ga naar thuis-pagina

laatste wijziging 1 febr.2012

laten afbrengen van de hoop?

Volgens de NBG-vertaling schrijft Paulus in Kolosse 1:23:

... om u heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zich te stellen, indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het Evangelie...
Kolosse 1:23

"... indien gij slechts" is de vertaling van een tweetal Griekse woorden ("ei gè"). Als frase komen we deze woorden nog twee keer tegen in het 'NT' en wel in de Efeze-brief. In Efeze 3:2 wordt het vertaald met "gij hebt immers" en in Efeze 4:21 met "gij toch hebt". Opvallend is dat in deze beide keren het Griekse 'ei gè' geen twijfel zaait maar juist iets vastgesteld wordt. Wanneer de NBG-vertalers Kolosse 1:23 in dezelfde trant hadden vertaald als in de Efeze-brief (en dus consequent waren geweest), dan hadden we de volgende bemoedigende tekst kunnen lezen:

...om u heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zich te stellen, aangezien gij wel gegrond en standvastig bent in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop van het Evangelie...

Even verderop schrijft de apostel...

Want al ben ik naar het vlees afwezig, naar de geest ben ik bij u en ik zie met blijdschap de orde, die bij u heerst, en de hechtheid van uw geloof in Christus.
Kolosse 2:5

M.a.w. Paulus stelt in Kolosse 1:23 dankbaar vast, dat de Kolossers wel gegrond en standvastig waren in het geloof en zich niet lieten afbrengen van de hoop van het Evangelie.

Er is trouwens nauwelijks een groter contrast denkbaar tussen de standvastigheid van de Kolossers en de ramp die de kerkgeschiedenis al spoedig zou treffen. Lieten de Kolosser zich niet afbrengen van de universele hoop van het Evangelie die Paulus alom had gepredikt, al gauw zou deze hoop van het Evangelie zelfs tot een regelrechte ketterij worden verklaard! De hoop (verwachting) waarvan hier sprake is, is namelijk niets anders de toekomstige universeel erkende verzoening (>Alverzoening) , waarvan Paulus drie verzen tevoren, nog schreef.

.... en door Hem, vrede makende door het bloed zijns kruises, HET AL volledig met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.
Kolosse 1:20

Het Beeld dat God vanaf het begin der schepping voor ogen had (1:16), is Hij door Wie God bij het einde, de ganse schepping zal verzoenen (Gr. apo-katallaxai ta panta). Door het bloed van het kruis, zal vijandschap plaatsmaken voor vrede. Of, zoals we in de Filippi-brief lezen ...

opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!
Filippi 2:10,11



ga naar thuis-pagina