ga naar thuis-pagina

laatste wijziging 29 juli 2005:

Jakobus over Gods programma

Op de conferentie te Jeruzalem speelt Jakobus ("de broeder des Heren"; Galaten 1:19) een beslissende rol in de grote vragen die daar aan de orde zijn. Wanneer hij als laatste spreker het woord neemt, begint hij te zeggen dat...

Simeon (= Petrus; 2Petrus 1:1) heeft verhaald hoe God EERST de natiën heeft bezocht, om uit hen een volk aan te nemen voor Zijn Naam.
Handelingen 15:14
De weergave van de NBG-vertaling is hier tamelijk misleidend. Deze vertaald "van meet aan" i.p.v. "eerst", terwijl dit toch de onmiskenbare betekenis van het Griekse woord 'protos' is. Door de lezing van het NBG te volgen missen we één van de points van Jakobus' betoog. Vervolgens stelt Jakobus dat deze gang van zaken, d.w.z. het bijeenverzamelen van een volk uit de natiën, in overeenstemming is met de woorden van de profeten. Anders gezegd: de profeten hebben reeds over dit fenomeen gesproken. Om dit te ondersteunen volgt een citaat uit de profetie van Amos (9:11,12)
DAARNA zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten,opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle natiën, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet, welke vanaf de aeon bekend zijn.
Handelingen 15:16-18
Het is opmerkelijk dat Jakobus de woorden van Amos nogal vrij weergeeft. Jakobus citeert de profeet zodanig, dat deze perfekt in zijn betoog past. Overbodig te zeggen dat hij daarbij volstrekt recht doet aan het profetenwoord. Wat nu onze aandacht trekt is het eerste woord van zijn citaat: daarna. Dit is nogal opmerkelijk omdat noch de Hebreeuwse Tenach, noch de beroemde Griekse vertaling daarvan (de Septuaginta), in Amos 9:11 "daarna" leest. In beide gevallen staat onmiskenbaar "te dien dage" geschreven. Vanwaar dan deze wijziging? Heel eenvoudig: Jakobus geeft programatisch weer wanneer God van zins is te doen, hetgeen Hij bij monde van de profeet Amos heeft voorzegd:
1. EERST een volk uit de natiën vergaderen.
2. DAARNA zal de Heer wederkeren en de vervallen hut van David restaureren, etc. Jakobus haalt Amos aan om aan te tonen dat wat God in de tegenwoordige tijd doet (namelijk, een volk uit de natiën vergaderen) overeenkomt met wat God straks ("daarna") zal doen. Hij vergelijkt Gods werk in de tegenwoordige tijd met diens werk in de toekomst. Jakobus toont de overeenstemming maar geeft tevens aan dat de letterlijke vervulling van de woorden van de profeten nog wacht. Honderden concrete beloften over Jeruzalem, Israëls landsgrenzen, herstel van het Davidisch koningshuis, etc., etc. ze zullen allen t.z.t. worden gerealiseerd. Jakobus neemt de woorden van Amos uiterst serieus, en plaatst de vervulling NA de bijeenverzameling van een volk uit de natiën en NA de terugkeer van de Heer uit de hemel. De woorden van de profeten (i.c. Amos) vormen het volgende progamma-onderdeel van Gods agenda. Eerst dán zal ook de oplossing komen voor het lang slepende Midden-Oosten conflict. Of, zoals Amos het formuleert in zijn slotwoord:
Dan zal Ik hen (= Israël) planten in hun grond, en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit de grond die Ik hun gegeven heb, zegt de HERE, uw God.
Amos 9:15


ga naar thuis-pagina