laatste wijziging: vrijdag 18 mei 2001
HOME

HOE KAN HET WOORD BIJ GOD ZIJN EN TEGELIJKERTIJD GOD ZELF ZIJN?


Deze vraag is ontleend aan wat we vinden in Johannes 1:1. In de vertaling van het NBG luidt deze tekst:

"In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God".

Hieronder ziet u op de eerste regel de Griekse tekst en op de tweede regel een letterlijke weergave.


Laten we de tekst eens nader onder de loep nemen.

in begin was het Woord

'Woord' is hier de weergave van het Griekse woord 'logos' dat 'uitdrukking' of 'woord' betekent. Ons woord 'logo' geeft treffend de betekenis er van aan. Een logo is een symbool dat staat voor een onzichtbare grootheid. Later in dit hoofdstuk schrijft Johannes dat niemand ooit God heeft gezien maar dat Hij die (momenteel) aan de boezem van de Vader is, Hem doet kennen (Johannes 1:18). De openbaring van de onzichtbare God, dat is de logos, "het Woord".

het Woord was tot God

De meeste vertalingen luiden bij het tweede deel van Johannes 1:1: "het Woord was bij God". Toch geeft deze vertaling niet de betekenis weer van de Griekse frase 'pros ton theon', dat letterlijk "tot [de] God" of "naar [de] God" betekent. Net als b.v. in Johannes 13:3 en Handelingen 4:24 zou het moeten worden weergegeven met "tot God". "Het Woord" verwijst naar God. Het is gericht op God.

was

Geheel anders dan b.v. in het Nederlands wordt in het Grieks gewoonlijk 'was' en 'is' weggelaten. Wanneer deze woorden bij gelegenheid wél worden gebruikt, betekent dat, dat er meer aan de hand is. Dan krijgt het b.v. de betekenis van representatie. Zo spreekt Jezus van het brood bij het Pascha de bekende woorden: "dit IS Mijn lichaam", d.w.z. het brood is een representatie van Mijn lichaam. Het stelt Mijn lichaam voor. De Rooms-Katholieke kerk heeft deze bekende stijlfiguur niet in rekening gebracht en heeft gemeend een hele (hocus-pocus...) leer te moeten afleiden uit deze woorden.

Van 'woord' kan per definitie worden gezegd dat het een representatie is. Het geeft namelijk uitdrukking aan een onzichtbare gedachte. In Johannes 1 is "het Woord" de representatie van de onzichtbare God. Ook andere Schrifgedeelten brengen deze waarheid onder woorden. In Kolosse 1:16 lezen we van de Zoon: "Hij is het Beeld van de onzichtbare God". In Filippi 2:6 heet Hij "de Gestalte Gods" en in Hebreeën 1:3 Gods Afstraling en Afdruk.

God was het Woord

Let er op dat in de letterlijke weergave niet staat: "het Woord was God" maar "God was het Woord". Wie wás eigenlijk de God die Zich bekend maakte aan Abraham? Wie wás het die verscheen aan Mozes? Wie manifesteerde Zich in visioenen aan Jesaja en Ezechiël? God is toch "de Onzichtbare"? Hoe kan het dan dat God op vele plaatsen openbaar wordt? Het antwoord is: de God die gezien werd was "het Woord". Vandaar dat Jezus in Johannes 14:9 kan verklaren: "wie Mij gezien heeft heeft de Vader gezien". "Het Woord" is namelijk vlees geworden (Johannes 1:14).

conclusie

"Het Woord" in Johannes 1:1 is niet 'de tweede Persoon van de Drieëenheid', zoals traditioneel van kerkelijke zijde geleerd wordt. Dat is taal die volstrekt vreemd is aan de Schrift. Het lost bovendien ook niets op, integendeel, het creëert tal van problemen. "Het Woord" is evenmin slechts "een god" zoals de (zogenaamde) Jehovah's Getuigen in hun Nieuwe Wereldvertaling stellen.
God is de Onzichtbare. Wanneer Hij openbaar wordt is dat door Hem die in Johannes 1:1 "het Woord" genoemd wordt. God's representatie. Hij is de Unieke die met recht kon zeggen: Wie Mij gezien heeft, heeft God gezien.


Voor meer informatie over dit onderwerp zie: is God een Drieëenheid?


 

HOME