ga naar thuis-pagina

laatste wijziging: 22 juni 2007

wat heeft Hij dan nog aan te merken?

logsiche vraag
De vraag in Romeinen 9:19 is volkomen begrijpelijk, voor iedereen die tot dusver het betoog van de apostel volgde. Het was God Zelf die de Farao verharde, aangezien Hij een tegenstander nodig had om zijn kracht te demonstreren (9:17). Farao zei keer op keer nee tegen de oproep "laat Mijn volk gaan", en toen hij na de zesde plaagde onder de druk dreigde te bezwijken, was het Gód die (volgens de Hebreeuwse tekst) zijn hart "versterkte" (Ex.9:12), zodat Hij 'nee' bleef zeggen tegen de oproep. In de Psalmen lezen we:

HIJ veranderde hun harten, zodat zij zijn volk haatten en listig handelden tegen zijn knechten.
Psalm 105:25

Maar als het God is die Zelf verantwoordelijk is voor Farao's verharding, "wat heeft Hij (=God) dan nog aan te merken?". Farao kon er toch niets aan doen dat hij 'nee' zei, want God had hem immers verhard? Sterker: hij beantwoorde juist door 'nee' te zeggen volkomen aan Gods (verborgen) bedoeling! Dus nogmaals: wat heeft God dan nog aan te merken?
Luister naar Paulus' antwoord...

een boetseerder is vrij
Paulus antwoordt, naar goed joods gebruik met een tegenvraag. Wie is de mens nu helemaal om God tegen te spreken? De mens verhoudt zich tot God zoals boetseersel tot een boetseerder. Staat het een boetseerder niet volkomen vrij te creëren wat hij wil en óók om er mee te doen wat hij wil? Een boetseerder is geen verantwoording schuldig aan de potten die hij maakt.

we zijn creatie
De mens is boetseersel. Het woord voor 'mens' (adam) betekent in het Hebreeuws ook: uit de aarde (>adamah; vergl. 1Kor.15:47). Geen mens heeft zichzelf gemaakt. In geen enkel opzicht. Tot in elke vezel van ons bestaan zijn we een creatie. Alles wat we zijn, wat we hebben, wat we kunnen, wat we denken, wat we doen, is het resultaat van onze erfelijkheid en onze omgeving. Hebben wij zelf onze genen gemaakt? Hebben wijzelf onze omgeving uitgekozen? Nee. Oneerbiedig geformuleerd zijn we het produkt van ons DNA en millieu.
Eerbiedig geformuleerd: we zijn klei in de hand van de Pottenbakker.

dáárom merkt Hij aan!
Let er op dat dat Paulus in zijn reactie en passant wel degelijk antwoord geeft op de vraag ("wat heeft Hij dan nog aan te merken?"). Het antwoord is namelijk dat God ons (als Boetseerder) mede vormt d.m.v. kritiek en kritieke omstandigheden. Zonder kennis van kwaad, geen kennis van goed. Door aan te merken, kneed God ons en maakt Hij zijn creaties tot wat Hem voor ogen staat.

het bijbelgedeelte:

17 Want het schriftwoord zegt tot Farao: Daartoe heb Ik u doen opstaan, opdat Ik in u mijn kracht zou tonen en mijn naam verbreid zou worden over de gehele aarde. 18 Hij ontfermt Zich dus over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil.
19 Gij zult nu tot mij zeggen: Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie wederstaat zijn raad (*)? 20 Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken? Zal het geboetseerde soms tot zijn boetseerder zeggen: Waarom maakt Gij mij zo? (**)21 Of heeft de pottebakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere tot alledaags gebruik?
Romeinen 9

voetnoten
(*) Het Griekse woord hier is 'boulema' en dat betekent niet 'wil' (zoals de meeste vertalingen hebben) maar raad". Zie Efeze 1:11 waar zowel het woord voor 'raad' als het woord voor 'wil' in één uitdrukking voorkomt: "de raad (boulema) van zijn wil"

(**) Het werkwoord hier staat in de zgn. aorist (> zonder horizon), dit is een tijdloze werkwoordsvorm.

 


ga naar thuis-pagina