laten afbrengen van de hoop?
Volgens de NBG-vertaling schrijft Paulus in Kolosse
1:23:
... om u heilig en onbesmet
en onberispelijk voor Zich te stellen, indien gij slechts wel gegrond
en standvastig blijft in het geloof en u niet laat afbrengen van de hoop
van het Evangelie...
Kolosse 1:23
"... indien gij slechts" is de vertaling van een tweetal
Griekse woorden ("ei gè"). Als frase komen we deze woorden
nog twee keer tegen in het 'NT' en wel in de Efeze-brief. In Efeze 3:2
wordt het vertaald met "gij hebt immers" en in Efeze 4:21 met "gij
toch hebt". Opvallend is dat in deze beide keren het Griekse 'ei
gè' geen twijfel zaait maar juist iets vastgesteld wordt. Wanneer
de NBG-vertalers Kolosse 1:23 in dezelfde trant hadden vertaald als in
de Efeze-brief (en dus consequent waren geweest), dan hadden we de volgende
bemoedigende tekst kunnen lezen:
...om u heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zich te stellen, aangezien
gij wel gegrond en standvastig bent in het geloof en u niet laat
afbrengen van de hoop van het Evangelie...
Even verderop schrijft de apostel...
Want al ben ik naar het vlees afwezig, naar de
geest ben ik bij u en ik zie met blijdschap de orde, die bij u heerst,
en de hechtheid van uw geloof in Christus.
Kolosse 2:5
M.a.w. Paulus stelt in Kolosse 1:23 dankbaar vast,
dat de Kolossers wel gegrond en standvastig waren in het geloof en zich
niet lieten afbrengen van de hoop van het Evangelie.
Er is trouwens nauwelijks een groter contrast denkbaar tussen de standvastigheid
van de Kolossers en de ramp die de kerkgeschiedenis al spoedig zou treffen.
Lieten de Kolosser zich niet afbrengen van de universele hoop van het
Evangelie die Paulus alom had gepredikt, al gauw zou deze hoop van het
Evangelie zelfs tot een regelrechte ketterij worden verklaard! De hoop
(verwachting) waarvan hier sprake is, is namelijk niets anders de toekomstige
universeel erkende verzoening (>Alverzoening) , waarvan Paulus drie
verzen tevoren, nog schreef.
.... en door Hem, vrede makende door het bloed
zijns kruises, HET AL volledig met Zich te verzoenen, door Hem,
hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.
Kolosse 1:20
Het Beeld dat God vanaf het begin der schepping voor ogen had
(1:16), is Hij door Wie God bij het einde, de ganse schepping
zal verzoenen (Gr. apo-katallaxai ta panta). Door het bloed van het kruis,
zal vijandschap plaatsmaken voor vrede. Of, zoals we in de Filippi-brief
lezen ...
opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou
buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde
zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer
van God, de Vader!
Filippi 2:10,11
|