DE 'BREAK' IN JOHANNES 3

In Johannes 3 vinden we het verslag van het beroemde nachtelijke gesprek dat Jezus had met Nicodemus, "de leraar Israëls". De vraag dringt zich op waar dit verslag eindigt. Is dit in vers 21 (zoals algemeen aangenomen) of reeds eerder?
Er zijn een aantal krachtige redenen om aan te nemen dat de 'break' in dit gedeelte ligt tussen vers 12 en 13. Tot en met vers 12 spreekt Jezus in de eerste persoon (Ik of wij - vers 3, 5, 7, 11, 12). Vanaf vers 13 echter, wordt over de Heer gesproken (in de derde persoon dus). Hijzelf is kennelijk niet langer aan het woord. Beslissend is verder de tijdsvorm van vers 13:

En niemand IS opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen, die in de hemel IS.

Wanneer we deze uitspraak nemen zoals ze zich aandient, KAN ze alleen gedaan zijn ná Jezus hemelvaart. Tijdens het gesprek met Nicodemus was Jezus nog niet opgevaren. De Zoon des Mensen bevond zich toen niet in de hemel maar op aarde. Met andere woorden, in vers 13 is het gesprek tussen Jezus en Nicodemus inmiddels ten einde en lezen we (geen rapportage maar) commentaar van iemand die schrijft ná Jezus' hemelvaart.

Dit wordt ondersteund door het feit dat een aantal uitdrukkingen in deze passage, verder nergens door Jezus zélf worden gebezigd, maar wél door de schrijver Johannes:

  1. "de eniggeboren Zoon" (vers 16, 18, zie elders: 1:14,18; 1Johannes 4:9);
  2. "in de naam van" (vers 18, zie elders: 1:12, 2:23; 1Johannes 5:13);
  3. "de waarheid doen" (vers 21, zie elders 1Johannes 1:6).

 

JOHANNES 3

1 En er was iemand uit de Farizeeën, wiens naam was Nikodemus, een overste der Joden; 2 deze kwam des nachts tot Hem en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is. 3 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien. 4 Nikodemus zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden? 5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. 6 Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest. 7 Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden. 8 De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zó is een ieder, die uit de Geest geboren is. 9 Nikodemus antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kan dit geschieden? 10 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Gij zijt de leraar van Israël, en deze dingen verstaat gij niet? 11 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wij spreken van wat wij weten en wij getuigen van wat wij gezien hebben, en gij neemt ons getuigenis niet aan. 12 Indien Ik ulieden van het aardse gesproken heb, zonder dat gij gelooft, hoe zult gij geloven, wanneer Ik u van het hemelse spreek?

13 En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen [die in de hemel is].
14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zó moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, 15 opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe. 16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. 17 Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. 18 Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God. 19 Dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos. 20 Want een ieder, die kwaad bedrijft, haat het licht, en gaat niet tot het licht, opdat zijn werken niet aan de dag komen; 21 maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn werken blijke, dat zij in God verricht zijn.

Het getuigenis van Johannes over Jezus

22 Daarna ging Jezus...