ga naar thuis-pagina
laatste wijziging: 24 mei 2003

JAKOBUS VERSUS PAULUS

Jakobus is dé voorman van de omvangrijke joods-christelijke gemeenschap in Jeruzalem. Als Paulus daar rond Pinksteren arriveert, staat reeds de volgende dag een ontmoeting gepland met de prominente "broeder des Heren" (zoals Paulus hem noemt in Galaten 1:19). Hoewel Jakobus blij is met Paulus' relaas over diens werkzaamheden onder de heidenen, blijken zijn gevoelens niettemin nogal gemengd. Hij valt direct met de deur in huis en brengt het heikele punt ter sprake:

Gij ziet, broeder, hoevele tienduizenden er onder de Joden gelovig zijn geworden en allen zijn zij ijveraars voor de wet. Nu heeft men hun van u verteld, dat gij alle Joden onder de heidenen afval van Mozes leert, door te zeggen, dat zij hun kinderen niet behoeven te besnijden, noch naar de gebruiken te leven.
Handelingen 21:20,21

Tienduizenden Messias-belijdenden Joden en allen zijn zij "ijveraars der wet". Zeloten, fanaten in het onderhouden van de wet van Mozes. Probeer u voor te stellen... dat moet wel tot conflicten leiden. Want wie Paulus' prediking kent, weet dat hij juist nadrukkelijk de "vrijheid in Christus" predikt. In 1Korinthe 9:20 schrijft hij:

... ik ben voor de Joden geworden als een Jood, om Joden te winnen; hun, die onder de wet staan, als onder de wet (hoewel persoonlijk niet onder de wet) om hen, die onder de wet staan, te winnen...
1Korinthe 9:20

Paulus conformeerde zich aan de Joodse gebruiken om puur pragmatische redenen. Niet principiëel. "Om Joden te winnen", was zijn motto. Hij predikte strikt genomen weliswaar geen afval van Mozes maar het gerucht dat rondzong in Jeruzalem was bepaald niet uit de lucht gegrepen. Israëls apartheid en 'de omheing' (de wet), die waren in het geding! Vandaar het enorme tumult dat een week later zou losbarsten. Het wordt de directe aanleiding voor Paulus' gevangenschap.
Enfin, Jakobus ziet de donkere buien hangen en adviseert Paulus daarom het volgende:

Doe daarom wat wij u zeggen: Er zijn vier mannen bij ons, die een gelofte op zich genomen hebben; neem hen mede, heilig u met hen en draag de kosten voor hen, opdat zij hun hoofd kunnen laten scheren; dan zullen allen bemerken, dat van alles, wat men hun van u verteld heeft, NIETS WAAR IS, maar dat gij ook zelf medegaat in de onderhouding van de wet. Maar inzake de heidenen, die tot het geloof gekomen zijn, hebben wij als ons oordeel geschreven, dat zij zich hebben te wachten voor wat de afgoden geofferd is, voor bloed, voor het verstikte en voor hoererij.
Handelingen 21:23-25

De kwestie ging dus niet om de vraag of heidenen vrij waren van de wet, want daarover was men het eerder in Jeruzalem eens geworden. Het gaat hier over de vraag of Israël NU een afgezonderde positie inneemt. Paulus' antwoord is: er is geen onderscheid. Jakobus echter, die "het evangelie der besnijdenis" verkondigde (samen met Petrus en Johannes; Galaten 2:7-9) leert uitdrukkelijk wel de aparte plaats van Israël. Zij zitten overduidelijk met Paulus en diens boodschap in hun maag. Om het dreigende confict te bezweren, gebied Jakobus Paulus ("doe wat wij u zeggen") om zich en public wetsgetrouw te betonen. Paulus hoort Jakobus zwijgzaam aan... en doet wat hem wordt opgedragen.

Toen nam Paulus die mannen mede, en hij heiligde zich de volgende dag met hen, ging in de tempel en deed aangifte, dat de dagen der heiliging zouden duren, totdat voor ieder hunner het offer gebracht was.
Handelingen 21:26

Terwijl Paulus zelf dus volstrekt vrij stond t.o.v. de wet en dit ook leerde, treft hij in Jeruzalem een grote gemeenschap volks- en geloofsgenoten aan, die op een totaal andere lijn zitten ("ijveraars der wet"). Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Paulus niet graag in Jeruzalem kwam (Galaten 1:16 -2:1). Als "apostel der heidenen" was hem een principiëel heidense boodschap ("evangelie der voorhuid") toevertrouwd. Ondanks dat Paulus in Jeruzalem het maximale doet om zijn volksgenoten ter wille te zijn, escaleert het conflict. Er ontbrandt een gigantische hetze tegen Paulus en hij belandt in de gevangenschap. Het zijn deze gebeurtenissen die het slot markeren van de geschiedenis van het boek 'Handelingen'.

Samenvattend: we zien in Handelingen 21 hoe groot de kloof is tussen Paulus enerzijds en "de kring van Jakobus" (Galaten 2:12) anderzijds. Jakobus is gelieerd aan hen die zich principiëel binnen "de tussenmuur van de omheining" (lees: de wet) bevinden. Paulus daarentegen is verbonden met hen "die verre zijn" (de heidenen). Het is illustratief dat Paulus even later in Handelingen 21 er van beschuldigd wordt een Griek mee genomen te hebben in de tempel (:28,29). Letterlijk was dit niet waar, maar "in de geest" is dit precies wat Paulus later vanuit de gevangenis zou proclameren: "de middenmuur der omheining" is weggebroken en de heidenen zijn niet langer gasten op afstand, maar "huisgenoten Gods" (Efeze 2:14 e.v.).



ga naar thuis-pagina