ga naar thuis-pagina
laatste wijziging: 17 mei 2003

WONDERLIJK IN ONZE OGEN

De steen die de bouwlieden versmaad hebben, is tot een hoeksteen geworden; van de HERE is dit geschied, het is wonderlijk in onze ogen.
Psalm 118:22,23

Dit vers wordt maar liefst 5x in het NT geciteerd. Het blijkt om een overduidelijke Messiaanse profetie te gaan. "De steen" is, zoals zo vaak in de Bijbel, niemand minder dan Jezus Christus zelf. In het Hebreeuws is steen 'eben', wat een samenvoeging is van 'vader' (ab) en 'zoon' (ben). De steen verwijst daarmee naar de Zoon van de Vader!

Zoals vaker in het 'Oude Testament', wordt ook hier voorzegd dat de Messias niet herkend zou worden door zijn volk. De steen die zich aandient, wordt afgekeurd. Paulus schrijft over Israël (Romeinen 9:32,33):

Zij hebben zich gestoten aan de steen des aanstoots, gelijk geschreven staat: Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.

Maar nu het eigenaardige! Als de bouwlieden (lees: Israël) de Steen verwerpen, hoe is het dan mogelijk dat deze Steen niettemin een Hoeksteen wordt? Een Hoeksteen van wat dan wel? Dat de Messias die vanuit Jeruzalem heerst, fungeert als Hoeksteen, dát laat zich verstaan. Maar hoe kan dit nu het geval zijn met een verworpen Messias? Dat is de vraag in Psalm 118. Men verwondert zich daarover. Oftewel: het is voor hen verborgen.

Maar wat verborgen is in Psalm 118, dat wordt geopenbaard in het 'Nieuwe Testament'. In de tijd dat de Steen door de bouwlieden afgekeurd is, zal er een bouwwerk worden opgetrokken waarvan de weggeworpen Steen juist de Hoeksteen zal blijken te zijn. Petrus schrijft daarover in zijn brief (1Petrus 2:7). Maar ook Paulus wanneer hij over de Gemeente opmerkt dat zij is...

gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de Hoeksteen is.

De waarheid aangaande de Gemeente is in het 'Oude Testament' nimmer bekendgemaakt (Efeze 3:5). Niettemin, blijkt de Gemeente er wel degelijk in verborgen te zijn. O.a. dus in Psalm 118:22 en 23.

 


 

ga naar thuis-pagina