ga naar thuis-pagina
laatste wijziging: 9 april 2005

wie zag Johannes?

Vraag
Op de goedbericht-site wordt naar voren gebracht dat waar God in de Schrift gezien wordt, dit de Zoon is. Dan zit ik toch met een vraag: hoe kan in Openbaring 4 en 5 een beschrijving gegeven worden van God en daarnaast van het Lam op de troon? Dat is toch een beschrijving van Vader en Zoon?

Antwoord
Inderdaad laat de Schrift zien dat de Zoon het Beeld is van de onzichtbare God (Kol.1:15). Hij heet in Johannes 1 het Woord, de Logos, de Uitdrukking of Expressie van God. En elders "de afstraling van Zijn heerlijkheid" (Hebr.1:3).

Wat de vraag betreft: in de eerste plaats moeten we voorzichtig zijn met het al te snel trekken van conclusies uit visionaire taal. In Openbaring 5 lezen we dat Johannes een Lam(metje) zag "staan als geslacht, met zeven horens en met zeven ogen". Het lijkt me duidelijk dat dit beeldspraak is.

In de tweede plaats moeten we vaststellen dat Johannes (in Openb. 4) inderdaad God op de troon ziet. Maar we lezen niet: God de Vader. Dat zou ook vreemd zijn, want dezelfde Johannes schrijft in de aanhef van zijn evangelie:

NIEMAND HEEFT OOIT GOD GEZIEN; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.
Johannes 1:18

Wie is dus de God die Johannes ziet in Openbaring 4?

Gij, onze Here en God, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht; want Gij hebt alles geschapen, en om uw wil was het en werd het geschapen.
Openbaring 4:11

Johannes ziet hier God de Schepper. Maar Wie is dat? Dezelfde Johannes gaf al eerder antwoord.

ALLE DINGEN ZIJN DOOR HET WOORD GEWORDEN en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.
Johannes 1:3

En Paulus in Kolosse 1:

15. Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene der ganse schepping, 16, want in Hem zijn alle dingen geschapen (...) alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen...
Kolosse 1:15,16

De conclusie moet zijn dat Johannes het Beeld van de onzienlijke God op de troon zag. Degene die alle dingen geschapen heeft. In hoofdstuk 5 ziet Hij dezelfde Zoon, maar dan in een andere gestalte, namelijk als het lammetje dat geslacht en opgestaan is. Eerst de Gestalte Gods en vervolgens de gestalte van een slaaf (zie Filippi 2).

In Daniël 7 zien we een soortgelijk fenomeen. Daar aanschouwt Daniël in een gezicht "een Oude van dagen" (7:9) en even later lezen we...

Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een Mensenzoon; hij begaf zich tot de Oude van dagen, en men leidde hem voor deze; 14. en hem werd heerschappij gegeven....
Daniël 7:13,14

Hier wordt geschilderd hoe de Mensenzoon van God ("de Oude van dagen") de heerschappij ontvangt. Dat lijkt twee, maar het blijkt bij nader inzien tóch één te zijn. Lezen we namelijk nog wat verder, dan staat er iets heel merkwaardigs.

21. Ik zag, dat die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overmocht, 22. totdat DE OUDE VAN DAGEN kwam en recht verschaft werd aan de heiligen des Allerhoogsten en de tijd naderde, dat de heiligen het koningschap in bezit kregen.
Daniël 7:21,22

Wanneer we dit hoofdstuk rustig doorlezen en we zijn bij vers 22 aangekomen, dan zouden we verwachten: "totdat de Mensenzoon kwam en recht verschaft werd...". Immers, aan de Mensenzoon was (zo stond in de voorgaande verzen) de heerschappij gegeven en Hij zou recht verschaffen. De conclusie dringt zich dan voorzichtig aan ons op dat "de Oude van dagen" en de "mensenzoon" kennelijk identiek zijn. Maar daar blijft het niet bij!

In Daniël 7:9 wordt een beschrijving van "de Oude van dagen" gegeven.

Terwijl ik bleef toekijken, werden tronen opgesteld, en een Oude van dagen zette Zich neder; zijn kleed was wit als SNEEUW en ZIJN HOOFDHAAR BLANK ALS WOL; zijn troon bestond uit VUURvlammen...

Bladeren we vervolgens door naar Openbaring 1, dan lezen we hoe Johannes geconfronteerd wordt met de verschijning van de Mensenzoon. "Toen ik Hem zag, viel ik als dood voor Zijn voeten" (1:17). Maar let nu op welke beschrijving Johannes geeft van deze Mensenzoon.

12... En toen ik mij omkeerde, zag ik zeven gouden kandelaren, 13. en te midden van de kandelaren iemand als eens mensen zoon, bekleed met een tot de voeten reikend gewaad, en aan de borsten omgord met een gouden gordel; 14. en zijn hoofd en ZIJN HAREN WAREN WIT ALS WITTE WOL, als SNEEUW, en zijn ogen als een VUURvlam...
Openbaring 1:12-14

Als Johannes de Mensenzoon ziet, dan ziet hij dus dezelfde, als die Daniël ooit als "de Oude van dagen" zag! Ietwat oneerbiedig gezegd: één personage met twee verschillende rollen.
Dus niet: de Vader en de Zoon. Maar: de Zoon als Gods Beeld en Gestalte én tegelijkertijd de Zoon als slaaf, sterveling en slachtoffer.



ga naar thuis-pagina