laatste wijziging: 23 febr. 2005

keerde alleen Juda terug?

kennis vooral vanuit Ezra en Nehemia
Wellicht de meesten zullen de vraag boven dit artikel met 'ja' beantwoorden. De reden daarvoor is even verklaarbaar als onjuist. Vrijwel alle informatie die de Schrift geeft over de terugkeer uit de ballingschap, handelt over hen die terugkeerden vanuit Babel. De uitgebreide lijsten van namen die we tegenkomen in Ezra en Nehemia focussen zich geheel op hen. Zo begint Ezra 2:1 te zeggen:

Dit nu zijn de bewoners van het gewest, die optrokken uit het midden van de in ballingschap weggevoerden, welke Nebukadnessar, de koning van Babel, naar Babel had weggevoerd, en die terugkeerden naar Jeruzalem en Juda....
(zie ook Neh.7:6)

Het spreekt vanzelf dat we in registers als deze slechts de stamnamen van Juda, Benjamin en Levi tegenkomen en niet de namen van de overige tien stammen. Deze stammen waren immers op een eerder tijdstip gedeporteerd naar Assur.

hereniging onder Kores
Ondanks dat we hoofdzakelijk geïnformeerd worden over de lotgevallen van de teruggekeerden uit Babel, laat de Schrift er geen misverstand over bestaan dat Kores' oproep om terug te keren naar het land, uitging tot HEEL Israël.

2. Zo zegt Kores, de koning van Perzie: ALLE koninkrijken der aarde heeft de HERE, de God des hemels, mij gegeven en Hij heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, in Juda.
3. Wie nu onder u tot enig deel van zijn volk behoort, zijn God zij met hem, hij trekke op naar Jeruzalem, in Juda, en bouwe het huis van de Here, de God van Israel, dat is de God, die in Jeruzalem woont.
(Ezra 1:2,3)

Als Perzisch wereldheerser beoogde Kores heel het volk (=alle twaalf stammen) terug te brengen naar het land. Deze oproep was niet minder dan een daad van hereniging van het verdeelde rijk van Juda en Israël.

getooid met de naam Israël
Het teruggekeerde volk wordt genoemd met de naam Israël (Ezra 6:17; 9:1; 10:5, etc.). Deze naam was van origine de naam van heel het volk (de twaalf stammen) en later bij de tweedeling ging de naam mee met de tien stammen. De twee stammen gingen verder onder naam Juda. Zouden de teruggekeerde ballingen slechts afkomstig zijn uit het voormalige twee stammenrijk, dan zouden ze uiteraard gewoon Juda blijven heten. Het feit echter dat het volk getooid wordt met de naam Israël, geeft aan dat ook de overige tien stammen meegerekend worden.

offeren "naar het getal der stammen Israels"
Ter gelegenheid van de inwijding van de tempel lezen we van Israël dat zij...

offerden ter inwijding van dit huis Gods honderd stieren, tweehonderd rammen en vierhonderd lammeren; verder TWAALF geitebokken tot een zondoffer voor GEHEEL ISRAËL, naar het getal der stammen Israels.
(Ezra 6:17 zie ook 8:35)

Ten eerste zien we dat "geheel Israël" staat voor de twaalf stammen. Als we dus elders in Ezra of Nehemia lezen over "geheel Israël" (Ezra 10:5; Neh.12:47), dan weten we dat daarmee wordt bedoeld: alle twaalf stammen. Verder maken deze twaalf offerdieren zonder meer duidelijk dat niet twee maar twaalf stammen aanwezig gerekend werden. Niet een deel maar het totaal.

de eerste teruggekeerden waren (gewone) Israëlieten
Omdat Ezra en Nehemia voornamelijk spreken over de terugkeer vanuit Babel, weten we zo goed als niets over hen die terugkeerden vanuit Assur. Naar hun aantal kunnen we slechts gissen. Wél weten we dat de eersten die terugkeerden (gewone) Israëlieten waren.

En de EERSTEN, die zich weer op hun bezitting in hun steden kwamen vestigen, waren [gewone] ISRAELIETEN, de priesters, de Levieten, en de tempelhorigen.
(1Kron.9:2)

In het hierop volgende vers 3 wordt vermeld dat de zonen van Efraïm en Manasse zich vestigden in Jeruzalem.

Te Jeruzalem woonden van de zonen van Juda, Benjamin, Efraim en Manasse...
het hart van de koning van Assur gewend
Na
de terugkeer viert Israël feest, want...
... de HERE had hen verblijd; Hij had het hart van de koning van ASSUR tot hen gewend om hen te steunen bij de arbeid aan het huis van God, de God van Israël.
(Ezra 6:22)

Kores was een Perzische koning, maar wordt hier niettemin "de koning van Assur" genoemd. Met recht, want aan hem waren "alle koninkrijken der aarde" gegeven, dus ook Assur, d.w.z. het land waarnaar de tien stammen waren gedeporteerd. De Israëlieten (niet: Judeërs; 6:21) verblijden zich omdat God het hart van de koning van ASSUR had gekeerd, ten einde een huis te bouwen voor God, de God van Israël (niet: de God van Juda).