ga naar thuis-pagina
laatste wijziging:21 april 2003

PMT-Bijbelstudie (23-03-00) n.a.v. Handelingen 26; een samenvatting.

 PAULUS VOOR KONING AGRIPPA

Korte situatieschets:
Paulus is het mikpunt van een enorme hetze onder zijn orthodoxe volksgenoten. Wanneer hij reeds geruime tijd gevangen zit in de kustplaats Caesarea verantwoord hij zich achtereenvolgens voor de Romeinse stadhouder Felix en diens opvolger Festus. Omdat Festus verlegen is met de zaak Paulus besluit hij het koning Agrippa II voor te leggen wanneer deze op bezoek is. Agrippa wordt geacht een expert te zijn aangaande interne Joodse aangelegenheden en dus krijgt Paulus de gelegenheid zich in het bijzijn van Festus en Agrippa te verdedigen.
zie korte toelichting over Herodessen-dynastie

tijden van verademing
In het boek Handelingen werd aangekondigd dat wanneer Israël alsnog tot acceptatie zou komen van de Messias (namelijk Jezus), er "tijden van verademing" zouden aanbreken. D.w.z. het beloofde Koninkrijk zou openbaar worden!
Handelingen 3:19-21 Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher.

aan koningen
Wanneer we lezen dat het Joodse volk de Messias verworpen heeft, dienen we daarbij primair te denken aan de leidslieden van het volk. De gedachte daarbij is dat het volk vertegenwoordigd wordt in haar (politieke en geestelijke) leiders. Het is om die reden essentiëel in het Handelingen-relaas dat het Evangelie gepredikt werd aan "koningen en de zonen Israëls".
Handelingen 9:15 Maar de Here zeide tot hem: Ga, want deze is Mij een uitverkoren werktuig om mijn naam te brengen voor heidenen en koningen en de kinderen Israels;

gevangen bij zee
Paulus is gevangen aan de kust (Ceacarea). Dat is tekenend voor de situatie waarin hij zich bevindt. De kust is de plaats bij de zee. In de Schrift staat de zee voor de volkenwereld. Door de felle haat van zijn volksgenoten werd Paulus vanuit Jeruzalem gedreven naar de volken (de zee).
Openbaring 17:15En hij zeide tot mij: De wateren, die gij zaagt, waarop de hoer gezeten is, zijn natien en menigten en volken en talen.; Romeinen 11:11Ik vraag dan: zij zijn toch niet zo gestruikeld, dat zij wel vallen moesten? Volstrekt niet! Door hun val is het heil tot de heidenen gekomen, om hen tot naijver op te wekken.; Handelingen 24:27Maar toen de termijn van twee jaar voorbij was, kreeg Felix tot opvolger Porcius Festus; en daar Felix de Joden een gunst wilde bewijzen, liet hij Paulus in gevangenschap achter.; Handelingen 28:30En hij bleef de volle termijn van twee jaar in zijn eigen gehuurde woning, en ontving allen, die tot hem kwamen,

van welke zijde het felle verzet?
Paulus kwam nergens zoveel verzet tegen als juist temidden van de orthodoxie van zijn dagen. Ook vandaag is dat zo. Nergens is de weerstand tegen Paulus' boodschap zó groot, als juist temidden van degenen die als 'orthodox' of zelfs als 'Bijbelgetrouw' te boek staan. 
De boodschap van het Evangelie blijkt altijd haaks te staan op de (vooral godsdienstige) overleveringen van mensen.
Handelingen 26: 9-11 Ik voor mij was tot de slotsom gekomen, dat ik tegen de naam van Jezus, de Nazoreeer, fel moest optreden, wat ik dan ook gedaan heb te Jeruzalem; en ik heb vele van de heiligen in gevangenissen opgesloten, waartoe ik de macht van de overpriesters ontvangen had; en als zij zouden omgebracht worden, heb ik mijn stem eraan gegeven. En in alle synagogen trachtte ik hen dikwijls door toepassing van straffen tot lastering te dwingen en in tomeloze woede tegen hen heb ik hen vervolgd, tot zelfs in de buitenlandse steden.

onze twaalf stammen
Paulus spreekt over "onze twaalf stammen" als aanwijsbaar en algemeen bekend. Als een religieuze groep. Ook Jacobus schrijft een rondzendbrief aan hen. Uit de Babylonische ballingschap keerde niet slechts een deel van de twee stammen terug maar ook wel degelijk een deel van de tien stammen. Als deel vertegenwoordigen zij het gehele Israël. Het grootste deel van de tien stammen is verloren gegaan (zoek geraakt) onder de heidenen en haar identiteit kwijt geraakt.
1Kronieken 9:1-3.Geheel Israel was in registers opgenomen; zij waren opgeschreven in het boek der koningen van Israel. De Judeeers werden naar Babel weggevoerd om hun ontrouw. En de eersten, die zich weer op hun bezitting in hun steden kwamen vestigen, waren gewone Israelieten, de priesters, de Levieten, en de tempelhorigen. Te Jeruzalem woonden van de zonen van Juda, Benjamin, Efraim en Manasse: Handelingen 26:7welke onze twaalf stammen, door voortdurend nacht en dag God te vereren, hopen te bereiken. Om deze hoop, o koning, word ik door Joden aangeklaagd.; Jacobus 1:1Jakobus, een dienstknecht van God en van de Here Jezus Christus, groet de twaalf stammen in de verstrooiing.

hoorden de medereizigers wél of niet?
Al heel lang doet het verhaal de ronde dat er tegenstrijdige berichten over Saulus' roeping in het boek Handelingen staan opgetekend. In Handelingen 9 lezen we dat de mannen die met Paulus meereisden wél de stem hoorden en in Handelingen 22 juist niet. De tegenstrijdigheid verdwijnt wanneer we bedenken dat Saulus (blijkens Handelingen 26) werd aangesproken in het Hebreeuws, een taal die de medereizigers kennelijk niet verstonden. Ze hóórden wel de stem maar verstónden niet wat er werd gezegd. 
vergl. Handelingen 9:7En de mannen, die met hem reisden, stonden sprakeloos, daar zij wel de stem hoorden, maar niemand zagen.: 22:9En zij, die met mij waren, zagen wel het licht, maar de stem van Hem, die tot mij sprak, hoorden zij niet. en 26:14en toen wij allen ter aarde vielen, hoorde ik een stem tot mij spreken in de Hebreeuwse taal: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? Het valt u zwaar tegen de prikkels achteruit te slaan.

berouw => bezinning
Heel dikwijls wordt in de gebruikelijke Bijbelvertalingen gesproken van 'berouw'. Het is de weergave van het Griekse woord 'meta noia'. Letterlijk betekent dit 'omdenken' of 'nadenken'. Het duid op bezinning. Het woord heeft ten onrechte een lading gekregen van 'spijt' o.i.d. Net als veel andere Bijbelse kernwoorden is het hard toe aan een her-ijking. Of zal ik zeggen: aan een 'bezinning'?
Handelingen 26:20 maar ik heb eerst hun, die te Damascus waren, en te Jeruzalem en in het gehele Joodse land en de heidenen verkondigd, dat zij met berouw zich zouden bekeren tot God en werken doen, met hun BEROUW in overeenstemming.

... zonder iets anders te zeggen...
Paulus verdedigt zich, door met nadruk te zeggen dat hij niets anders beweert dan hetgeen Mozes en de profeten gesproken hebben. Integendeel, het is juist de vervulling daarvan. De apostel onderbouwt heel zijn boodschap vanuit het (zogenaamde) Oude Testament. In 2Korinthe 3 zegt hij dat door zijn boodschap de bedekking wordt weggenomen van de boeken van het Oude Verbond.
Paulus' prediking van verborgenheden betekent niet dat hij zaken naar voren brengt die niet in "Mozes en de profeten" staan opgetekend. Het betekent dat hij zaken predikt die in de Tenach verborgen waren... en daar dús gewoonlijk wel degelijk in te vinden zijn! Zo is de "grote verborgenheid" van Christus en de Gemeente volgens Paulus reeds te vinden in Genesis 2:24.
Handelingen 26:22Als een getuige, die hulp van God heeft ontvangen tot op deze dag, sta ik dus hier voor klein en groot, zonder iets anders te zeggen dan wat de profeten en Mozes gesproken hebben, dat geschieden zou,; 2Korinthe 3:14Maar hun gedachten werden verhard. Want tot heden toe blijft dezelfde bedekking over de voorlezing van het oude verbond zonder weggenomen te worden, omdat zij slechts in Christus verdwijnt.; Efeze 5:31,32Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn. Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en op de gemeente.

studie of de Schriften?
Festus interrumpeert Paulus en roept hem toe: "gij spreekt wartaal Paulus, uw vele studie brengt u in de war". De frase "uw vele studie" luidt eigenlijk "de vele letteren". Elders wordt het woord 'letteren' vertaald met 'schriften'. Vermoedelijk doelt Festus (die een buitenstaander was) niet op academische vorming in het algemeen maar specifiek op "de heilige schriften".
Handelingen 26:24En terwijl hij dit tot zijn verdediging aanvoerde, zeide Festus met luider stem: Gij spreekt wartaal, Paulus, uw vele STUDIE brengt u in de war. (Concordant Version: "Paul! Much scripture is deranging you..")

nuchtere waarheid
Het Goede Bericht is niet esoterisch, een boodschap voor louter ingewijden. Integendeel, het handelt over één van de best gedocumenteerde historische feiten. Agrippa realiseerde zich dat kennelijk ook en daarom werd hem de grond te heet onder de voeten. Hij reageert met een bijtende opmerking.
Handelingen 26:26Want de koning weet van deze dingen en tot hem spreek ik vrijmoedig, want ik kan niet geloven, dat hem iets van deze dingen onbekend is; dit is immers niet in een uithoek geschied.

'christen' - naamgeving van buitenstaanders
De naam 'christen' (in  het Grieks 'christiaan') was in de dagen van het Nieuwe Testament geen eretitel waar gelovigen zichzélf mee tooiden maar een naam die buitenstaanders gaven. Vermoedelijk een scheldnaam waarvoor men moest lijden.
Handelingen 11:26En het geschiedde, dat zij een vol jaar in de gemeente gastvrij ontvangen werden en een brede schare leerden en dat de discipelen het eerst te Antiochie Christenen genoemd werden.; 26:28Maar Agrippa zeide tot Paulus: Gij wilt mij wel spoedig als Christen laten optreden!; 1Petrus 4:16Indien hij echter als Christen lijdt, dan schame hij zich niet, maar verheerlijke God onder die naam.; zie ook artikel


De Herodessen-familie in het kort

Koning Agrippa II, van Handelingen 26 is de laatste telg uit een vermaarde dynastie van Herodessen. In de Bijbel komen we er vier tegen. In de eerste plaats is daar Herodes de Grote. Hij is de man van de kindermoord te Bethlehem. Eén van diens zonen is Herodes Antipas. Dat was de man die Johannes de Doper gevangen liet nemen en later betrokken is in het proces tegen Jezus. De derde Herodes is een oomzegger van laatstgenoemde: Agrippa I. Hij is de Herodes die Jacobus laat doden en trouwens zelf voor de ogen van het publiek gruwelijk aan z'n einde komt. De zoon van deze Agrippa I is Agrippa II van Handelingen 26.

 


 

ga naar thuis-pagina