ga naar thuis-pagina

laatste wijziging: 1 september 2008

"christenen genoemd"

Drie keer komt het woord 'christen' (enkelv. en meerv.) in het 'Nieuwe Testament' voor. Alles wijst er op dat het Latijnse etiket christianen (zoals de oorspronkelijk lezing luidt) minachting uitdrukte.

1. In Handelingen 11:26 vinden we discipelen in Antiochië die voor het eerst christianen worden genoemd. Let op: niet zijzelf, maar buitenstaanders noemden de discipelen christianen. Kennelijk omdat zij hen steeds hoorden spreken over 'christus'.

2. In Handelingen 26:28 hoont Agrippa Paulus met de woorden: "Jij wilt mij wel spoedig als christiaan laten optreden!". Ook hier een buitenstaander die het woord christiaan in de mond neemt. Hoewel Paulus bevestigend antwoord, vermijdt hij het woord christiaan.

3. In 1Petrus 4:16 schrijft Petrus aan zijn (Joodse) lezers: "Indien hij echter als christiaan lijdt, dan schame hij zich niet, maar verheerlijke God onder die naam". De benaming christiaan gold kennelijk als schande en bracht lijden met zich mee.


ga naar thuis-pagina