|
laatste wijziging: 31 december 2011 |
||
|
is God een drieëenheid? Nicéa en Athanasius onder de Bijbelse loep één God,
de Vader
De allerbelangrijkste waarheid van
de Schrift is dat er één God is.
Dat is maar niet een kwestie van kwantiteit maar van kwaliteit. Een
Godheid die z'n plaats moet delen met een andere Godheid ís niet
eens een Godheid! God is GOD omdat er maar één van is.
Uit, door en tot Hem is alles. Betwijfel het woord 'alles' en je komt
in de nevelen van het meergodendom. Marcus
12:30; Romeinen 11:36 De Schrift leert expliciet op meerdere plaatsen
dat er maar één God is, de Vader. Deze statement is wel
de meest dodelijke van alle voor de leer van de Drieëenheid. 1Korinthe
8:6; Efeze 4:6; Johannes 17:3; 1Timotheus 2:5 Wanneer we onze gedachten over God
en Zijn Christus willen verwoorden, dan
bestaat daarvoor maar één veilige methode: woorden en frasen
gebruiken die de Schrift zélf aanreikt. Woorden van menselijke
wijsheid zijn erger dan waardeloos. 1Korinthe
2:4,5; 3:20 Het
is ontstellend dat de belangrijkste doctrine waaraan iemands orthodoxie
wordt afgemeten niet uitdrukkelijk (of beter: uitdrukkelijk niet) wordt
onderwezen in de Schriften. Sterker: het duurde enkele eeuwen om via redeneringen
het er uit af te leiden! Het Griekse woord voor 'belijden'
is 'omo logeo', hetgeen 'hetzelfde zeggen' betekent. Een accuraat belijdenisgeschrift
dat de Schriftuurlijke waarheid omtrent iets wil verwoorden is dus per
definitie aangewezen op de woordenschat van de Schrift. Nergens leert de Bijbel dat de schepping tot stand is gekomen door de Vader, zoals 'Nicea' beweert. Zoals we ook nergens lezen dat de schepping uit de Zoon voortkomt. Alles is uit God de Vader en alles is door de Heer Jezus Christus. 1Korinthe 8:6; Johannes 1:3; Kolosse 1:16 Negentien keer spreekt
de Schrift over 'God de Vader'. Een kleine vijftig keer is er sprake
van 'de Zoon van God'. Niet één keer vinden we de uitdrukking
'God de Zoon'. Veelzeggend. De Zoon van Gods liefde
is het Beeld van God, de Onzichtbare. Dat de Zoon zo dikwijls in de
Schrift als God Zelf wordt gepresenteerd is met recht Beeld-spraak.
Kolosse 1:15 De Zoon is Gods LOGOS (NBG: Woord). Vergelijk dit met ons woord 'logo'. Een logo is een beeldmerk dat een onzichtbare grootheid vertegenwoordigt. Johannes 1:1 Christus
is de IKOON (NBG: Beeld) van God, de Onzichtbare. Het wordt de mens
uitdrukkelijk verboden om ikonen te maken en zich daarvoor neer te buigen.
Waarom? Omdat deze eer slechts weggelegd is voor het enige volmaakte IKOON!
Kolosse 1:16; 2Korinthe 4:4 Dat de Zoon van eeuwigheid
af zou zijn is weer een typisch voorbeeld van het afwijken van de Schriftuurlijke
termen. De Bijbel zegt dat Jezus de Zoon van God is door Zijn geboorte
uit Maria Lucas1:35 Athanasius belijdt
weliswaar dat de Zoon gegenereerd (geboren of voortgebracht) is maar ontkent
het tegelijkertijd door te stellen dat "in de Drieheid geen eerste of
laatste is ... maar de ganse drie Personen hebben gelijke eeuwigheid".
Wie het vat mag het zeggen... De Zoon van
God is de "eerstgeborene van elk schepsel". Geen Schepper maar
schepsel. .Kolosse 1:16,17 Athanasius veronderstelt
dat "de Geest van de Vader" een ander is dan de Vader Zelf.
Vreemd... is de geest van de mens soms ook iemand anders dan de mens zelf?
Matteüs 10:20; 1Korinthe 2:11 Maria werd zwanger
van de heilige Geest. M.a.w. de heilige Geest was de Vader van Degene
die uit Maria voortkwam. Mattheüs 1:18 De
Geest is niet Iemand náást de Allerhoogste maar het is "de
Kracht van de Allerhoogste". Lucas
1:35 Nergens
in de Schrift wordt de mens beeld van God genoemd. De mens is geschapen
náár Gods Beeld. En Gods Beeld is... Christus! Genesis.1:26,27 De kerk
zegt: er is één God: de Vader én de Zoon én
de heilige Geest. De Schríft zegt: er is één God,
de Vader. Punt. Deze God is de Onzichtbare en de Zoon is diens Beeld en
Gestalte. De Geest is de (persoonlijke) Kracht van de Allerhoogste. In
gebed richten we ons tot God de Vader. Van bidden tot Jezus lezen we in
de Schrift niet. Van bidden tot de Geest al evenmin. We naderen tot God
door Christus Jezus. Dat is de steeds weer terugkerende formule
in de Schrift. Zoals God tot óns komt door de Here Jezus, zo komen
wij tot God, door de Here Jezus. Christus Jezus is de Middelaar
tussen de ene God en het mensdom. Efeze 1:18;
Kolosse 3:17; Judas:25; 1Timotheüs 2:5
|
||