ga naar thuis-pagina

laatste wijziging: 19 augustus 2009

Samenvatting van een studie gegeven in Maarn, 2 aug. 2009

negen stellingen over genesis één

Stelling 1:
Het boek ‘Genesis’ vormt een verzameling boeken en documenten (Hebreeuws: toledot).

De naam Genesis is direct ontleend aan het Hebreeuwse woord 'toledot'. Het gaat om registraties van oorsprongen en geschiedenissen.
Toledot wordt in vertalingen weergegeven met: geschiedenis, geslachtsregister, nakomelingen, geboorten.

In Genesis 5:1 staat: "dit is het boek van toledot van Adam". Evenals in 2:4 is dit een afsluitende zin. Adam heeft het voorgaande (2:4b -5:1) op schrift gesteld.

Genesis 6:9 staat: "dit zijn de toledot van Noach". Ook hier betreft het een naschrift. Noach is de schrijver van Genesis 5:1 tot 6:9

In Genesis 10:1 staat: "dit zijn de toledot van de zonen van Noach". Sem, Cham en Jafet waren oogetuigen van de zondvloed en hebben de geschiedenis daarvan opgetekend.
zie: het zonvloedverhaal van Sem, Cham en Jafet.

Ook in het vervolg van het boek Genesis komt het woord 'toledot' nog diverse keren voor. Genesis is geschreven door directe ooggetuigen: Adam, Noach, de zonen van Noach, Terah, Isaak en Jakob. Geen duizenden jaren mondelinge overleveringen liggen aan het boek Genesis ten grondslag maar documenten van ooggetuigen.
Zie: de sleutel tot het boek Genesis

Stelling 2
Genesis 1 is een boek onderscheiden van het boek van Adam.

Het scheppingsverhaal wordt afgesloten (2:4) met de mededeling: "dit zijn de toledot van hemel en aarde toen zij geschapen werden". Het woord toledot wordt hier in de NBG vertaling weergegeven met "geschiedenis". De Griekse LXX luidt: dit is het boek genesis (biblos genesioos) van hemel en aarde...". Genesis 1 (tot 2:4) is een boek!

"Het wordingsboek van hemel en aarde" wordt onderscheiden van "het boek van Adam" (5:1). De vraag dringt zich op: wie zou dat eerste boek hebben geschreven? Wie anders dan God Zelf, komt daarvoor in aanmerking? Hij die er Zelf bij was toen hemel en aarde tot stand werden gebracht!

"Het wordingsboek van hemel en aarde" bevat tien woorden. Tien keer lezen we in Genesis 1 de frase "en God zeide". "Tien woorden" evenals de tekst van de stenen tafelen. Zouden ook de eerste "tien woorden" door God Zelf op stenen tafelen (kleitabletten?) zijn geschreven?
Deuteronium 4:13: "... de Tien Woorden, en Hij schreef ze op twee stenen tafelen.".

Stelling 3
“Morgen” en “avond” veronderstellen zonsopgang en zonsondergang.

De traditionele lezing van Genesis 1 (> hemel en aarde zijn in zes dagen geschapen) levert vanouds grote problemen op. Het bekendste probleem is wellicht: pas op de vierde dag wordt gesproken over de formatie van "het grote licht" (de zon). Maar hoe is dit mogelijk als daarvoor reeds enkele keren sprake was van "dag", "morgen" en "avond"?? Dat is toch ongerijmd?!
Als Genesis 1 echter geen zesdaagse schepping beschrijft maar een zesdaagse openbaring over de schepping, dan bestaat dit probleem niet. In dat geval werd de zon niet op de vierde dag geformeerd, maar sprák God op de vierde dag over de formatie van de zon.

Stelling 4:
De zes pauzes tussen de avonden en morgens waren niet voor God.

Als God de hemel en de aarde in zes dagen zou hebben geschapen (of herschapen), dan moeten we aannemen dat God in de nacht rust hield. Maar waarom? Jesaja 40:28 zegt:

"Een eeuwig God is YAHWEH, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt noch moede noch mat, zijn verstand is niet te doorgronden....".

Als Genesis 1 een zesdaagse Goddelijke openbaring aan de méns is, dan zijn de nachtelijke pauzes logisch. De nacht was voor de méns nodig om te slapen. Zoals trouwens ook de rust van zevende dag niet voor God was bestemd, maar "voor de méns" (Markus 2:27).

Stelling 5:
“Dag”, “avond” en “morgen” is altijd lokale tijd. God richt zijn woorden tot iemand op aarde.

Wanneer ergens op aarde de zon opgaat, dan gaat ze precies aan de andere kant van de wereld onder. Voor God in de hémel gaat de zon niet op of onder. Omdat "dag", "avond" en "morgen" per definitie lokale tijd is, is ook dit een aanwijzing dat "de tien woorden" van Genesis 1 gesproken werden op aarde. God wandelde en sprak met de mens in de hof van Eden.

Stelling 6:
Adam en Eva kunnen bezwaarlijk op één dag zijn geformeerd…

Wanneer Adam en Evan op de zesde dag geschapen zijn, dan levert dit een conflict op met het 'tweede scheppingsverhaal' (uit "het boek van Adam" dus). Genesis 2 leert dat: Adam werd geformeerd (:7),
werd geplaats in de hof (:8),
door God werd geinstrueerd (:16),
Adam alle dieren benoemt (:20),
voor zichzelf geen hulp vindt (:20),
een diepe slaap over kwam (:21)
waarna Eva werd geformeerd (:22).
Is het redelijk aan te nemen dat dit alles binnen de twaalf uren van één dag heeft plaatsgevonden? Ook dit probleem verdwijnt als we verstaan dat man en vrouw niet op de zesde dag zijn geschapen maar dat God op de zesde dag sprak óver de creatie van man en vrouw.

Stelling 7:
God schiep niet, maar DEED de hemel en aarde in zes dagen.

Dikwijls wordt Exodus 20:11 slordig geciteerd met de bewering dat God hemel en aarde in zes dagen geschapen heeft. Maar dat staat er uitdrukkelijk NIET. Exodus 20:

8 Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt; 9 zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk DOEN (Hebr. asah); 10 maar de zevende dag is de sabbat van de YAHWEH, uw God; dan zult gij geen werk DOEN (Hebr. asah)(...) 11 Want in zes dagen heeft YAHWEH de hemel en de aarde GEDAAN (Hebr. asah), de zee en al wat daarin is...

In deze tekst wordt drie keer het Hebreeuwse woord 'asah' gebruikt. De eerste twee keer wordt het weergegeven met 'doen'. Dat is ook de primaire betekenis van het woord. Het kan betrekking hebben op alle mogelijke activiteiten. Zou men konsekwent het derde 'asah' eveneens dienen weer te geven met het werkwoord 'doen'. Dan staat er: in zes dagen heeft YAHWEH de hemel en de aarde GEDAAN...

"In zes dagen... hemel en aarde gedaan", verwijst naar het begin van Genesis. Genesis 2:3,4

3 En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust (lett. gestaakt) heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht. DIT IS het wordingsboek (LXX) van de hemel en de aarde…

Dáárover gaat Exodus 20:11: God DEED verslag aangaande de schepping van hemel en aarde in zes dagen én Hij MAAKTE in zes dagen "het wordingsboek van hemel en aarde".

Stelling 8:
God sprak tot de mens in zes dagen en benoemde voor hém de dingen (“dag”, “nacht”, “land”, “zee”, etc.) .

Wanneer Genesis 1 onderwijs van God aan de mens in de hof van Eden is, dan worden ook de diverse benoemingen ("en God noemde...") in dat hoofdstuk in één keer duidelijk. Waarom zou God toen er nog geen mens was, het licht dag noemen en de duisternis nacht? En waarom zou Hij het droge land en de wateren zee noemen? Enz. Wanneer echter vanaf dag één de mens wordt aangesproken, dan zijn deze benoemingen volstrekt logisch.

Stelling 9:
De schepping van hemel en aarde vond plaats in een onbepaald begin “in [den] beginne”. Het wordingsboek (Genesis 1) kwam in zes dagen tot stand.

God schiep hemel en aarde "in den beginne" (lett. in begin - onbepaald). Wannéér dat was staat er niet bij. Hoeláng Hij daarover gedaan heeft al evenmin. Daarmee zijn de marges m.b.t. het ontstaan van hemel en aarde aanzienlijk ruimer dan die van het klassieke creationisme (dat uitgaat van een zesdaagse schepping). Genesis 1 leert zes letterlijke dagen zoals Genesis 2 een formatie van Adam direct uit de aardbodem leert (niet uit het dierenrijk). Maar wanneer hemel en aarde tot stand kwamen en hoelang God over de formatie van de levende natuur heeft gedaan - Genesis 1 informeert daarover niet.
God is de Schepper van alles - dát heeft Hij geopenbaard. In zes dagen.


ga naar thuis-pagina