laatste wijziging: 25 april 2003

"onze twaalf stammen"

En nu sta ik voor het gerecht om mijn hoop op de belofte, die door God aan onze vaderen gedaan is; welke onze twaalf stammen, door voortdurend nacht en dag God te vereren, verwachten te bereiken. Om deze verwachting, o koning, word ik door Joden aangeklaagd.
Handelingen 26:6,7

Deze woorden sprak Paulus toen hij zich voor koning Agrippa moest verantwoorden. Let er op dat Paulus niet wist van 'tien verloren stammen'. Alle twaalf stammen blijken eenvoudig aanwijsbaar. Koning Agrippa en de andere toehoorders worden geacht daarvan op de hoogte te zijn. De twaalf stammen worden tesamen genoemd omdat ze een gemeenschappelijke religie ("nacht en dag God vereren") en dus ook een gemeenschappelijke Messiaanse verwachting ("de belofte... verwachten te bereiken") hebben. Zij staan daarmee tegenover de natiën die "zonder hoop en zonder God in de wereld" zijn (Efeze 2:11,12...dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht Israels en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld.).

Het is trouwens vanwege hun godsdienstige identiteit dat alle twaalf stammen 'Joods' heten. De term Jood komt van 'Juda' en zou strikt genomen slechts een aanduiding behoren te zijn van de stam Juda en het tweestammenrijk. Maar aangezien aan het tweestammenrijk de stad Jeruzalem toebehoorde en dus de tempel en de eredienst, werd de term 'Jood' (= van Juda) sinds de ballingschap een godsdienstige term. Vandaar ook: Judaïsme. Ieder die vast wilden houden aan de eredienst, voegde zich bij Juda. Zij werden daarmee Joods. Ongeacht van welke stam zij afkomstig waren.*

* Al sinds de tweedeling van het rijk na koning Salomo, voegden velen uit het tienstammenrijk zich om godsdienstige redenen bij Juda.
2Kronieken 11:13,14De priesters en de Levieten echter uit geheel Israel voegden zich uit hun gehele gebied bij hem (...) en GINGEN NAAR JUDA EN JERUZALEM, omdat Jerobeam en zijn zonen het hun onmogelijk maakten voor de HERE het priesterambt te bekleden., 16Na hen zijn uit al de stammen van Israel zij die hun hart erop gezet hadden de Here, de God van Israel, te zoeken, te Jeruzalem gekomen, om aan de Here de God hunner vaderen, te offeren.,17Zij versterkten het koninkrijk Juda en waren gedurende drie jaren een krachtige steun voor Rechabeam, de zoon van Salomo, want zij bewandelden drie jaren de weg van David en Salomo.;2Kronieken 15:9Hij riep geheel Juda en Benjamin bijeen met degenen die bij hen verblijf hielden uit Efraim, Manasse en Simeon (want VELEN UIT ISRAEL gingen tot hem over, toen zij zagen, dat de HERE, zijn God, met hem was....