laatste wijziging: zaterdag 4 mei 2002
HOME

WILDE PAULUS VAN CHRISTUS VERBANNEN ZIJN?

In Romeinen 9 vers 2 en 3 vinden we de volgende merkwaardige opmerking van Paulus.

"Ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer. Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees..."

Hoe kon Paulus dit nu schrijven? Had hij zojuist niet gejubeld dat NIETS hem kon "scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus"? Vanwaar dan deze wens? Bovendien: is Romeinen 9 niet het Bijbelhoofdstuk bij uitstek dat laat zien dat redding geen mensenwerk is? Hoe kon Paulus dan door verbanning van Christus iets denken toe te voegen aan Israëls redding? Is dit niet ongerijmd?

Het verrassende antwoord op deze vragen is gelegen in een correcte weergave van dit Bijbelgedeelte. Vanuit het Grieks weten we dat Paulus niet schreef: "want zelf zou ik wel wensen... ", maar: "ik wenste...". Verleden tijd. Dat maakt een heel groot verschil!

De gedachte is deze. Paulus had een voortdurend hartzeer ten behoeve van zijn broeders naar het vlees. Hoezo? Wel, ooit wenste hijzelf van Christus verbannen te zijn, zoals zijn verwanten dat nog steeds wensen. Ooit was de naam van Christus ook voor hem een vloek. Paulus kende de toestand van de meerderheid van het Jodendom uit eigen ervaring. In deze tussengevoegde vermelding klinkt Paulus eigen bittere herinnering door. Maar tevens klinkt hierin hoop door voor zijn geliefde verwanten. Want als het goed kon komen met hém, dan kan het ook goed komen met Israël! Zeker, hier is dit nog slechts een suggestie... maar twee hoofdstukken later is dit veranderd in een groot uitroepteken!

De eerste versen van Romeinen 9 dienen we dus op de volgende mannier te lezen:

"Ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer, (want ikzélf wenste van Christus verbannen te zijn) ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vlees..."
 

HOME