laatste wijziging: 6 maart 2001
HOME
Samenvatting van toespraak te Nieuwegein op 5-9-99 n.a.v. Prediker 3:1-15

ÁLLES HEEFT ZIJN TIJD
literatuur
wel horloge's, geen tijd
planten en weer uitrukken
onderscheid de tijden
zwijgen en spreken
oorlog en vrede
waarom geeft God kwade bezigheden?
alles voortreffelijk op tijd gemaakt
de eeuw in het hart
genieten is een gave van God
Gods werk aeonisch
een mens kan niets af- of toedoen
God zoekt weer op wat voorbij gegaan is


Een aantal jaren terug hoorde ik een radio-interview met de schrijver Heere Heeresma. 'Denkt u dat uw schrijfwerk van literair belang is', werd hem toen gevraagd. 'Moet u goed luisteren meneer', antwoorde Heeresma, 'sinds de boeken Job en Prediker geschreven zijn is al wat van belang is, gezegd. Niets wezenlijks is sindsdien meer aan de literatuur toegevoegd.'

God maakte de tijden. Hij hééft ook de tijd. Wij hebben wel horloge's maar geen tijd. Sterker: we hebben horloge's gemaakt omdat we zo weinig tijd hebben. Psalm 31:15

De wijze kent tijd en wijze. Ook de wijze God kent tijd en wijze. Hij haalde destijds een stekje uit Egypte en plantte het in het Beloofde Land. En eeuwen later rukte Hij het uit en bracht het volk in ballingschap. "Er is een tijd om te planten en een tijd om het geplante uit te rukken". Prediker 8:5,6; Psalm 80:9; Jeremia 18:7,9

Eén van de grootste problemen bij het Bijbellezen wordt veroorzaakt door het feit dat men zonder onderscheid van tijden leest. De tijd "onder de wet" is een andere dan de tijd "onder de genade". De tegenwoordige "huishouding van de verborgenheid" is een volstrekt andere dan die van het toekomstige Koninkrijk. Onderscheid de verschillende tijden en de Schrift is met zichzelf in harmonie. Romeinen 6:14; 'huishouding van de verborgenheid' Efeze 3:9 (NBG: 'bediening van het geheimenis')

Ook voor God is er tijd van zwijgen en van spreken. Vandáág zwijgt Hij. Hij zwijgt in Zijn liefde. Straks zal Hij het zwijgen doorbreken en gaan spreken. Spreken in Zijn toorn. Prediker 3:7; Zefanja 3:17; Psalm 2:5

Wanneer God gaat spreken in Zijn toorn gaat Hij krijg voeren. Dat zal een tijd van oorlog zijn. Opdat er daarná een tijd van vrede zou aanbreken. Prediker 3:8; Zacharia 14:3; Jesaja 2:7

Volgens Prediker 3:10 (en 1:13) geeft God kwade bezigheden aan de mensenkinderen om zich daarmee te kwellen. Het Hebreeuwse woord voor 'kwellen' dat hier gebruikt wordt, wordt in Exodus 10:3 vertaald met 'verootmoedigen'. God laat de mens vaak tobben, niet om hem te kwellen maar opdat de mens zich zou verootmoedigen. Klein zou worden. 

"Alles heeft God voortreffelijk gemaakt op Zijn tijd". Let wel, daar horen ook de tijden van sterven, afbreken, wenen, haten en oorlog bij, die in het voorgaande genoemd werden. God heeft álles gemaakt voor Zijn doel! Spreuken 16:4;Prediker 3:11

God heeft de eeuw (Hebr. olam) in het hart van mensen gelegd. 'Olam' komt van een woord dat 'verborgen' betekent. De Concordant Version geeft het hier weer met 'obscurity'. Een mens zoekt naar zaken waar zijn waarneming niet toereikend voor is. Voorbij de horizon. Wat is er voorbij het graf? Wat is er 'boven de zon'? Het is een speurtocht zonder succes... "zonder dat de mens iets kan ontdekken". Voorzover we wat weten is dit door openbaring bekendgemaakt. Prediker 3:11

Slechts weinigen realiseren zich dat wanneer zij in de gelegenheid zijn om te eten en te drinken en het goede van het leven te genieten, dat dit een gave van Gód is... Prediker 3:12,13

Gods werk is eeuwig, d.w.z. aeonisch (=wereldtijden omvattend). Wij ménsen denken in termen van decennia. Want meer tijd is ons nu eenmaal niet toegemeten. Gods werk is daar hoog boven verheven. Hij voert Zijn "plan der aeonen" uit. Prediker 3:14; "plan der aeonen"Efeze 3:11 (NBG: 'eeuwige voornemen')

Gods werk is aeonisch en geen mens kan daarvan iets af- of toe-doen. Waarom is dat zo? Prediker 3:14 geeft het antwoord. Het is zo, opdat de mens God als GOD zou vrezen. God is de Beschikker en zet alles en iedereen op de plek die Hij daarvoor heeft toegedacht. Prediker 3:14

"God zoekt weer op op wat voorbijgegaan is". Hij laat immers niet varen het werk van Zijn handen! Het verlorene wordt gezocht... totdat Hij gevonden heeft. Inderdaad, Gods molens malen soms héél langzaam maar... wel zeker. Bij God gaat er nooit wat verloren. Prediker 3:15; Lucas 15:4



 
 

HOME