ga naar thuis-pagina

laatste wijziging: 24 september 2008

"de eigen bijeenkomst"

In Hebreeën 10:25 wordt gesproken over de gewoonte van sommigen om de eigen bijeenkomst te verzuimen. Wat betekenen deze woorden? Wat is de achtergrond en in hoeverre is de oproep ook buiten de context van de Hebreeën-brief actueel?

wat staat er precies?
Ik geef eerst de lezing van de NBG51:

24 En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. 25 Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen.

Een letterlijker weergave is (cusieve woorden ontbreken in de grondtekst):

24. En laten we op elkaar acht geven tot aanscherping van liefde en voortreffelijke werken; 25. niet nalatende de eigen bijeenkomst, naar de gewoonte van sommigen, maar elkaar aanmoedigende en dat zoveel te meer naar mate jullie de dag zien naderen.

De twee werkwoorden van vers 25 ('nalatende' en 'aanmoedigende') zijn deelwoorden, wat aangeeft dat het teruggrijpt op het voorgaande. Het logische verband is: "En laten we op elkaar achtgeven... niet nalatende de eigen bijeenkomst". In de NBG51 komt dit verband niet uit de verf en het woord 'moeten' heeft men toegevoegd...

epi-sunagoge
Hebr.10:25 maakt deel uit van een brief die gericht is aan Hebreeën, d.w.z. Hebreeuws-sprekenden, Joden dus die van huis uit gewoon waren om samen te komen in de synagoge. Deze brief is geschreven aan de grote groep Messias-belijdende Joden in Jeruzalem (zie Hand.21:20), vlak voor 70AD en wijdt vooral uit over het gevaar van terugval in het jodendom en de synagoge (zie: setting van de Hebreeën-brief). Om "de eigen bijeenkomst" niet te verwarren met de reguliere Joodse bijeenkomst, wordt niet het woord 'synagoge' gebruikt, maar een versterking van het woord 'synagoge' d.m.v. het voorzetsel 'epi' (=op). Het doelt op een bijeenkomst die qua betekenis boven de synagoge uitgaat. Hetzelfde woord gebruikt Paulus trouwens ook in 2Thes.2:1 (St.Vert. 'toevergadering').

acht geven, aanscherpen en aanmoedigen
Het zijn deze drie werkwoorden die motiveren waarom men niet de gewoonte zou hebben de eigen bijeenkomst na te laten. Het begint met: "laten we acht geven op elkaar". Hetzelfde woord voor 'acht geven' (katanoeo; Str.2657) komen we eerder tegen in 3:1, waar NBG51 vertaalt: "richt uw oog op... Jezus". In Lucas 12:27 wordt het vertaald met "opletten". "Acht geven" is een woord dat in alle gevallen prima past. Uiteraard kan men alleen op elkaar acht geven wanneer men elkaar ook regelmatig ontmoet en daarom lezen we: "op elkaar acht geven... niet nalatende de eigen bijeenkomst".

aanscherpen
Door de eigen bijeenkomst te bezoeken zou men elkaar aanscherpen en aanmoedigen. Het woord 'aanscherpen' is beter nog dan 'aanvuren' (NBG51) omdat het goed weergeeft waar het Griekse woord (paroxusmos; Str.3948) letterlijk vanaf geleid is: scherp maken.

aanmoedigen
Het Griekse woord 'parakaleo' (Str. 3870) wordt veelal weergegeven met 'vermaning' en 'vertroosting'. Zo ook in de lezing van de St.Vert: "[elkander] vermanen". De echte betekenis van het Griekse woord ligt ergens tussen 'vertroosten' en 'vermanen' in. Het woord 'bemoedigen'/'aanmoedigen' zou een prima concordant vertaalwoord zijn. De bijeenkomst zou niet de plaats zijn om vermaand of berispt te worden (vergl. de doopgezinde benaming voor een kerkgebouw: de vermaning), maar om aan te moedigen en aangemoedigd te worden. Wederkerig, d.w.z. de één de ander en de ander de één. Hoe anders dan door elkáár te wijzen op de rijkdom van Gods Woord?

gewoonte
Sommigen, zo zegt de schrijver, hebben de gewoonte (Gr. 'ethos' > ethiek) de eigen bijeenkomst na te laten. Het staat tegenover de goede gewoonte van de overigen om wél present te zijn. Van Jezus lezen we dat hij "naar zijn gewoonte op de sabbatdag naar de synagoge" ging (Luc.4:46). Ook Paulus ging, zoals hij gewoon was, elke sabbat naar de synagoge (Hand.17:2). Een gewoonte duidt op een vast ritme, standaard op gezette tijden, een vanzelfsprekendheid, een gewenning.

voluit Paulinisch
Ook alle andere brieven in het NT veronderstellen de gewoonte van bij elkaar komen. Niet het minst ook de gemeentelijke brieven van Paulus. Een gemeente is immers niets anders dan een vergadering (ekklesia = vergadering; Hand.19:39), d.w.z. een gemeenschap die gewoon is bij elkaar te komen. Trouwens, wie anders dan Paulus, is de schrijver van Hebreeën 10:25? De oudste Griekse manuscripten rekenen 'Hebreeën' zonder uitzondering als een brief van Paulus, aangezien ze een plaats kreeg temidden van Paulus' brieven (tussen 2Thessalonika en 1Timotheüs). Daar komt bij dat we van Petrus weten (2 Petrus 3:15) dat "onze geliefde broeder Paulus" een brief geschreven moet hebben aan dezelfde groep als waar ook Petrus zich aan richt. D.w.z. aan "de besnijdenis". Welke brief, anders dan die aan de Hebreeën, komt daarvoor in aanmerking? Al had de schrijver ongetwijfeld goede redenen zijn naam niet te vermelden (Gal.2:7-9?), zijn identiteit is niettemin gemakkelijk te herkennen (zie ook Hebr.13:23).

Hoe dat ook zij, Hebr.10:25 is voluit Paulinisch. Gelovigen komen samen om elkaar aan te moedigen. En dat temeer naarmate zij de dag zien naderen.


ga naar thuis-pagina