Wanneer begon en eindigde de 70 jaar van Jeremia?

Het antwoord op deze vraag vinden we in verschillende Schriftplaatsen terug. Jeremia spreekt twee keer over de periode van 70 jaar (Jeremia 25:11 en 29:10) en in tweede boek van Kronieken (36:21), Ezra (1:1) en Daniël (9:1) wordt uitdrukkelijk naar deze profetie verwezen.

In Jeremia 25 worden we geplaatst in "het eerste jaar van Nebukadnezar, de koning van Babel" (25:1). Dit was het jaar 606 voor Chr. Het was het jaar waarin Jeruzalem veroverd werd en de eerste deportatie plaatsvond naar Babel (o.a. van Daniël en zijn vrienden; Daniël 1). Jeremia voorzegd dat Nebukadnezar wederom zou komen en het land zou verwoesten. In Jeremia 25: 11 en 12 lezen we:

11. dan zal dat gehele land tot een oord van puinhopen, tot een woestenij worden. Deze volken nu zullen de koning van Babel dienstbaar zijn zeventig jaren;
12. maar na verloop van zeventig jaren zal Ik aan de koning van Babel en dit volk, luidt het woord des Heren, hun ongerechtigheid bezoeken, ook aan het land der Chaldeeen, en Ik zal dat tot eeuwige woestenijen maken.

De tijd die hier gemeten wordt is die van dienstbaarheid aan de koning van Babel. Welnu, die tijd ving PRECIES aan in het jaar dat Jeremia deze profetie uitsprak. Dus "in het eerste jaar van Nebukadnezar, de koning van Babel". Wanneer we 70 jaar verder rekenen komen uit in 536 voor Chr. Daarover straks meer. Eerst nog het andere vers in ditzelfde boek, waar sprake is van 70 jaar.

Want zo zegt de HERE: Neen, als voor Babel zeventig jaren voorbij zullen zijn, DAN zal Ik naar u omzien en mijn heilrijk woord aan u in vervulling doen gaan door u naar deze plaats terug te brengen.
Jeremia 29:10

Over Babel zouden 70 jaar voorbij gaan en deze periode zou eindigen in de beloofde terugkeer naar het land. Wanneer we vanaf het eerste jaar van Nebukadnezar (het begin van het Babylonische rijk- 606 voor Chr.) 70 jaren doortellen, komen we uit in 536 voor Chr.. Dit is het eerste jaar van Kores, de Perzische koning, die Israël deed terugkeren naar het land. Exact zoals God bij monde van Jeremia had voorzegd.

Zeer nadrukkelijk wordt ook in het slot van 2Kronieken verwezen naar de belangwekkende voorzegging van Jeremia. In het laatste hoofdstuk wordt in vogelvlucht de geschiedenis verhaald van Nebukadnezar's verovering van Jeruzalem in 606 voor Chr. (36:6), de verschillende opstanden van koningen van Juda tegen Nebukadnezar (36:7-16) en de uiteindelijke complete verwoesting van Jeruzalem en de verbranding van de tempel in 587 voor Chr. (36:17-19). En dan lezen we vervolgens:

20. Ook voerde hij (= Nebukadnezar) hen die aan het zwaard ontkomen waren, naar Babel, en zij werden hem en zijn zonen tot slaven, totdat het koninkrijk van Perzie de heerschappij verkreeg;
21. om het woord des HEREN, door Jeremia verkondigd, in vervulling te doen gaan: totdat het land zijn sabbatsjaren vergoed gekregen heeft. Al de dagen die het woest lag, heeft het gerust, om zeventig jaar vol te maken.
22. Maar in het eerste jaar van Kores, de koning van Perzie, wekte de HERE, opdat het woord des HEREN, door Jeremia verkondigd, zou worden voltrokken, de geest van Kores, de koning van Perzie, op, om door zijn gehele koninkrijk, ook in geschrifte, deze oproep te doen uitgaan:
23. Zo zegt Kores, de koning van Perzie: alle koninkrijken der aarde heeft de HERE, de God des hemels, mij gegeven en Hij heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen in Jeruzalem, in Juda. Wie nu onder u tot enig deel van zijn volk behoort, de HERE, zijn God, zij met hem, hij trekke op.

In 587 voor Chr. worden allen die tot dusver ontkomen waren, meegevoerd naar Babel en tot slaven gemaakt van de koning van Babel "TOTDAT het koninkrijk van Perzie de heerschappij verkreeg" (vers 20). Dit "totdat" is uiterst belangrijk omdat toen "het koninkrijk van Perzie de heerschappij verkreeg" de termijn die voorzegd was door de profeet Jeremia inmiddels verstreken was. Vandaar vers 21:

21. om het woord des HEREN, door Jeremia verkondigd, in vervulling te doen gaan: totdat het land zijn sabbatsjaren vergoed gekregen heeft. Al de dagen die het woest lag, heeft het gerust, om zeventig jaar vol te maken.

Parallel daarmee in vers 22:

Maar in het eerste jaar van Kores, de koning van Perzie, wekte de HERE, opdat het woord des HEREN, door Jeremia verkondigd, zou worden voltrokken....

In het eerste jaar van Kores sloot de termijn die Jeremia tot twee keer genoemd had. De grondtekst zegt dit hier nadrukkelijker dan de NBG-tekst: in het eerste jaar van Kores zou het woord van Jeremia worden voleindigd (2Kron.29:28) of gereed gemaakt (1Kron.28:20). In 536 voor Chr. (het eerste jaar van Kores) werd de door Jeremia voorzegde periode van 70 jaar voleindigd.

Er is één aspect aan de 70 jaren, dat in 2 Kronieken 36 min of meer en passant wordt vermeld, maar dat zeer belangwekkend is te overwegen. In de 70 jaren die voorbij gingen, werden aan "het land", zo lezen we "zijn sabbatsjaren vergoed". Toen Israël ooit vanuit de woestijn in het land kwam moest het elk zevende jaar aan het land een sabbat geven, d.w.z. gedurende zo'n sabbatsjaar mocht men niet zaaien en niet oogsten (Lev.25:1-7). Israël heeft zich nooit iets gelegen laten liggen aan deze wet en daarom heeft God hen uiteindelijk het land uitgestuurd, zodat het land alsnog haar sabbatten zou ontvangen. Deze 'procedure' was reeds in de wet voorzegd:

Maar het land zal door hen verlaten worden en het zal zijn sabbatsjaren vergoed krijgen, terwijl het verwoest ligt zonder hen, en zij zullen hun ongerechtigheid boeten, omdat, ja, omdat zij mijn verordeningen versmaadden en van mijn inzettingen een afkeer hadden.
Leviticus 26:43

Omdat ieder zevende jaar een sabbatsjaar is, staan 70 sabbatsjaren voor een periode van 490 jaar. Rekenen we vanaf het begin van de 70 jaren (606 voor Chr.) 490 jaren terug, dan komen we uit in 1096 voor Chr. Dit is het jaar dat Israël voor het eerst een koning kreeg. Alle jaren sinds de intocht in het land, was het volk geleid door richters. In 1096 voor Chr. echter, werd Israël een koninkrijk en werd koning Saul officieel geïnstalleerd:

Daarna zette Samuel voor het volk het recht van het koningschap uiteen, schreef dit in een oorkonde en legde die neer voor het aangezicht des HEREN...
1Samuël 10:25

Het "recht van het koningschap" verwijst naar de perikoop in de wet van Mozes (Deut.17:14-20) waar we lezen dat de koning verantwoordelijk wordt gesteld om "al deze inzettingen (zoals die van de sabbatsjaren!) naarstig te onderhouden". Vandaar dat God de sabbatten die aan het land worden onthouden vanaf de eerste koning begint te rekenen. Toen gedurende een periode van 70 maal 7 jaren (oftewel 70 jaarweken) deze sabbatsjaren niet waren gehouden, bracht God zijn volk (in fasen) naar het buitenland. Voor de vastgestelde termijn van 70 jaar, want daarna zou de rekening vereffend zijn.

Hierop aansluitend is er nog een opmerkelijke Schriftplaats i.v.m. de 70 jaar van Jeremia, dat onze aandacht verdient. In Daniël 9 lezen we:

1. In het eerste jaar van Darius, de zoon van Ahasveros, uit het geslacht der Meden, die koning geworden was over het koninkrijk der Chaldeeen;
2. in het eerste jaar van zijn koningschap lette ik, Daniel, in de boeken op het getal van de jaren, waarover het woord des HEREN tot de profeet Jeremia gekomen was, dat Hij over de puinhopen van Jeruzalem zeventig jaar zou doen verlopen.

Als Daniël opmerkzaam wordt op de profetie van Jeremia, zijn we inmiddels bijna aan het einde van de 70 jaren. Het eerste jaar van Darius komt overeen met 538 voor Chr., dat is twee jaar voor "het eerste jaar van Kores, de koning van Perzië". De NBG-tekst suggereert hier dat Jeremia voorzegd zou hebben dat Jeruzalem 70 jaar verwoest zou zijn. Dat is niet terecht. De Concordant Version leest correct: "om te vervullen voor de puinhoop van Jeruzalem, zeventig jaar". Dat komt ook overeen met wat Jeremia had geprofeteerd: het volk zou zeventig jaar dienstbaar zijn aan Babel en daarna zou het terugkeren naar het verwoeste Jeruzalem. Enfin, terwijl Daniël aandacht geeft aan de 70 jaren die waren veroorzaakt door 70 jaarweken veronachtzaming van sabbatsjaren, ontvangt hij een godspraak over wederom 70 jaarweken! Maar nu in de toekomst. Vanaf het ogenblik dat Jeruzalem ooit herbouwd zou worden (457 v. Chr) tot aan de komst van de Messias zou opnieuw een periode van 70 jaarweken (=490 jaar) gemoeid zijn. Dit laatste is een uitgebreid onderwerp, maar ook in die termijn blijkt God met precisie te vervullen hetgeen Hij had laten voorzeggen.

Ter beantwoording van bovenstaande vraag is het genoeg om vast te stellen dat de profetie van Jeremia inderdaad nauwkeurig vervuld is. De periode is gedefinieerd, begin- en eindpunt zijn vastgesteld en zelfs de lengte van de termijn wordt verklaard uit een periode die (opnieuw met precisie!) zeven keer zo lang is! Opdat het ons maar duidelijk zou zijn: God heeft de regie volmaakt in handen en alle tijden zijn in Zijn hand. Tevens herkennen we in deze verbazingwekkende timingen, het Goddelijk Auteurschap van wat met recht "de heilige Schrift" heet!