laatste wijziging: 20 oktober 2004

studie n.a.v. Romeinen 1:18-27

'DE VERKEERDE KANT'

iedereen kan weten dat God bestaat
niet judaïseren maar monotheïseren
Noachietische regels
God = Plaatser
'een plaats leren geven'
god of GOD?
redeneringen verijdeld
Gods toorn geopenbaard - hoe?
duister in het onverstandig hart
Schepper-schepping & mannelijk-vrouwelijk
'de verkeerde kant'
de logica achter de acceptatie van homosexuele omgang
loten van één stam
vergelding
ethiek of natuurkunde?
God laat los maar verdoemt niet


Romeinen 1 vanaf vers 18 is een beschrijving van een mensheid die God niet als GOD erkent. Het is geen vrolijk verhaal.

De Bijbel is er niet onduidelijk over dat ieder mens kan weten dat er een God is. Weliswaar kan God niet gezien worden maar uit de schepping kan ieder verstandig mens wel degelijk Zijn bestaan afleiden. De schepping getuigt van de onzienlijke Schepper. Romeinen 1:20 

De woorden Gods zijn aan de Joden toevertrouwd. Dit is een bijzondere openbaring waar de andere volken in principe buitenstaan. Israël heeft nooit van Godswege de opdracht gehad de heidenvolken te 'judaïseren' (verjoodsen). Wel om hen 'monotheïseren', d.w.z. om hen te brengen tot de erkenning van de Ene God. Romeinen 3:1; Psalm 147:19,20

Heidenvolken worden niet beoordeeld op basis "de woorden Gods" maar op grond van wat zij (geacht worden te) weten: de wetenschap dat God er is en de wetenschap van goed en kwaad ('het geweten'). Het jodendom spreekt in dat verband van de zeven noachietische regels die voor alle mensen (zonen van Noach) gelden. Romeinen 1:20; Romeinen 2:12-16

Het woord 'God' in het Grieks is 'theos'. Het is afgeleid van een werkwoord dat 'plaatsen', 'stellen', betekent (> these). God is Degene die 'plaatst'. Hij zet alles op z'n plek. Maakt dat het woord 'God' niet veel concreter?!

Mensen gaan dikwijls in psycho-therapie om problemen die ze niet langer aan kunnen, 'een plaats te geven'. Ik verzeker u: er is niets dat zó therapeutisch werkt als de erkenning dat er Iemand is die aan alles een plaats geeft. Geen probleem zo groot of het heeft een plaats in het magistrale, allesomvattende Plan van God. Er is niets zinloos! Efeze 1:11; Spreuken 16:4

Het probleem is niet dat de mens niet 'religieus' is. Integendeel! Hij erkent gewoonlijk wel degelijk het bestaan van 'een God' maar niet dat God GOD is. D.w.z. Degene die alles beschikt en een plaats geeft. Bijbels geformuleerd: Degene uit Wie, door Wie en tot Wie alles is. Hij is de bron, de reden en de zin van het hele bestaan. En dus is het logisch Hem te erkennen en te danken in alles. Romeinen 11:36; Romeinen 1:20

Wanneer een mens God niet als GOD erkent, lopen al zijn redeneringen op niets uit. Niet omdat de redeneringen niet knap en vernuftig zouden zijn maar omdat het axioma (de vóóronderstelling) niet deugt. De kracht van het wetenschappelijk bedrijf berust op het slechts rekenen met waarneembare feiten. Maar dat is tevens haar zwakte. Want in deze afspraak worden bij voorbaat de belangrijkste factoren voor het verstaan van de werkelijkheid buiten beschouwing gelaten. Romeinen 1:21; 1Korinthe 3:20

Gods toorn die zich openbaart van de hemel over de goddeloosheid (niet: over goddelozen!) van de mensheid, blijkt niet uit rampen en calamiteiten die de wereld treffen. Het blijkt daaruit dat God de mensen hun gang laat gaan en hen niets in de weg legt op de wegen die zij gaan. Om hen proefondervindelijk te brengen tot de erkenning dat de weg die zij gaan heilloos is. Drie keer is in Romeinen 1 sprake van God die de mens overgeeft; 1:24; 1:26; 1:28

God niet als GOD erkennen verijdelt niet slechts het redeneervermogen van de mens. Het wordt ook duister in zijn of haar onverstandig hart. Duister betekent: je ziet en onderscheid de dingen niet (zuiver). Zonder God als GOD zie je het met recht 'niet zitten'. Ook het rechte zicht op het sexeverschil verdwijnt. Romeinen 1:21

In de Bijbel staat het manlijke voor God (als Schepper) terwijl het vrouwlijke staat voor de schepping. God wordt voorgesteld als Vader terwijl de schepping gezien wordt als een vrouw (die in verwachting is). De relatie Schepper/schepping wordt afgespiegeld in de relatie manlijk/vrouwlijk.

De bedoeling van de mensheid is dat zij zich oriënteert op 'de andere zijde': de Schepper. In plaats daarvan heeft de mensheid de Schepper vervangen door het schepsel. Zij zoekt haar heil, haar normen en haar houvast in de schepping. Hoe breed misschien ook... door zó te denken oriënteert men zich op de 'de verkeerde kant'. Romeinen 1:22,23; Romeinen 1:25

Waar de maatschappij de Schepper wegredeneert leidt dit tot (de acceptatie van) homosexuele omgang. Dat lijkt kort door de bocht maar volgens de apostel is het één is een logisch gevolg van het ander. Let op Paulus' formulering: "DAAROM geeft God hen over in schandelijk lusten want hun vrouwlijken vervangen het natuurlijk gebruik door het tegennatuurlijke. Ook de manlijken verlaten het natuurlijke gebruik van de vrouw...". Romeinen 1:26,27

Het verwarren van Schepper/schepsel leidt tot het verwarren van mannelijk/vrouwelijk. Tot miskenning van de verschillen tussen sexen. Homosex en feminisme (feministische theologie!) zijn beide loten van dezelfde stam. Romeinen 1:25,26

Romeinen 1 zegt niet dat homo-praktijken vergolden moeten worden- ze zijn een vergelding.
"....mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende en het bindende loon van hun afdwaling in zichzelf ontvangende". Romeinen 1:26

Homosexuele omgang heet in Romeinen 1 tegennatuurlijk. Dat is geen ethisch oordeel, maar natuurkunde. De mannelijke sexe is ontworpen voor de vrouwelijke sexe en vice versa. Homosexuele omgang mist dit doel en is dus in de letterlijke zin 'zonde'. 'Tegennatuurlijk' is letterlijk vertaald 'naast-natuurlijk'; Romeinen 1:26

Wanneer mensen het verwerpelijk achten God als GOD te erkennen laat God hen los in een verwerpelijk denken om te gaan doen wat niet betaamt. Dat loslaten is geen verdoemenis. Het is juist bedoeld om de mensheid te laten proeven dat een bestaan los van God volstrekt waardeloos is en leidt naar de ondergang. Het is via deze pijnlijke leermomenten dat God Zijn schepselen uiteindelijk zal brengen op de plaats waar Hij ze wil hebben: vlakbij Zijn hart! Romeinen 1:28; Romeinen 11:32