed uitgaan tot alle stammen van Israël om het Pascha te vieren. Dat was zo'n succes, zodat men zelfs overeenkwam "om nóg zeven dagen feest te vieren". Hoe goed en liefelijk moet dit bijeenkomen van twee verdeelde volkeren geweest zijn!

broeders

De "broeders" worden hier niet nader gedefinieerd. Over welke broeders heeft David het hier? Over de zonen van Jakob, de stammen van Israël? Of over de zonen van Abraham, Izaäk en Ismaël. Of nog wijder gedacht: over de zonen van Noach, dus alle zeventig volken (Genesis 10). Voor al deze opties zijn gronden te vinden in het profetisch woord. Er zal eenheid komen binnen de stammen van Israël. Maar ook voor Ismaël (de Arabische volken) en Israël is vrede voorzegd. Sterker: er zal vrede komen over alle volken. De profeet voorzei dat de volken God zullen dienen "met eenparige schouder" (Zefanja 3:9).

tezamen

Het Hebreeuwse woord voor 'samen' is jachad. Het is direct verwant aan het woord voor 'één': echad.

het is als

Het liefelijke tafereel krijgt twee vergelijkingen. Beide vergelijkingen spreken van 'nedervloeien' dan wel 'nederdalen'. In het eerste geval gaat het over 'olie' en in het tweede geval over 'dauw'. Zowel het één als het ander spreekt van Gods neerdalende zegen, oftewel van "leven tot in eeuwigheid".

olie

Olie is in de Bijbel altijd olijfolie. Het staat haaks op het type olie waar deze wereld 'op loopt'. Aardolie komt uit de afgrond en is (vermoedelijk) ontstaan uit de wereld die ooit "woest en ledig" werd (Genesis 1:2).

Olijfolie symboliseert leven bij uitstek. Het is de vrucht van de olijfboom, de boom die 'onbeperkt houdbaar' is. Het is een boom die niet sterft doordat het zichzelf regenereert. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat aan olijfolie vitaliteit toegekend wordt. Zo worden in de Bijbel zieken gezalfd met olijfolie.

Aaron

Aaron was Israëls eerste hogepriester. Hogepriesters werden gezalfd d.m.v. olijfolie. Zowel het woord 'messias' (Hebreeuws) als 'christus' (Grieks) betekenen beide 'gezalfd'. Petrus stelt op de beroemde Pinksterdag dat God Jezus door diens opstanding "tot Christus gemaakt heeft" (Handelingen 2:36). De Hebreeën-brief zegt dat Jezus Hogepriester is geworden "krachtens onvernietigbaar leven" (Hebreeën 7:16). Gezalfd met datgene waar olijfolie een beeld van is: onvergankelijk leven.

de zoom van zijn klederen

Van de zoom (letterlijk: de mond) van de klederen van de hogepriester wordt iets eigenaardigs vermeld in Exodus 28:33: er hingen gouden belletjes aan. Wanneer de hogepriester bezig was met zijn werk in het heiligdom, dan was hij weliswaar onzichtbaar voor het volk maar tóch deed hij van zich horen. Zo is het vandaag ook. De Hebreeën-brief stelt dat de ware Hogepriester momenteel achter het voorhangsel is, in het binnenste heiligdom. Maar niettemin doet Hij van Zich horen - door Zijn Woord!

dauw van de Hermon, die nederdaalt op de bergen van Sion

Dauw bevochtigd de aarde en maakt haar vruchtbaar. Net als olijfolie spreekt ook de dauw van leven.

De wijze van formuleren is nogal eigenaardig. Dauw van de Hermon die neerdaalt op de bergen van Sion?? Hoe moeten we ons dat voorstellen? Toch is de verklaring eenvoudig: dauw die neerdaalt op de berg Hermon is dezelfde als die ook neerdaalt op de bergen van Sion.
De berg Hermon ligt in het noorden van Israël. In Hizkia's dagen was het de berg van het tien-stammen rijk. De bergen van Sion daarentegen, behoorden toe aan het twee-stammen rijk. Welnu, daar waar de stammen gebroederlijk tezamen optrekken, hebben de tien - en de twee stammen deel aan dezelfde 'dauw' (lees: zegen).

daar

Wijst het woord "daar" op de plaats waar broeders tezamen wonen óf op "de bergen van Sion"? In de praktijk blijkt het geen verschil te maken. Want de bergen van Sion zijn bij uitstek de plaats waar de stammen van Israël, de gemeenschap als nergens anders kunnen beleven. En niet alleen Israël maar alle volkeren van de aarde (Jesaja 2:2,3).

leven tot in eeuwigheid

Wat moeten we hier verstaan onder zegen? Het antwoord staat er direct achter. Het Hebreeuws leest: cha'iem ad olam. In het 'Nieuwe Testament' lezen we vaak van "het eeuwige leven". In Psalm 133 treffen we de eerste vermelding van deze uitdrukking. De uitdrukking duidt op het leven van de toekomende eeuw. 'Eeuwigheid' is geen correcte weergave van het Hebreeuwse olam. Eeuwigheid betekent eindeloosheid, terwijl olam duidt op een tijd met een verborgen einde.

De glorie die deze Psalm beschrijft zal ten volle vervuld worden in de toekomende eeuw.

 

 

HOME