ga naar thuis-pagina

laatste wijziging: 19 juli 2008

samenvatting van studie I en II gehouden op zondag 29 juni en 13 juli 2008 in 2BHome, te Zoetermeer.
Deze samenvatting belicht vooral de typologische strekking van Handelingen 27.

geen kalme reis... (I & II)

de rode draad in Handelingen
Het boek 'Handelingen' geeft in 28 hoofdstukken antwoord op de vraag in de aanvang: "Heer, herstelt u in DEZE TIJD het Koninkrijk voor Israël"?" (1:6). Het nabije Koninkrijk werd met veel demonstratief vertoon gepredikt aan Israël, in binnen en buitenland. De prediking was dat als Israël tot geloof in haar opgestane Messias zou komen, dat Hij dan ook daadwerkelijk zou terugkeren vanuit de hemel, om "tijden van verademing" te schenken (Handelingen 3:19-21). Echter, het boek 'Handelingen' is vooral het historische verslag van Israëls afwijzing van deze prediking. Met als resultaat dat het Koninkrijk van God NIET openbaar werd. Integendeel zelfs: Israël zou ten ondergaan in de volkenwereld.

het slot van Handelingen
Hoofdstuk 27 van 'Handelingen' verhaalt de geschiedenis van Paulus die als gevangene op reis is naar Rome. Paulus' boeien zijn het embleem van Israëls afwijzing - hij heeft ze te danken aan de Joodse afkeer van zijn boodschap (Hand.28:17-19). In Rome zou het doek vallen voor zijn volk. Het slot van 'Handelingen' vermeldt veelzeggend het citaat uit Jesaja waaruit blijkt dat Israël als natie niet langer in staat zou zijn te horen, te zien, laat staan te geloven en hersteld zou worden.

historisch functioneel?
De reis naar Rome met het uitgebreide verslag van de schipbreuk is in hoge mate typerend voor het slot van 'Handelingen'. Functioneel vanuit historisch oogpunt is het nauwelijks te noemen. De belangrijkste reden van het verslag is ongetwijfeld typologisch van aard.

graanschip uit Egypte
Het graanschip (vers 38) is een uitbeelding van het volk waaraan "de woorden Gods" waren toevertrouwd. Graan (brood) spreekt uiteraard van het Woord van God. Het schip was trouwens, evenals Israël, afkomstig uit Egypte (vers 6; Alexandrië).

de stuurman en de schipper
In vers 11 wordt gesproken van de stuurman en van de schipper. De stuurman is verantwoordelijk voor het schip terwijl de schipper degene is die het schip charterde voor het vervoer van de lading (graan). Als het schip verwijst naar Israël (zie boven), dan verwijst de stuurman naar de politieke leiding en de schipper als beheerder van de lading, naar Israëls geestelijke leiding (het Sanhedrin). In de hoofdstukken die vooraf gaan aan hoofdstuk 27 lezen we hoe Paulus zowel het Sanhedrin alsook de stadhouders Felix en Festus en ook koning Agrippa waarschuwen.

"de vasten reeds achter de rug"
De tijd van de vasten was reeds achter de rug, lezen we in vers 9. Dit vasten verwijst naar het jaarlijkse vasten van Jom Kipoer (zie Lev.23:27), dat valt in de maand september/oktober. Aangezien gedurende de maanden november tot maart vanwege stormgevaar niet op zee werd gevaren, was het vinden van een haven inmiddels hoogst urgent geworden. De vermelding dat Jom Kipoer (embleem van Israëls toekomst) reeds gepasseerd was, is een understatement in dit hoofdstuk.

Paulus waarschuwt voor averij en schade
De scheepsreis in Handelingen 27 is een uitbeelding van Israël gedurende de Handelingen-tijd. Het schip ligt voortdurend uit koers en de vaart wordt tenslotte vanwege de tijd bedenkelijk (27:9).
Paulus waarschuwt (vers 10) dat het schip in grote problemen zal komen. Impliciet ligt daarin reeds de gedachte dat men niet naar hem zou luisteren. De leiding van het schip kón uiteraard kiezen voor de Goede Havens (=Goede Rede; vers 8), maar ze zóu het niet doen.

Goede Havens
Goede Havens spreekt van het veilige onderkomen dat Israël zou vinden door te geloven in haar Messias. Maar haar leiders (vers 11) en de meerderheid van de bemanning (vers 12) hechten geen geloof aan Paulus' woorden. Dit alles is typerend voor Paulus' prediking tot aan het slot van Handelingen. In theorie kon Israël nog steeds kiezen voor de Goede Havens (>het Koninkrijk) ondanks dat de keuze niet erg reëel meer was ( "niet geschikt om te overwinteren"; 27:12).

had men maar naar mij geluisterd
Paulus zegt tegen de inmiddels hopeloze bemanning: had naar mij geluisterd (27:21). Maar dat is achteraf. Ook dit heeft een belangrijke parallel in de geschiedenis van Handelingen. Tot aan Handelingen 28 kón Israël nog kiezen voor Schone Havens. Maar Paulus rékende er niet op dat men deze keuze zou maken. Sinds het aantreden van Paulus (Hand.13) klinkt niet meer het perspectief van het komende Koninkrijk (zoals b.v. in Hand.3:19-21) maar slechts de waarsc
huwing van Israëls ondergang. Vanaf Handelingen 28 wordt deze waarschuwing een voorzegging.

en tóch een goed bericht!
Paulus' waarschuwing is door de stuurman en de schipper in de wind geslagen. Het schip raakt verzeild in noodweer en men raakt bovendien compleet gedesoriënteerd doordat men al vele dagen geen zon of sterren meer heeft gezien. Nu ontvangt Paulus van Godswege de boodschap waarin hij vertelt dat het schip ten onder zal gaan maar dat (desondanks) allen gegarandeerd behouden zullen aankomen.

deel II

Paulus wordt de leading voice
Vanaf het ogenblik dat het schip haar ondergang tegemoet gaat (en daarmee dus Paulus' woorden worden bevestigd), verandert ook Paulus' rol op het schip (27:21). Zijn bemoedigende woorden, instructies en voorzeggingenwoden leidraad voor allen. Dit illustreert het gegeven dat sinds Israëls val, Paulus de leading voice is op de volkerenzee. Vanaf de tijd dat Israël op een zijspoor is gezet, is de boodschap van de "apostel en leermeester der natiën" maatgevend.

samen uit, samen thuis
Als de matrozen zien dat het hopeloos gesteld is met het schip, proberen ze met behulp van de sloep, te ontsnappen (27:31). Maar Paulus waarschuwt de hoofdman en zegt dat als ze niet aan boord blijven, men niet gered zal worden. Wie niet eerst verloren is, kan ook niet gered worden. De 'Korte Verklaring' geeft dit voortreffelijke commentaar:
"God wil de bemanning als eenheid redden door Zijn wondermacht, niet door slinkse streken een deel".

brood goed voor de redding
Paulus raadt de bemanning aan om voedsel te nemen, want dat is goed voor hun redding (27:34). De redding stond vast, maar voor hun conditie was het noodzakelijk brood te eten. Het breken van het brood staat als uitdrukking voor samen maaltijd houden (Hand.27:35; 2:46; Luc.24:30). Paulus schrijft aan de Korinthiërs dat als ze werkelijk de betekenis zouden kennen van het brood ("het lichaam onderscheiden"), er niet zovelen zwak en ziekelijk zouden zijn (11:29,30). Er is geen beter medicijn voor onze (psychische en zelfs fysieke) gezondheid, dan het kennen van de HEER (waar het brood een uitbeelding van is)!

276 man
Men was met 276 man aan boord, lezen we (27:37). Men deelde met elkaar één lot (vergl. onze uitdrukking: in hetzelfde schuitje zitten). Wanneer we het getal 276 (200-70-6) opschrijven in Hebreeuwse letters, krijgen we de naam 'Rehu'. Zijn naam betekent 'deelgenoot' en dit ondertreept dus het gemeenschappelijke lot. Hij
Rehu was trouwens de zoon van Peleg, de man in wiens dagen de aarde werd verdeeld (Gen.10:25; 11:19). De naam Peleg herinnert daarmee aan het ontstaan van de volkenzee en ook dat is een connectie met Hand.27. Peleg op zijn beurt was weer de zoon van Eber en aan deze naam ontleent het volk Israël haar bijnaam 'Hebreeën'. De naam 'Hebreeën' (lett. van de andere kant) verwijst naar de pelgrimstatus van het volk. Altijd op reis. Ook dat is een link met het schip in Hand.27.

graan in zee
In grote nood besluit de leiding van het schip eerst de graanlading over boord te gooien teneinde het schip lichter te maken (27:38). Ook dit is een illustratie van de geschiedenis in 'Handelingen'. "... door hun (=Israëls) val is het heil tot de heidenen gekomen" (Rom.11:11). De natiën (> de zee) hebben deel gekregen aan de woorden Gods (> het graan) die aan Israël (>het schip) waren toevertrouwd (Rom.3:1; 15:27).

de ankers liet men slippen
Vlak voor de dramatische ontknoping worden de ankers opgehaald, of beter: men liet de ankers slippen (27:40; zie Telos). Een anker staat vanouds voor de hoop (Hebr.6:18,19) en de ankers van dit graanschip staan symbool voor de hoop van Israël nl. dat in die dagen het Koninkrijk openbaar zou worden (Hand.1:6 en Hand.3:19-21). De ankers worden niet afgesneden, maar men laat ze slippen. D.w.z. de hoop als zodanig wordt niet losgelaten maar ze komt wel op grote afstand te liggen...
2000 el misschien (vergl. Joz.3:4)...?

ondergang van het schip
Het schip komt op een zandbank terecht en breekt door het stormgeweld in stukken. Het graanschip dat bestemd was in Rome te arriveren, breekt halverwege de reis in stukken en gaat ten onder in de zee. I.p.v. anderen te voorzien, gaat ze zelf ten onder. Dit slot staat model voor het lot dat Israël enkele jaren na deze reis zou treffen. In plaats van de wereld te laten delen in haar rijkdom, gaat ze zelf jammerlijk ten onder. In het jaar 70 AD kwam een afschuwelijk einde aan de toenmalige Joodse staat. De stad Jeruzalem werd tot de laaste steen aan toe verwoest en de tempel ging in vlammen op. De natie en alles wat haar van Godswege te deel was gevallen ging ten onder in de volkenzee.

behouden aankomst
Paulus' boodschap aan boord van het schip was tweeledig:
1. omdat het schip niet koos voor Goede Havens, was het gedoemd ten onder te gaan in de zee;
2. allen (zonder één uitzondering, gelovig of niet), zouden uiteindelijk behouden arriveren.
Deze beide aspecten van Paulus' boodschap aan boord, zijn typerend van zijn bediening. Enerzijds is de boodschap van heidenapostel gebaseerd op Israëls afwijzing van het Evangelie en de dramatische gevolgen daarvan. Anderzijds wordt zijn boodschap gekenmerkt door een overtreffende hoop voor allen. Onvoorwaardelijk!


ga naar thuis-pagina