ga naar thuis-pagina

laatste wijziging: 22 oktober 2006

aantekeningen van een studie over 1Samuël 5, gehouden op zondag 1 oktober 2006 in den Haag.

de ark in de tempel van Dagon

de ark embleem van Gods heerlijkheid
een ark in aanvang een lijkkist
hout overtrokken met goud
de onderdelen van de ark
de ark spreekt altijd van de opgewekte Christus
de dood van de priester Eli
Dagon, beeld van...
als men dát geweten had...
op de derde dag openlijk ten toon gesteld
de overwinning is behaald, maar wie weet het?
van achteren geslagen...
de ark keert terug

de ark embleem van Gods heerlijkheid
De ark van het verbond was voor Israël het embleem bij uitstek van Gods heerlijkheid. Als de ark is buitgemaakt en de vrouw van Pinehas dit dramatische nieuws te horen krijgt, dan moet ze ter plekke bevallen. Ze noemt het kind Ikabod, hetgeen betekent: weg is de heerlijkheid!
1Sam.4:19-22; kabod is het Hebreeuwse woord voor heerlijkheid.

een ark in aanvang een lijkkist
Het Hebreeuwse woord voor 'ark' is 'aron'. Het is de algemene aanduiding voor de "ark des verbonds". De eerste keer echter dat woord gebruikt wordt, gaat het over de lijkkist van Jozef.... In eerste instantie blijkt 'aron' een doodskist! De ark was trouwens in aanvang ook niet anders dan een houten kist. Hout spreekt altijd van wat uit de aarde voortkomt en van vergankelijkheid. De essentie echter van de ark was, dat deze was overtrokken met zuiver goud. Goud is een edelmetaal, d.w.z. het verbindt zich niet met zuur(!)stof. Het roest niet en staat daarmee voor onvergankelijkheid.
De eerste vermelding van 'aron': Genesis 50:26

hout overtrokken met goud
De ark is een uitbeelding van Hem die "de uitstraling is van Gods heerlijkheid". Van Hem die in vergankelijkheid kwam (hout), stierf maar vervolgens "ten derde dage" werd 'overtrokken' met onvergankelijkheid (goud).
Hebreeën 1:3

de onderdelen van de ark
Alle attributen waarmee de ark verbonden is, spreken allemaal van de overwinning op de dood, door Christus behaald.
Hebreeën 9:4,5
1. de gouden kruik met manna:
spreekt van "het brood des levens" dat uit de hemel is neergedaald "voor het leven der wereld". Een aarden vat spreekt van vergankelijkheid maar een gouden kruik van het tegendeel.
Johannes 6:48-51; 2Kor.4:7
2. de staf van Aäron die gebloeid had:
beeldt zeer expliciet uit, hoe leven uit de dood voortkomt. Een staf spreekt in het algemeen al van opstanding (een staf dient om op te staan dan wel om staande te blijven), maar als ze ook letterlijk leven voortbrengt, dan kan de associatie al helemaal niet missen. Merk bovendien op dat de staf amandelbloesem voortbracht, hetgeen spreekt van de Eersteling die werd opgewekt.
De amandel kondigt (in Israël) als eerste boom het nieuwe leven van de lente aan. Het woord voor 'amandel' is 'shaqad' hetgeen 'waken' of 'ontwaken' betekent. Zie Jeremia 1:11,12 .
3. in de ark lagen de twee stenen tafelen:
de eerste set was gebroken (> oude verbond), nog voordat Mozes van de berg was neergedaald. De tweede set (> nieuwe verbond) werd bewaard in de ark - "uw wet is in Mijn binnenste", kon de Messias met recht zeggen. Hij vervult door Zijn sterven en opstanding het Woord Gods.
Hebreeën 10:5-7 vergl. Ps.40:7-9
4. het deksel op de ark:
waarop jaarlijks bloed gesprenkeld werd door de hogepriester. Het ingaan in het heiligdom spreekt van Hem die na Zijn opstanding "achter het voorhangsel" (=onttrokken aan het oog) inging in het hemels heiligdom... met bloed. D.w.z. als het Lam dat ooit geslacht was.
Hebreeën 6:20; 9:24,25

de ark spreekt altijd van de opgewekte Christus
Als de ark in al haar onderdelen een type is van de opgewekte Christus, dan hoeft het niet te verbazen dat de belevenissen van de ark in Israëls historie, telkens weer daar naar verwijzen. Denk b.v. aan de doortocht door de Jordaan - inderdaad, "na verloop van drie dagen"...
Jozua 3:2

de dood van de priester Eli
De ark die werd buitgemaakt, betekende de dood van priester en richter Eli.
"Toen hij melding maakte van de ark Gods, viel Eli achterover van zijn stoel naast de poort, brak zijn nek en stierf. Want de man was oud en zwaar. En hij was veertig jaar richter over Israel geweest." 1Samuël 4:18
Eli is een type van de representanten van "het oude verbond". Van hen lezen we: "het hart van dit volk is vet geworden". In de Hebreeën-brief wordt uiteengezet dat met de dood en opstanding van Christus, de tempeldienst voor verouderd was verklaard. "En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning". In het jaar 70 AD is een hardhandig einde gemaakt aan Jeruzalem en de tempeldienst. Inderdaad, veertig jaar na de dood en opstanding van Christus...
Handelingen 28:27; Hebreeën 9:13

Dagon, beeld van...
Dagon was de god van de Filistijnen. Hij werd uitgebeeld als een man met een vissen-(onder-)lijf. Hij is daarmee een equivalent van de Romeinse Neptunes of de Griekse Poseidon. D.w.z. van de god van de zee. De zee is in de Schrift zowel een uitbeelding van de volkenwereld als ook van de onderwereld. De god van de zee verwijst daarmee dus naar "de god van deze aion" ... Satan himself.
'Dagon' is in het Hebreeuws direct verwant aan het woord voor vis (daq). Als in 1Sam.5:4 staat "slechts de romp was nog over", dan is het woord voor 'romp' letterlijk: vis. Dagon was gebroken en alleen het vissen-onderlijf stond nog overeind.
De zee als uitbeelding van de volken: Openbaring 17:15. De zee is ook synoniem met de afgrond. Zo wordt afwisselend gesproken van "het beest" dat opkwam uit de zee dan wel uit de afgrond (Openbaring 13:1; 17:8).

als men dát geweten had...
De ark was als een overwinningstrofee neergezet in de tempel van Dagon. Men dacht namelijk met het buitmaken van de ark de overwinning behaald te hebben. Parallel hiermee dachten "de beheersers van deze aion" ook de overwinning behaald te hebben toen Jezus stierf. "En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van haar geweten, want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Here der heerlijkheid niet gekruisigd hebben".
1Korinthe 2:8

op de derde dag openlijk ten toon gesteld
Dat de Filistijnse vorsten hadden misgerekend, bleek reeds op de tweede dag (Dagon was gevallen), maar pas definitief op de derde dag. Dagon was op z'n aangezicht gevallen én bovendien onthoofd en onthand! Met Dagons 'losse onderdelen' was de ingang van de tempel versperd. De Filistijnen trokken de merkwaardige conclusie dat de drempel daarmee heilig was geworden... Uiteraard spreekt de ontluistering van Dagon door de ark, van Hem die op de derde dag "de overheden en machten heeft ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd". Het door de Romeinse overheid verzegelde graf, werd gebroken en de Triomfator trok (bij wijze van spreken) een lange neus naar hen allen.
Kolosse 2:15; Matteüs 27: 62-68

de overwinning is behaald, maar wie weet het?
Dagon was ontluisterd, de tempel ontheiligd, maar de Filistijnen restaureerden hun god(shuis). En ze brachten de ark evenmin waar deze thuishoorde: in het land van Israël. Dit alles is typerend voor het tijdsgewricht waarin we momenteel leven: de overwinning "ten derde dage" is behaald, maar het ontgaat de wereld compleet. Ook beseft men niet dat de vloek over deze wereld, alles te maken heeft met feit dat de ark (> Christus) nog niet teruggekeerd is naar het land van Israël.

van achteren geslagen...
Het wordt tamelijk eufemistisch geformuleerd, maar overal waar de ark naar toe gebracht werd in het land van de Filistijnen, werden de mensen geslagen met een ernstige vorm van aambeien. In de SV heet het: "spenen in de verborgen plaatsen". In Psalm 78:66 lezen we in dit verband: "zijn tegenstanders, sloeg Hij van achteren". Het idee is dat de Filistijnen ten schande werden gemaakt.
1Samuël 5:9

de ark keert terug
In 1 Samuël 6 lezen we dat de ark weer terugkeert naar Israël. Dit vond plaats gedurende de tarweoogst. De oogst is in de profetie dikwijls een verwijzing naar de Dag des Heren. De ark vindt haar bestemming in de plaats Beth-Semes (=huis van de zon), in het veld van Jehosua (=de HERE redt). Deze naam is Hebreeuwse equivalent van de naam Jezus. Dit alles spreekt cryptisch van het moment dat "de Zon der gerechtigheid" zal opgaan over deze wereld en de ware Jehosua zal verschijnen. En passant wordt er nog bij vermeld dat de ark stil bleef staan bij "een grote steen"... wat opnieuw weer bepaalt bij de overwinning op de dood. Deze link wordt onderstreept door het feit dat de steen dienst ging doen als altaar waarop werd geofferd. Een altaar is een verhoging en het idee achter offeren is, dat een dier, nadat het geslacht is, vervolgens opstijgt (> dood en opstanding).
De tarweoogst: 1Samuël 6:13, zie voor betekenis: Openbaring 14:14-16; Joël 3:13.


ga naar thuis-pagina