Laatste wijziging: 2 sept. 2010
HOME

 
 











































































































































 

Aantekeningen van studie gehouden op 23 november 2000

MELCHIZEDEK

Waar ligt Salem?
Waar haalde Abram de most vandaan?
God de Allerhoogste - hoezo?
Melchizedek in Psalm 110.
De orde van Melchizedek.
Vaste spijs -wat is dat?
Is Melchizedek dezelfde als Christus?
Priester "voor altoos"?
Geen Priester "in eeuwigheid".
Koning-Priester voor de toekomende aeoon.

Alles wat we weten van de historische Melchizedek (betekent: koning van gerechtigheid) staat in slechts twee verzen vermeld. Hij was koning te Salem en priester van de Allerhoogste God en hij had een ontmoeting met Abram die zojuist zijn vijanden had overwonnen. Genesis 14:18-21

De plaatsnaam Salem vinden we ook in de Psalmen en is daar een aanduiding van Jeruzalem. Jeruzalem komt van 'jireh-sjaloom' en betekent: Hij zal voorzien in vrede. Geen stad ter wereld heeft in de loop der duizenden jaren zoveel oorlog meegemaakt en toch: Hij zal voorzien in vrede. Hoe dan wel? In de toekomende aeoon, zal de ware Koning-Priester Zijn zetel hebben op deze locatie. Psalm 76:3; Jesaja 2:3

Melchizedek bracht aan Abram, brood en wijn. Het klassieke embleem van resp. "leven en overvloed". Brood is een type van Hem die geboren werd in Bethlehem (betekent: broodhuis). Johannes 10:10

In de Bijbel is dikwijls sprake van 'most', dat is druivensap. Wanneer de most gegist is dan heet het wijn. Wijn is druivensap dat een afstervingsproces (gisting) heeft ondergaan in een donkere kelder. Je zou kunnen zeggen dat wijn voortkomt uit het graf. Wijn als geestrijk vocht is een prachtig type van Leven dat voortkomt uit de dood.

'Weten waar Abram de mosterd vandaan haalde'. Hoezo? Wat had Abram met mosterd? Bijbels gezien niets. Deze uitdrukking kon wellicht ontstaan omdat men er niet meer van op de hoogte was waar Abram de most vandaan haalde... laat staan de diepe betekenis ervan kende. Alleen degene die weet van het Leven dat voortkomt uit de dood, die weet waar Abram de most vandaan haalde...

Melchizedek was priester van God de Allerhoogste (El eljoon). Uit de term 'Allerhoogste' spreekt triomf. In deze geschiedenis heeft Abram zojuist de vijandelijke legers heeft verslagen. Maar ook bij andere gelegenheden blijkt de term 'Allerhoogste' verband te houden met de uiteindelijke triomf van God op alle vijanden. Psalm 97:7; Daniël 7:27

Van Melchizedek vernemen we na Genesis 14 niets meer. Geen overlijdensbericht en evenmin van een overdracht van zijn priesterschap. Helemaal niets. Totdat duizend jaar later koning David hem weer vermeld in de beroemde Psalm 110. 

In Psalm 110 profeteert David van iemand die hij "mijn Heer" noemt en die door God wordt uitgenodigd om zich te zetten aan Zijn rechterhand (vers 1). Vervolgens wordt van deze Heer gezegd dat hij te Sion Zijn machtige scepter uitstrekt temidden van zijn vijanden (vers 2). Zijn volk is dan één en al gewilligheid (vers 3). En over deze koning doet God een plechtige eedzwering: "Gij zijt priester tot in de eeuw, naar de orde van Melchizedek". Zie ook Matteüs 22:41-46

Het meest karakteristieke van Melchizedek is dat hij zowel koning als priester was. Onder Israël was deze combinatie in principe onmogelijk. Iemand met een priestelijke functie kwam namelijk uit de stam Levi terwijl het koningschap was voorbehouden aan de stam Juda. Maar Psalm 110 kondigt met de allergrootste nadruk aan dat de toekomende priester er één zal zijn naar de orde van Melchizedek, d.w.z. een priester én koning! Hebreeën 7:13,14; Genesis 49:10

De schrijver van de Hebreeën-brief heeft een heel lange aanloop nodig om bij zijn belangrijkste thema te komen: Melchizedek. Hij schrijft: "over hem hebben wij veel te zeggen". Alleen hij kon het zo moeilijk kwijt omdat de Hebreeën zo traag waren om bij te leren. Zij waren nog niet verder gekomen dan het ABC van de uitspraken Gods. Hebreeën 5:11-14

Het onderwijs aangaande Melchizedek noemt de schrijver van de Hebreeën-brief "vaste spijs". Waarom? Omdat het niet, zoals moedermelk 'hap, slik, weg' is, maar er moet op worden gekauwd. Het is bijzonder voedzaam maar het vergt activiteit (lees: actie en tijd) om het eigen te maken. Alles wat Hebreeën 7 meldt over Melchizedek is gegrond op hetgeen verborgen ligt in het zgn. Oude Testament. De schrijver gaat diep in op naamsbetekenissen, opvallende weglatingen en associaties. 'Vast voedsel' in de Bijbel is wat wij typologie noemen. 

Ook in de eerste Korinthe-brief is er sprake van melk en vast voedsel. En ook dáár blijkt "vast voedsel" verband te houden met "verborgen wijsheid Gods". Wijsheid die verborgen ligt in de Hebreeuwse Geschriften en die door Paulus openbaar wordt gemaakt. Elders spreekt hij van het wegnemen van de bedekking van het 'Oude Testament'. 1Korinthe 2:6-10; 2Korinthe 3:12-18

Wanneer in Hebreeën 7:3 staat geschreven van Melchizedek: "zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde van leven..." dan is dit een vaststelling vanuit het 'Oude Testament'. Al deze zaken worden namelijk niet vermeld. En dat is buitengewoon opmerkelijk! Want later in Israëls geschiedenis zou de afkomst van iemand met een koninklijke of priesterlijke functie van cruciaal belang worden. 

Hebreeën 7:3 spreekt niet van Melchizedek zonder meer, maar van de historische Melchizedek, d.w.z. de Melchizedek zoals die in de Schrift wordt gepresenteerd. Als zodanig had Melchizedek geen vader en moeder, geslachtsregister, begin van dagen of einde van leven. Het is een misverstand te menen dat Melchizedek een christofanie (Christusverschijning) is. Christus is een "evenbeeld van Melchizedek" en niet Melchizedek zelf. Hebreeën 7:15

In de NBG staat in Hebreeën 7:3: "zonder begin van dagen of einde van leven en aan de Zoon van God gelijkgesteld blijft hij priester voor altoos". Maar beter vertaald luidt de tekst: "noch begin van dagen, noch einde van leven, ECHTER UITBEELDENDE de Zoon van God, blijft hij onafgebroken priester". Melchizedeks priesterschap is nimmer afgebroken, en daarin beeldt hij de Zoon van God uit. Christus is hogepriester geworden, niet vanwege zijn afkomst (integendeel zelfs!) maar "krachtens onvernietigbaar leven", d.w.z. door Zijn opstanding uit de doden. Hebreeën 7:16

Christus is niet priester "voor altoos" zoals in Hebreeën 7:3 ten onrechte is vertaald. Het woord wat daar staat in het Grieks wordt ook gebruikt in hoofdstuk 10:1 en wordt daar vertaald met "onafgebroken". Daar kán het niet eens "altoos" betekenen. Christus' priesterschap is ononderbroken, d.w.z. Hij hoeft het niet aan een ander over te dragen, om de simpele reden dat Hij niet meer sterft. Hebreeën 7:23,24

Hebreeën 7 betoogt dat het priesterschap naar het model van Melchizedek van veel hogere orde is dan dat van de stam Levi. Toen Levi nog in de lendenen van Abram was, boog hij (in zijn voorvader Abram) neer voor Melchizedek en werd hij, bij wijze van spreken door hem gezegend en bood hij ook aan Melchizedek de tienden van de buit aan. Dat ligt allemaal verborgen onder de oppervlakte van Genesis 14. Inderdaad, dit is "vaste spijs" en niet iedereen verdraagt dit. Hebreeën 7:4-10

Iedere keer als er staat dat Christus hogepriester is "in eeuwigheid" staat er eigenlijk: voor de aeoon. Hij is de Hogepriester naar de ordening van Melchizedek voor de toekomende eeuw (aeoon). Van de aeoon die dáár op zal volgen lezen we: "en een tempel zag ik in haar niet, want de Here God, de Almachtige is haar tempel". Dán is er geen tempel meer en dus ook geen priester meer. God Zélf zal (zonder bemiddeling van priesterschap) bij hen zijn. Openbaring 21:22, 3

De profetische betekenis van Melchizedek is gekoppeld aan de toekomende eeuw (aeoon). Dán zal, net als in Abram's dagen, na een oorlog in het Beloofde Land, de Koning-Priester tevoorschijn komen en het nageslacht van Abram zegenen met "leven en overvloed" (brood en wijn). Hij zal heersen in gerechtigheid en vrede, te Jeruzalem en de aarde zal vol worden van de kennis des HEREN. o.a. Jesaja 9:6; Psalm 85:10; Jesaja 32:17


HOME