ga naar thuis-pagina

laatste wijziging: 11 juni 2006

het weken- of pinksterfeest

In hoofdstuk 23 van Leviticus vinden we de opsomming van wat genoemd wordt "de hoogtijden des HEREN". Ze blijken een blauwdruk te zijn van Gods plannen met Israël en de volkerenwereld. Het gaat om, in totaal zeven hoogtijden, verdeeld in twee groepen: vier hoogtijden in de eerste drie maanden en drie hoogtijden in de zevende maand. In de eerste groep hoogtijden vinden we (respectievelijk):

1. 14 Aviv (Aviv betekent: lente): Pascha;
2. 15 Aviv: sabbat, begin van het feest van ongezuurde broden;
3.
"daags na de sabbat" (in de week van Pascha): feest van de eerstelingsgarve (begin gerstoogst);
4. 50 dagen geteld vanaf de eerstelingsgarve: wekenfeest (begin tarweoogst).

De hoogtijden in de tweede groep (in de zevende maand) zijn:
5. 1 Tisri: bazuingeschal;
6. 10 Tisri: jom kipoeriem ('grote verzoendag');
7. 15 Tisri: begin Soekoet (Loofhuttenfeest).

De hoogtijden in de eerste groep vinden hun vervulling in de eerste komst van Christus terwijl de hoogtijden in de tweede groep vervuld zullen worden in de tweede komst van Christus.

Voor de eerste groep kunnen we vaststellen dat de gefixeerde data exact parallel lopen met respectievelijk:

1. op 14 Aviv werd "ons Pascha geslacht": Christus; 1Korinthe 5:7
2. op 15 Aviv was "de grote sabbat", Jezus' eerste volle dag in het graf;
3. "daags na de sabbat" verrees Christus als Eersteling uit de doden;
4. 50 dagen nadat Christus, de Eersteling verrees, werden de eerstelingen van Israël's oogst binnengehaald.

Het Wekenfeest vindt daarmee uiteraard haar vervulling in de beroemde Pinksterdag van Handelingen 2. In Petrus' toespraak in Handelingen 2, wordt duidelijk gemaakt dat de Pinksterdag een prelude (voorspel) is op "de grote en doorluchtige dag des Heren" (Handelingen 2:20). De zichtbare manifestaties van deze dag verwijzen, volgens Petrus, naar de door Joël voorzegde grote tekenen die zullen plaatsvinden bij Israëls bekering in het laatst der dagen. De Pinksterdag in Handelingen 2 is een voluit Israëlietisch gebeuren. Het zijn uitdrukkelijk "Joden en Jodengenoten" die bij deze gelegenheid massaal aanwezig zijn in Jeruzalem (Handelingen 2:10). Lucas noemt een twaalftal volken waaruit zij afkomstig blijken te zijn, waarbij het getal twaalf uiteraard een hint is naar de stammen van Israël.
Opmerkelijk in dit verband is verder dat op het Wekenfeest de priester twee broden zou nemen en die zou bewegen voor het aangezicht van de HERE (Leviticus 23:17,20). Deze handeling herinnert direct aan wat Ezechiël moest doen, nl. twee stukken hout nemen en die in zijn hand tot één maken (Ezechiël 37:15-28). Het blijkt te spreken van het feit dat wanneer Israël in de toekomst hersteld zal worden, zij voortaan niet meer verdeeld zullen zijn in twee volken of twee koninkrijken (Ezechiël 37:22).

Tijdens de beroemde Pinksterdag was de verwachting dat het Koninkrijk van Israël in die dagen hersteld zou worden, nog volop actueel (Handelingen 1:6,7). Israël zou zich bekeren en het beloofde "herstel van alles waarvan de profeten gesproken hebben" (inclusief de wederkomst van de Messias), zou in die dagen plaatsvinden (Handelingen 3:19-21). Van Israëls afwijzing van het Evangelie en van de Verborgenheid die de apostel Paulus naar aanleiding daarvan bekend zou maken, was voorlopig nog geen sprake. Op de Pinksterdag werden 3000 Joodse eerstelingen binnengehaald, als voorbode van de uiteindelijke grote oogst van het volk.
Duidelijk moet zijn dat de Pinksterdag alles met Israël te maken heeft en de openbaring van het Koninkrijk.



ga naar thuis-pagina