ga naar thuis-pagina

laatste wijziging: 17 maart 2010

de twee getuigen

De twee getuigen in Openbaring 11 treden op gedurende 1260 dagen (11:3), dat is 42 maanden (11:2), 3,5 jaar óf een halve jaarweek.

De term 'jaarweek' is ontleend aan Daniël 9:27 waar sprake is van een zevental jaren die direct vooraf gaan aan de uiteindelijke vrede en gerechtigheid (9:24) die het Joodse volk en de heilige stad Jeruzalem ten deel zal vallen. Deze laatste zeven jaren zijn verdeeld in twee helften van 3,5 jaar. De zeven jaren vangen aan met het sluiten of bekrachtigen van een verbond of verdrag. In het midden van de jaarweek zal een afgodsbeeld worden opgericht op de heilige plaats ("de gruwel der verwoesting"; vergl. Mat.24:15). Vanaf dit moment zal een gruwelijke verdrukking over het land komen dat zal voortduren tot aan het einde van de jaarweek.

Wanneer we hebben vastgesteld dat de twee getuigen in Openbaring 11 optreden gedurende 3,5 jaar, dan dringt zich de vraag op: welke 3,5 jaar? De eerste of laatste helft van de jaarweek van Dan.9:27?

Wanneer we de passage nader beschouwen is het niet moeilijk te concluderen dat de twee getuigen profeteren tijdens "de grote verdrukking". De volgende redenen maken dit duidelijk

#1
Gedurende de dagen van het profeteren van de twee getuigen (3,5 jaar) zal het niet regenen in het land
(11:6). Ook zal het land getroffen worden met "allerlei plagen" (11:6).
Het gaat hier onmiskenbaar om de tijd van Jakobs benauwdheid (vergl. Jer.30:6).

#2
De 1260 dagen waarin de twee getuigen profeteren (11:3), worden in één adem genoemd met de 42 maanden waarin Jeruzalem door de heidenen vertreden zal worden (Openb.11:2). Dat is dus "de grote verdukking".

#3
Het einde van de bediening van de twee getuigen valt samen met het einde van de grote verdrukking voor Israël: de stad Jeruzalem wordt getroffen door een grote aardbeving (vergl. Zach.14:4: het splijten van de Olijfberg en Openb.6:12). Wellicht dat de twee getuigen zullen opklimmen in de wolk (11:12) op het moment dat HERE zal verschijnen en alle heiligen met Hem (Zach.14:4). De inwoners van de stad die alles hebben overleefd ("het overblijfsel") zullen de God des hemels eer geven.

En te dien ure kwam er een grote aardbeving en een tiende deel der stad stortte in, en zevenduizend personen werden door de aardbeving gedood, en de overigen werden zeer bevreesd en gaven de God des hemels eer.
Openbaring 11:13

Met dit alles is de verdrukking voor Ïsraël ten einde. Maar voor de overige volken zullen de verschrikkingen nu pas beginnen (klik hier). Vandaar dat we lezen in 11:12: "het tweede wee is voorbijgegaan: zie, het derde komt spoedig".
ga naar thuis-pagina